Jonas Panza

Deze blog­post is deel 18 van 31 in de serie Don Qui­chot — Cer­van­tes

Eer­ste deel — zeven­tien­de hoofd­stuk
Waar­in de ontel­ba­re weder­waar­dig­he­den ver­volgd wor­den, wel­ke de dap­pe­re Don Qui­chot en zijn goe­de schild­knaap San­cho Pan­za te ver­du­ren had­den in de her­berg die hij tot zijn scha­de voor kas­teel hield

Na een nacht vol cha­os en geweld ont­dekt Don Qui­chot bij het ver­la­ten van de plek waar hij onder­dak had gevon­den dat het hier niet een kas­teel maar een her­berg betreft. Hij moet dus dok­ken voor zijn ver­blijf. Laat hij dat nu eens niet van plan zijn. En wel hier­om:

[…] want ik mag geen inbreuk maken op de gebrui­ken der dolen­de rid­ders van dewel­ke ik met zeker­heid weet — ten­min­ste het tegen­deel heb ik nooit gele­zen — dat zij nim­mer in eni­ge her­berg waar zij ver­ble­ven voor onder­dak of iets anders betaal­den, aan­ge­zien iede­re gast­vrije ont­vangst die hun gebo­den wordt hun rech­tens toe­komt als ver­goe­ding voor de ondraag­lij­ke moei­ten wel­ke zij door­staan bij de avon­tu­ren die zij nacht en dag zoe­ken, win­ter en zomer door, te voet en te paard, hon­ge­rend en dor­stend, lij­dend van kou­de en hit­te, bloot­ge­steld aan alle onge­na­de des hemels en alle onge­mak­ken der aar­de.
[p.118]

Het mag dui­de­lijk zijn dat de her­ber­gier, ook gezien de scha­de die er is aan­ge­richt van­we­ge de scher­mut­se­lin­gen waar­in Don Qui­chot een groot aan­deel had, hier­mee niet kan instem­men. Zijn weer­woord is ech­ter tegen dove­mans­oren gericht. Althans, Don Qui­chot laat zich er niets aan gele­gen lig­gen, geeft zijn paard Ros­si­nant de spo­ren en ont­vlucht de her­berg voor­dat iemand hem kan tegen­hou­den.

Hoe anders is het gesteld met San­cho Pan­za, zijn trou­we schild­knaap die ook niet hele­maal onge­ha­vend de nacht is door­ge­ko­men. In navol­ging van zijn ijlings ver­dwe­nen mees­ter laat hij weten niet te kun­nen beta­len omdat anders

[…] schild­kna­pen van toe­kom­sti­ge rid­ders zich later over hem zou­den bekla­gen en hem ver­wij­ten dat hij zulk een recht­vaar­dig pri­vi­le­ge niet gehand­haafd had.
[p.118]

Helaas voor hem had zich onder­tus­sen al een klei­ne menig­te ver­za­meld van her­berg­be­zoe­kers die meen­den hem een les­je te moe­ten leren van­we­ge zijn hals­star­ri­ge wei­ge­ring te beta­len. Zij ruk­ken hem van de ezel en sle­pen hem mee naar de bin­nen­plaats waar ze hem begin­nen te jonas­sen met behulp van een deken. Het geschreeuw van ‘de onge­luk­ki­ge Jonas’ doet Don Qui­chot omke­ren maar hij kan zijn knecht geen hulp bie­den omdat de her­berg onder­tus­sen her­me­tisch is afge­slo­ten. Pas nadat de groep uit­ge­put is laten ze San­cho gaan die al met al tevre­den is dat hij deze behan­de­ling zon­der al te veel kleer­scheu­ren heeft onder­gaan zon­der uit­ein­de­lijk te beta­len. Alleen heeft hij niet door dat de her­ber­gier zijn zadel­zak in de tus­sen­tijd ter com­pen­sa­tie had inge­pikt.

Jonas­sen. Ik heb het nog even opge­zocht. In mijn Ety­mo­lo­gisch woor­den­boek uit 1991 staat het vol­gen­de:

[iem. hori­zon­taal vast­hou­den en omhoog­wer­pen] naar Jonas (in de wal­vis)

Ver­der zoe­ken op inter­net bracht me bij dezelf­de Nico­li­ne van der Sijs die ook mee­ge­werkt had aan het Ety­mo­lo­gisch woor­den­boek van Van Dale, maar nu kwam ik uit bij het Chro­no­lo­gisch woor­den­boek waar het jonas­sen door haar aan­ge­haald wordt als een kin­der­spel met een eer­ste ver­mel­ding in het jaar 1669:

iem. met zijn twee­ën hori­zon­taal vast­hou­den en heen en weer slin­ge­ren’

Ook in het Ety­mo­lo­gisch Woor­den­boek van het Neder­lands wordt het jonas­sen aan­ge­haald:

jonas­sen ww. (NN) ‘iemand in hori­zon­ta­le hou­ding heen en weer slin­ge­ren’
Nnl. jonas­sen ‘(op een deken) op en neer gooi­en’ in toen men hem in de her­berg jonas­te [1863; WNT], ‘in een kleed of aan han­den en voe­ten heen en weer slin­ge­ren’ [1897; Woor­den­schat].

De eer­ste Neder­land­se ver­ta­ling van Don Qui­chot kwam van Lam­bert van den Bos en ver­scheen in 1657 en ver­schil­len­de her­druk­ken in de zeven­tien­de en acht­tien­de eeuw. Een meer vol­le­di­ge ver­ta­ling kwam pas beschik­baar in 1855 door C.L. Schul­ler tot Peur­sum.

Voor­al de ver­wij­zing naar het jonas­sen als iemand op een deken op en neer gooi­en toen men hem in de her­berg jonas­te klinkt in mijn oren bij­na als een recht­streeks citaat uit Don Qui­chot zon­der dat ik daar enig bewijs voor heb.

~ ~ ~

Series Navi­ga­ti­on« Geen 1 april, wel een hoop mis­ver­stan­denScha­pen zijn de nieu­we wind­mo­lens »