Stientje

Ik moest aan Stien­tje den­ken, de buur­vrouw van mijn groot­ou­ders. Vroe­ger, in de volks­buurt waar zij toen woon­den. Maar het had ook onze buur­vrouw kun­nen zijn, vroe­ger. In dezelf­de volks­buurt een stuk ver­der­op. Zo’n goed geheu­gen heb ik nu ook weer niet. Wat maakt het uit?

Bij de fami­lie die naast mijn groot­ou­ders woon­de was het altijd één groot feest. In de zin van veel her­rie zon­der dat in eer­ste instan­tie dui­de­lijk was of er vol­op gevoch­ten of toch uit­bun­dig gefeest werd. De schel­le stem van Stien­tje was de eni­ge die her­ken­baar was boven al het rumoer uit. Om haar draai­de alles.

Rare naam eigen­lijk, Stien­tje.

Het kwam omdat ze altijd bin­nen zaten. Daar bij die buren van mijn groot­ou­ders. Dat je niet altijd kon opma­ken wat er pre­cies aan de hand was. Tot­dat de poli­tie voor kwam rij­den. Dan lie­pen wij, neef­jes en nicht­jes in colon­ne naar de voor­tuin om te gaan kij­ken wie er alle­maal mee­ge­no­men zou wor­den. Dat moesten we ver­vol­gens komen ver­tel­len aan de gro­te men­sen die rus­tig aan tafel ble­ven door­klet­sen. De dap­per­sten van ons zoch­ten een krat­je of trap­je op om zo over de schut­ting in de ach­ter­tuin te kun­nen kij­ken. Niet dat je dan veel wij­zer werd want de gor­dij­nen zaten altijd pot­dicht.

Stien­tje. Zou het van Kris­tien komen? Of Chris­ti­na?

Hoe ik mijn best ook doe, ik kan Stien­tje niet voor de geest halen. Ze zaten name­lijk niet altijd bin­nen. Er moesten ook wel eens din­gen bui­ten gedaan wor­den. Zoals bij­voor­beeld ruzie maken met ande­re men­sen in de straat. Nooit met mijn groot­ou­ders, gek genoeg. Bij mooi weer kwa­men ze met het hele gezin de speel­tuin ter­ro­ri­se­ren. Stien­tje voor­op. Maar hoe ze eruit zag? Ik heb geen flauw idee. Ze zal waar­schijn­lijk een schort aan heb­ben gehad. Over zo’n soep­jurk. De stan­daard­kle­dij voor alle vrou­wen in de buurt. Het kan best dat ze alle­maal Stien­tje heten. Toen.

Stien­tje naast ons was de vrouw van een dui­ven­mel­ker. Al het prij­zen­geld dat hij won bleef ach­ter in de kroeg waar de prij­zen wer­den uit­ge­reikt. Een geslo­ten sys­teem. Als de dui­ven­mel­ker ‘s avonds lad­der­zat thuis kwam stond Stien­tje klaar om hem op lui­de toon de les te lezen en de toe­gang tot het huis te ont­zeg­gen. De vol­gen­de dag ont­waak­te hij dan met een flin­ke kater tus­sen zijn gelief­de dui­ven. Met her­nieuw­de bra­vou­re vocht hij zich dan naar bin­nen om in zijn eigen bed de roes uit te sla­pen.

Er schie­ten me onder­tus­sen steeds meer namen te bin­nen van vroe­ger. Geer­tje. Klaar­tje. Mies­je. Maar dege­ne die me het meest is bij­ge­ble­ven is Stien­tje.

~ ~ ~

De aan­lei­ding dat ik aan Stien­tje moest den­ken is gele­gen in het boek De hel­le­veeg van A.F.Th. van der Heij­den. Hoofd­per­soon is tan­te Tiny (ook wel Tien­tje of Tien­tje Poets genoemd), de zus van de moe­der van Albert Egberts. Laatst­ge­noem­de is het cen­tra­le karak­ter in de roman­cy­clus De tan­de­lo­ze tijd waar­van De hel­le­veeg het vijf­de deel vormt.

We maken ken­nis met Albert Egberts’ tan­te Tiny. Ze lijdt aan smet­vrees en heeft een dwang­ma­tig scher­pe tong. Voor Albert is tan­te Tiny even afschrik­wek­kend als intri­ge­rend. Met majes­tu­eu­ze beheer­sing van de stof en met humor voert Van der Heij­den ons zijn ver­trouw­de en her­nieuw­de uni­ver­sum bin­nen, en levert daar­mee het bewijs van de vita­li­teit en kracht van zijn schrij­ver­schap.

De hel­le­veeg
A.F.Th. van der Heij­den
Uit­ge­ver: De Bezi­ge Bij
ISBN: 9789023483915

~ ~ ~

The inter­net of Humans
De Man­nen