Zondag, 28 oktober 2018

De meeste klokken hebben zich van­nacht zelf verzet. Qua tijd­saan­duid­ing. Slechts een klein aan­tal moet ik nog met de hand doen. Mijn hor­loge bijvoor­beeld. En de klok op de wand­kast. Ook de dig­i­tale klok­jes op de mag­netron, oven en koffiema­chine. Als laat­ste de wekker van Inge. Ter­wi­jl die van mij net­jes reken­ing houdt met de win­ter­ti­jd bli­jft die van haar stoï­ci­jns door­lopen alsof de zomer nog steeds niet ten einde is. Dat is hand­ig voor als we afgelopen nacht om half drie had­den willen opstaan. Want daar zou die van mij moeite mee hebben gehad. Of ik dan toch. Want die wekker kan het weinig sche­len dat ik waarschi­jn­lijk eerst een uur te vroeg het sein voor opstaan zou hebben gekre­gen. Maar gelukkig hoef­den we er van­nacht niet uit. Hoewel, ik moest wel plassen om vijf uur. Ook weer zo’n dinget­je (het plassen dus) dat wat vak­er optreedt alnaar gelang de jaren ver­strijken.

Als dit de laat­ste keer is: doe het dan nog een­maal goed.
Draai de klokken, stu­ur de uren. Vraag nog één keer
hoe het moet. Bli­jf lichtelijk ver­ward. Het gaat niet
om de goede kant, maar om de stand
waarin je zelf bli­jft staan.

[frag­ment uit Het werd tijd, door Ester Nao­mi Perquin, Dichter des Vader­lands]

Een ding is zek­er. Het is niet de laat­ste keer. Maanda­gavond mag ik de klok weer een uurt­je vooruit zetten. Want dan zit ik in Roe­menië. Lat­en ze daar eens iets aan gaan doen, aan die tijd­zones. In plaats van zich druk te mak­en over het beëindi­gen van de win­ter- en zomer­ti­jd. Trouwens, de hele dis­cussie over hoe ingri­jpend en ontrege­lend een uurt­je tijdsver­schil is ont­gaat me eerlijk gezegd. Mensen vliegen zon­der prob­le­men voor een week­end­je shop­pen naar Lon­den waar men toch de klok twee keer voor moet verzetten. Blijk­baar heeft men dat er graag voor over. Ik vind het vooral ver­war­rend en een hoop gedoe. Daarom haal ik hier nog maar eens een keer de zoge­naamde ‘Earth Time’ aan:

When it’s noon in Green­wich, Britain, let it be 12 every­where. No more reset­ting the clocks. No more won­der­ing what time it is in Peo­ria or Petropavlovsk. Our bio­log­i­cal clocks can stay with the sun, as they have from the dawn of his­to­ry. Only the numer­als will change, and they have always been arbi­trary.
[Time to Dump Time Zones, The New York Times, James Gle­ick]

Zou dat niet iets zijn?

~ ~ ~

Ik ben er miss­chien al die keren dat ik in Leices­ter ben geweest een keert­je voor­bij gere­den. Twee keer eigen­lijk. Op de heen- en terug­weg van hotel naar Leices­ter cen­trum voor eten­t­je zagen we het voet­bal­sta­dion. Alle andere keren dat ik in Leices­ter was voor mijn werk gin­gen we ’s avonds vaak uit eten maar alti­jd was dat dan in een of ander naburig dorp. Slechts een­maal had een col­le­ga het idee gehad om naar de stad zelf te gaan. Het was in het jaar dat de plaat­selijke club vanu­it het niets plots kam­pi­oen van Enge­land werd. Dat was ongek­end. In één klap stond Leices­ter op de (voetbal)kaart. Vol­gens de taxi­chauf­feur (en hard­core Leices­ter­fan) die me regel­matig van of naar het vliegveld ver­vo­ert was veel te danken aan de man die sinds 2010 eige­naar van de club is, de Thaise mil­jar­dair Vichai Sri­vad­dhanaprab­ha. Waarschi­jn­lijk is juist deze man gis­ter­avond samen met zijn dochter na afloop van de wed­stri­jd in een helikopter­crash om het lev­en gekomen. Het zal een grote schok voor de sup­port­ers zijn.

~ ~ ~

Nu ik het meeste overzetwerk van petepel.nl naar peterpellenaars.nl achter de rug heb kan ik ein­delijk ook weer eens wat aan­dacht best­e­den aan het opruimen van de stapels tijd­schriften die half of vak­er ongelezen mijn studeerkamer bevolken. Dat moet min­der want Inge is bezig om tijdelijk meer dozen (met haar rom­mel) in mijn kamer te stallen.

Maar ik kan niet snel opruimen. In gedacht­en zie ik mezelf vliegensvlug door oude exem­plaren van een tijd­schrift bladeren om te zien wat ik nog wat langer wil bewaren voor ik het lat­er weg­gooi. In de prak­tijk valt dat vliegensvlugge bladeren bar tegen omdat ik maar moeil­ijk kan beslis­sen of ik het nu wel of niet inter­es­sant genoeg vind om te bewaren. Daar­voor moet ik het toch een beet­je meer in detail door­lezen. Tja, dat schi­et niet op. Voordeel is wel dat je nu al leuke din­gen tegenkomt die je anders pas over een paar jaar kunt delen. Zoals deze over­peinz­ing door Mar­ja Pruis in De Groene Ams­ter­dam van slechts een jaar gele­den:

Er zijn van die weken dat je al dagen van tevoren opzi­et tegen de col­umn van Youp van ’t Hek.
Al zie ik daar eerlijk gezegd álti­jd tegen op.

Herken­baar, hoor je dan zacht­jes te mom­pe­len. Bij deze.

~ ~ ~

Het mooie is dat ik naast de alledaagse gebeurtenis­sen in deze dagelijke blog­post nog steeds andere blog­posts kan schri­jven die ik apart pub­liceer. Zo ga ik in decem­ber (novem­ber lijkt me vooral­snog te druk) weer verder met mijn blogserie over Don Qui­chot en Zen, en heb ik van­daag een nieuw deelt­je toegevoegd aan de reeks We zijn alle­maal alleen. En wie weet sluit ik me vol­gend jaar weer aan bij de blog­gers leesclub Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur.

~ ~ ~

Geef een reactie