Zondag, 25 november 2018

Al vroeg deze ochtend was ik wakker en begon de dag met lezen in Don Quichot. Ik wil proberen om er wekelijks op de zondag weer een blogpost uit te persen want anders krijg ik dat boek nooit uitgelezen. Vandaag was hoofdstuk 18 aan de beurt en later deze dag kun je er een verslag van lezen. Nu al wil ik kwijt dat mijn oog viel op de zinsnede ‘een flinke mik brood’ en daardoor in andere sferen kwam.

Mik.

Dat herkende ik meteen als een woord gebruikt voor brood in een lang vervlogen tijd toen ik nog als kleine jongen bij mijn ouders woonde en de bakker aan huis kwam met zijn bakfiets vol brood. We zeiden dus niet ‘mik brood’ maar gewoon mik als we brood bedoelden. Misschien zelfs wel speciaal wit brood, hoewel ik me dat niet meer precies herinner.

Wat ook meteen terugkwam bij dit woord was de geur van versgebakken brood. Want de bakker kwam niet alleen langs, hij had natuurlijk ook een bakkerij met winkel. Zijn zoon zat bij mij in de klas op de lagere school en soms spraken we af om na schooltijd samen bij hem te gaan spelen. Dan liepen we achterom via de bakkerij naar de huiskamer. Dwars door al die heerlijke geuren van allerlei verschillende soorten brood. Meestal kreeg ik een ‘kontje’ brood aangereikt wat zo uit de oven kwam. Hemels.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *