Hoorde ik het goed?

Bij de opti­cien kun je tegen­wo­ordig ook hoorap­pa­rat­en lat­en aan­meten. Van­daag was het zover dat ik aarzelde of voor mij dat moment ook aange­bro­ken was.
Alti­jd is me verteld dat ik nooit voor lenzen in aan­merk­ing kwam. Wat ik ervan begri­jp is dat het te mak­en heeft met het feit dat mijn ene oog posi­tief en het andere negatief is. Nu heb ik nooit een hekel gehad aan een bril (ik sta er mee op en ga er mee naar bed). Na zoveel jaar weet ik niet beter. Alleen als het regent of als ik een kamer bin­nen kom waar het heel vochtig warm is, dan is het wel onhandig om een bril op te hebben. En tij­dens het sporten natu­urlijk.
Groot was mijn ver­rass­ing daarom toen ik vanocht­end te horen kreeg dat daglen­zen miss­chien een optie zijn. Het was niet zomaar de eerste de beste die het zei. Het kwam uit de mond van de opti­cien zelf. Iemand die er ver­stand heeft zou je geneigd zijn te denken. Ik keek hem daarom verbluft aan.
Lenzen? Dat kon toch hele­maal niet met mijn plus min ogen? Ja hoor. Geen enkel prob­leem. Hij riep er een col­le­ga bij die eerst wat extra afron­dende metin­gen deed voor mijn nieuwe bril­lenglazen. Waar­voor ik de afspraak had gemaakt. Daar­na plan­den we een nieuwe afspraak in voor zater­dag om de lenzen in te meten. Heel miss­chien had ik geluk en zouden ze op voor­raad kun­nen zijn. Dan kon ik een paar keer oefe­nen voor­dat ik mijn bril een dag­je kwi­jt was zodat de nieuwe glazen erin geli­jmd kon­den wor­den.
Vol ongeloof zat ik even lat­er weer in de auto. Moi? Lenzen? Wie had dat ooit gedacht? Een wereld ging voor me open. Dan zou ik ein­delijk eens een goed­kope zon­nebril kun­nen kopen die ik in de auto kon lat­en liggen. Ik zou kun­nen hard­lopen en volop van de omgev­ing kun­nen geni­eten. Miss­chien zouden de lenzen me wel zo goed bevallen dat ik hele­maal de over­stap ging mak­en. Een lev­en zon­der bril.
Tot­dat ik moest denken aan dat gepiel met die lenzen. Het gedoe om ze goed in en uit te kri­j­gen. De han­delin­gen met de ver­schil­lende vloeistof­fen om ze niet te lat­en uit­dro­gen. En weet ik wat er nog meer alle­maal komt kijken bij het gebruik van lenzen. Daarmee vergeleken is een bril stukken hand­i­ger, afgezien van de enkele onge­makken zoals eerder geschetst. Laat ik voor­lop­ig rustig aan doen en begin­nen met de daglen­zen voor inci­den­teel gebruik op bijvoor­beeld de dagen dat ik ga sporten. Bevalt het me goed dan kan ik alti­jd nog zien of ik de volledi­ge over­stap kan mak­en.
PS. Omdat ik Makke­lijk lev­en van Her­man Koch bin­nen een dag­je heb uit­gelezen (Boeken­weekgeschenk van nog geen 100 pag­i­na’s, dus niet echt een presta­tie), heb ik gekozen voor een Tom Lanoye omdat de titel wel toepas­selijk leek in het kad­er van deze blog­post => Een slager­szoon met een bril­let­je.

Maak ken­nis met Achille van den Bran­den, ‘de man die alle boeken ter wereld heeft gelezen’ — op één na, dat hem te gronde zal richt­en. Maak ken­nis met garage­houd­er en wrakken­verza­me­laar Jules, die zich gruwelijk ver­minkt uit liefde voor zijn nochtans hond­strouwe echtgenote Alice. Maar maak vooral ken­nis met Lanoye zelf, die in Een slager­szoon met een bril­let­je de fun­da­menten legt voor twee van zijn meest gelezen en geprezen romans, Kar­ton­nen dozen en Sprakeloos.
Een slager­szoon met bril­let­je
Tom Lanoye
Uit­gev­er­ij Prometheus
ISBN 9789044619966

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets