Geen 1 april, wel een hoop misverstanden

Deze blog­post is deel 17 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel – zestiende hoofd­stuk
Over het­geen de geestrijke rid­der overk­wam in de her­berg, die hij voor een kas­teel aan­zag

Het The­ater van de Lach. Ik moest er weer eens aan denken bij het lezen van Don Qui­chot. Hoofd­stuk 16 is namelijk één grote klucht waarin aller­lei mis­ver­standen de hoof­drol spe­len. Plaats van han­del­ing: de zold­erkamer van een her­berg.

Om te begin­nen is het vol­gens Don Qui­chot geen her­berg maar een kas­teel waar ze gastvrij ont­van­gen wor­den na hun smadelijke afransel­ing door de paar­den­dri­jvers. In de dochter van de her­bergi­er die hen zo goed en kwaad als ze kan ver­zorgt en van een bed op zold­er voorzi­et, meent hij een bekoor­lijke prins­es te herken­nen voor wiens schoonheid hij zek­er gezwicht zou zijn ware daar niet de gelofte van trouw aan zijn meester­esse Dul­cinea van El Toboso.

Op de zold­erkamer is echter een derde gast die daar de nacht door­brengt. Een ezeldri­jver die een oog­je had lat­en vallen op de hulp in de bedi­en­ing:

een Astur­ische meid met een breed gezicht, een plat achter­hoofd en een stompe neus, aan één oog blind en met het andere bijziende; maar de beval­ligheid van haar lichaam won het van al deze gebreken.
[p.107]

Als de nacht valt kan Don Qui­chot van de pijn in zijn lichaam de slaap niet vat­ten en wordt tevens gek­weld door de gedachte aan de dochter van de her­bergi­er die vast en zek­er hem zal komen opzoeken zodra iedereen in diepe rust is ver­zonken. Hoe haar van het lijf te houden om zijn eed niet te breken?

Niet veel verder ligt de ezeldri­jver zich onder­tussen te ver­lekkeren aan de nakende komst van de dien­st­meid waarmee hij een afspraak had gemaakt

om het samen eens goed te hebben, en ze had hem op haar woord beloofd dat ze zodra de gas­ten te bed waren en de baas en zijn vrouw sliepen, bij hem zou komen en hem ter wille zijn in wat hij maar wou.
[p.108]

Niet veel lat­er komt inder­daad de dien­st­meid de zold­er inges­lopen. Op de tast loopt ze recht in de armen van Don Qui­chot die haar niet laat gaan en een heel betoog afs­teekt over zijn goede bedoelin­gen die geen ruimte lat­en voor amoureuze han­delin­gen met haar (van wie hij nog steeds denkt dat het de dochter van de her­bergi­er aka kas­teel­heer is). Ter­wi­jl zij niets begri­jpt van het ger­aaskal door Don Qui­chot ziet de ezeldri­jver dat zijn one-night stand zich probeert te ont­worste­len aan de grip van onze dwal­ende rid­der en schi­et haar te hulp. Bin­nen de kort­ste keren ontaardt dit alles in een geweldige vecht­par­tij waar­bij de dien­st­meid weet te ontsnap­pen maar daar­bij boven op San­cho Pan­za terechtkomt die in blinde paniek om zich heen begint te slaan.

Inmid­dels was de her­bergi­er wakker gewor­den die al een ver­moe­den had dat de dien­st­meid wat zou gaan rom­me­len met een van zijn gas­ten. Het duurt niet lang voor­dat hij zich ook in het stri­jdge­woel op zold­er mengt.

En zoals het oude rijm zegt: ‘de kat op de rat, de rat op het touw, het touw op de galg’, zo sloeg de voer­man San­cho, San­cho de meid, zij hem, en de waard haar, en iedereen had de han­den zo vol, dat nie­mand tot bedaren kwam.
[p.111]

Alsof het alle­maal nog niet genoeg is, over­nacht er boven­di­en een lid van de Her­man­dad in de her­berg. Wan­neer deze pool­shoogte komt nemen vlucht iedereen in de ver­war­ring die dan ontstaat (het licht van de kan­de­laar is uit­ge­gaan) terug naar zijn of haar eigen plek in de her­berg. Tegen de tijd dat het de wets­di­en­aar is gelukt om nieuw licht te lat­en schi­j­nen op de sit­u­atie vin­dt hij een bewusteloze Don Qui­chot aan zijn voeten. Leg dat maar eens uit.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Twee tegen allen, twee tegen elka­arJonas Pan­za »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets