Twee tegen allen, twee tegen elkaar

Deze blog­post is deel 16 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel — vijf­tiende hoofd­stuk
Waarin het ramp­spoedig avon­tu­ur ver­haald wordt dat Don Qui­chot overk­wam bij de ont­moet­ing met enige god­ver­lat­en schurken uit Yan­guas

Na de begrafe­nis van Crisós­to­mo trekken onze vrien­den verder op zoek naar nieuwe avon­turen. Rond het mid­dagu­ur zoeken ze een schaduwrijke plek voor hun siës­ta want de tem­per­atu­ur is al flink opgelopen. Wat ze niet in de gat­en hebben is dat een stuk­je verderop een kud­de mer­ries aan het grazen is waar­door het paard Rossi­nant denkt dat het miss­chien wel eens tijd is voor een ander soort avon­tu­ur, dit­maal met hem in de hoof­drol. Gretig gaat hij er op een draf van­door.

De mer­ries zijn echter niet van zijn avances gedi­end en wat de zaak er niet beter op maakt is dat de dri­jvers die de kud­de begelei­den al snel ter plekke zijn om Rossi­nant met hun stokken een flinke afram­mel­ing te geven. Het rumo­er heeft Don Qui­chot en San­cho onder­tussen uit hun vredi­ge mid­dag­dut­je gewekt en wan­neer zij zien hoe Rossi­nant er van langs kri­jgt is er voor de held­haftige rid­der maar één reac­tie mogelijk: ten aan­val! De tegen­wer­pin­gen van San­cho dat ze veruit in de min­der­heid zijn kan hem zoals we inmid­dels van hem gewend zijn niet tegen­houden.

Ik tel voor hon­derd!’ antwo­ordde Don Qui­chot.
[p.100]

Het gevecht (als je dat zo mag noe­men) is dan ook van korte duur. Ze wor­den com­pleet in de pan gehakt. Niet veel lat­er zijn de mer­ries en hun dri­jvers verd­we­nen en liggen Don Qui­chot, San­cho en Rossi­nant zwaar gehavend en buiten bewustz­i­jn in het open veld. Alleen de ezel van San­cho is de dans ontspron­gen. De eerste die bijkomt is Pan­cho en niet veel lat­er opent ook Don Qui­chot de ogen. Wat vol­gt is een nieuwe stri­jd. Dit­maal tussen de twee man­nen over hoe in de toekomst te han­de­len in vergelijk­bare sit­u­aties.

Voor Don Qui­chot is het duidelijk. Mocht­en ze opnieuw ged­won­gen wor­den in de aan­val te gaan, dan is het in zijn ogen niet meer dan logisch dat San­cho voor­taan het ini­ti­atief moet nemen indi­en er geen rid­ders maar gewoon kloot­jesvolk tegen­over hen staat . Want daar is het in zijn ogen ver­keerd gegaan. Alleen als er ook rid­ders in het spel zijn, dan zal hij zich vanzelf­sprek­end in het stri­jdge­woel men­gen omdat hij dat aan zijn stand ver­plicht is. San­cho is het daar niet hele­maal mee eens:

Mijn­heer, ik ben een vreedza­am, zach­taardig en rustig mens en ik kan best een beledig­ing ver­dra­gen, want ik heb vrouw en kinderen te onder­houden en op te voe­den. Ik heb geen woord tegen Ued. in te bren­gen, maar ik wil Ued. wel waarschuwen dat ik vast en zek­er het zwaard niet trek, tegen geen dor­p­er en geen rid­der, en dat ik hier bij God zelf voor al mijn lev­ens­da­gen alle beledigin­gen vergeef die mij zijn aangedaan of nog wor­den aangedaan om het even of zij mij wer­den, wor­den of zullen wor­den aangedaan, door hoog of laag per­soon, door rijke of arme, rid­der of belast­ing­be­taler, of wie dan ook en van wat voor rang of stand.’
[p.102]

Het lukt Don Qui­chot niet om San­cho van gedacht­en te lat­en veran­deren. Zelfs niet wan­neer hij hem nog­maals het gou­verneurschap van een toekom­stig grondge­bied wat ze ongetwi­jfeld ooit in han­den zullen gaan kri­j­gen (vol­gens Don Qui­chot althans) voor ogen houdt, en hem daar­bij vertelt hoe belan­grijk het dan is om op z’n tijd geweld te gebruiken om de bevolk­ing in het gareel te houden:

Want je moet weten dat in kor­tel­ings veroverde koninkrijken en provin­ciën de gemoed­eren der inwon­ers nooit zo kalm of goedgezind jegens den nieuwen heer zijn dat men zich van de vrees kan ontslaan of zij nog niet eens zullen tra­cht­en de zak­en weer te doen keren en zoals men zegt, het geluk nog­maals te beproeven;
[p.102]

Het kan San­cho in hun huidi­ge erbarmelijke sit­u­atie maar weinig boeien. Hij wil eerder weten of Don Qui­chot vol­doende opgek­napt is om ver­vo­erd te wor­den op zijn ezel zodat ze op zoek kun­nen naar een adres om de nacht door te bren­gen en waar ze op kracht­en kun­nen komen. En zo vertrekt het gezelschap onder luid gekre­un en ges­te­un op weg naar nieuwe bestem­min­gen.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« De herdert­jes stalk­ten bij …Geen 1 april, wel een hoop mis­ver­standen »
  • Don Qui­chot. In grote lij­nen ken ik het ver­haal van horen zeggen, vooral wat het vecht­en tegen wind­molens betreft…lol…maar het boek heb ik niet gelezen. Als ik eens wat tijd op over­schot heb (met Pasen bv.) lees ik je bij­dra­gen erover eens van het begin tot het eind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets