Weinig Leicester

De laat­ste keer dat ik naar Lei­ces­ter moest voor mijn werk was vier jaar gele­den. Hoog­ste tijd om een nieuw bezoek­je te bren­gen. Aldus stap­te ik gis­ter­och­tend vroeg in de trein rich­ting Schip­hol om deze avond laat weer op sta­ti­on Elst te arri­ve­ren. Het waren twee fan­tas­ti­sche dagen waar­in ik net zoveel van Lei­ces­ter en omge­ving gezien heb als tij­dens al mijn voor­gaan­de trip­jes: niets.
Nou ja, laat ik het een klein beet­je posi­tie­ver bren­gen. Omdat het Hil­ton hotel vol­ge­boekt was kreeg ik nu een kamer toe­ge­we­zen in het Mar­ri­ott. Dat bete­ken­de een iets ande­re wan­del­rou­te naar kan­toor. In plaats van de roton­de rechts te pas­se­ren lie­pen we er aan de lin­ker­kant aan voor­bij. Een hele bele­ve­nis met totaal nieu­we ver­ge­zich­ten.
Voor de rest was er geen vari­a­tie in het pro­gram­ma (dat ik hier inte­graal kan knip­pen en plak­ken van vier jaar gele­den):

Ont­bijt in het hotel. Kor­te wan­de­ling (hoofd­za­ke­lijk de auto­weg over zien te ste­ken die als een onna­tuur­lij­ke bar­rie­re tus­sen het hotel en het indu­strie­ter­rein was opge­wor­pen) naar het kan­toor. De hele dag van 8 tot 19 uur tes­ten in een te war­me ver­ga­der­ruim­te (met onder­bre­king van lunch in het bedrijfs­res­tau­rant). Wan­de­ling terug naar het hotel. Drank­je aan de bar. Diner in het hotel of per taxi naar een eet­ge­le­gen­heid dicht in de buurt. Daar­na nog een drank­je (of twee) aan de bar.
[uit: Geen Lei­ces­ter, 2014]

Ik was er dan wel slechts twee dagen, maar het voel­de als­of ik er een hele week had door­ge­bracht toen ik in het vlieg­tuig terug op weg naar huis was. Het is me wel gelukt om in die twee dagen meer foto’s te maken dan voor­heen. Bij deze:

Zoals gezegd sliep ik een ander hotel dan gewoon­lijk. Het Mar­ri­ott. Veel moder­ner dan het Hil­ton, maar qua uit­zicht van­uit mijn hotel­ka­mer kon het me niet echt beko­ren. En dan van­zelf­spre­kend regen, regen en nog eens regen.

De kamers waren geluk­kig wel stuk­ken beter. Ruim, modern en net­jes. Wat me opviel was dat er hier niet geko­zen was voor de stan­daard­schil­de­rij­tjes aan de muur. Geen spreu­ken zoals in Cluj, maar een mooie rooie vos. Een illu­stra­tie die ik per­soon­lijk erg kon waar­de­ren en goed vond pas­sen in het inte­ri­eur.

Hoe­wel de kamers niet geho­rig waren werd ik ’s nachts toch een keer­tje wak­ker van een hoop rumoer op de gang. De vol­gen­de och­tend zag ik bij menig hotel­deur lege drank­fles­sen staan. Ik had wel gezien dat er ’s avonds in de hotel­bar een gro­te groep flink ple­zier had, en waar­schijn­lijk heb­ben enke­len uit de groep beslo­ten om de fees­te­lijk­he­den voort te zet­ten op de eigen kamer. Al dan niet gemengd.

Als laat­ste nog een affi­che met omgangs­re­gels wat ik aan­trof op het toi­let. Niet in het hotel maar op kan­toor. Een ver­ge­lijk­ba­re mede­de­ling hing ook op het dames­toi­let. Wat me voor­al ver­baas­de was de waar­schu­wing om niet met je voe­ten op de wc-bril plaats te nemen. Hoe­wel het voe­ten was­sen in de was­bak ook wel erg ver gaat. Gezien de gemid­deld ver­ge­vor­der­de leef­tijd van de mees­te man­ne­lij­ke collega’s in Lei­ces­ter leek het me boven­dien lich­te­lijk over­dre­ven. De flexi­bi­li­teit die hier­voor nodig is zal bij de mees­te niet meer aan­we­zig zijn.
~ ~ ~