Onverslaanbare strategie

Bij mijn ouders thuis speel­den we vaak tij­dens de kerst­va­kan­tie aller­lei bord­spel­len. Natuur­lijk was Mens Erger Je Niet een jaar­lijks terug­ke­ren­de favo­riet, maar ook Stra­tego stond hoog op het lijst­je. Een nadeel was alleen dat je het slechts met twee per­so­nen kunt spe­len. Dus min­der geschikt als we met z’n vie­ren iets wil­den doen. Uit­ein­de­lijk kwam dan altijd de sjoel­bak tevoor­schijn.
Tot nu toe heb­ben we geen sjoel­bak in huis, en geluk­kig heb­ben de klein­kin­de­ren er ook nog nooit naar gevraagd. Mis­schien iets voor later. Waar ze de laat­ste tijd wel regel­ma­tig naar vra­gen is Stra­tego. Dat heb­ben we wel, het pro­bleem is alleen dat we niet weten waar het spel is opge­sla­gen. Op de zol­der­schuur of op zol­der in huis? Of toch in de exter­ne opslag die we bin­nen­kort eens moe­ten gaan leeg­ha­len?
Gis­ter werd er opnieuw naar gevraagd. Twee­de kerst­dag werd bij ons gevierd en het was tijd voor een spel­le­tje. We had­den van alles klaar­ge­zet, maar geen Stra­tego. Ik ver­tel­de het tegen Inge die toen als­of het de nor­maal­ste zaak was ver­kon­dig­de dat ze dit bord­spel eer­der deze week had zien staan op zol­der. Ze had het nog niet gezegd of Noah en Milan ston­den al onder aan de vliso­trap te wach­ten. Samen met Inge klau­ter­den ze naar boven, op zoek naar het spel.
Het duur­de niet lang voor­dat er een over­win­nings­kreet weer­klonk. Tri­om­fan­te­lijk lie­pen ze met de doos opge­he­ven boven hun hoofd de woon­ka­mer bin­nen. Gevon­den!
Bij het con­tro­le­ren of de inhoud van de doos com­pleet was viel er uit het boek­je met de spel­re­gels ook een vel­le­tje ruit­jes­pa­pier. Er stond een opstel­ling uit­ge­werkt met daar­on­der in blok­let­ters:

ONVERSLAANBARE
STRATEGIE
VAN
MAARSCHALK
PETER
PELLENAARS

Het was mijn eigen hand­schrift uit lang ver­vlo­gen tij­den. En een opstel­ling waar­mee ik menig tegen­stan­der had ver­sla­gen. Onge­acht hoe goed iemand was, wan­neer ik de stuk­ken vol­gens de teke­ning op het bord posi­ti­o­neer­de dan kon ik gewoon­weg niet ver­lie­zen. Ik had de code gekraakt.
Dit alles deel­de ik hen op samen­zweer­de­ri­ge toon mee. Mijn klein­kin­de­ren luis­ter­den adem­loos en vroe­gen of ze dit gehei­me wapen moch­ten inzet­ten tegen Tri­s­tan, die gewend is elke spel­le­tje te (wil­len) win­nen. Van­zelf­spre­kend gaf ik toe­stem­ming.
Niet veel later kreeg ik te horen dat mijn onver­slaan­ba­re stra­te­gie toch iets min­der onver­slaan­baar was dan gedacht.
~ ~ ~