Zondag, 6 januari 2019

Van­daag rende ik het­zelfde rond­je als eerder deze week op woens­dag. Het ging 2 minuten sneller. Ik had daar­na daartegen­over ook wel zo’n 2 minuten langer nodig om op adem te komen.

Tij­dens het half uurt­je (inclusief warm­ing up en cool­ing down) speelde de nieuws­brief van Elja door mijn hoofd1. Het ging over het ver­schil tussen ‘voorne­mens’ en ‘plan­nen’. Plan­nen zouden min­der ver­plich­t­end zijn, ook leuk­er. Voorne­mens of doe­len zijn dat niet. Ze voe­len meer aan als ‘moeten’.

Ik kan me daar wel bij aansluiten. Een doel zie ik zelf als een stip aan de hori­zon. Het plan is de weg naar dat gestelde doel. Vaak is iemand geneigd om nogal snel voor zichzelf een doel te stellen zon­der een duidelijk beeld te hebben of het wel real­is­tisch is. Of, nog belan­grijk­er, wat er voor nodig is om dat doel te realis­eren. ‘Ik ga stop­pen met roken!’ ‘2019 wordt het jaar dat ik ein­delijk 10 kilo ga afvallen!’ ‘Marathon van Rot­ter­dam, Here I Come!’ Wie herkent het niet?

Maar dan?

Een plan is ver­vol­gens nodig om ervoor te zor­gen dat je je doel ook daad­w­erke­lijk weet te halen. Zon­der plan is het niet meer dan als een kip zon­der kop begin­nen en maar zien waar het zal eindi­gen. Lukt het uitein­delijk niet, dan kun je alti­jd nog zeggen dat je het in ieder geval geprobeerd hebt. En je gaat over tot de orde van de dag.

Hoe anders is dit wan­neer je met een plan­ning aan de slag gaat. Je wordt dan ged­won­gen naar het totaalplaat­je te kijken waarbin­nen je de ruimte moet creëeren om je doel te ver­wezen­lijken. Een marathon lopen? Dat betekent veel kilo­me­ters mak­en. Hoe ga je dat com­bineren met werk en thuis­si­t­u­atie? Afvallen? Dan zul je toch echt inzicht moeten kri­j­gen in wat je zoal van­daag de dag eet en via welke meth­ode je denkt te gaan afvallen. Via beweg­ing, dieet, andere manier van koken? Of een com­bi­natie? En wat als je een­maal je streefgewicht hebt gehaald? Hoe bli­jf je dan op dat gewicht?

Is plan­nen leuk? Dat durf ik niet te zeggen. Wel dat het je met de neus op de feit­en drukt voor wat betre­ft een soms ondo­or­dachte uit­spraak dat je het komende jaar wel eens even dit of dat wilt gaan veran­deren. Als je dan de moeite neemt om dat tra­ject van plan­ning serieus aan te pakken zul je merken dat het in ieder geval een stuk makke­lijk­er is om ermee bezig te bli­jven. Want je hebt de con­se­quen­ties beter door­dacht, en miss­chien zelfs wel je doel voor­lop­ig wat aangepast aan de omstandighe­den. Dat motivieert.

Zelf heb ik als voorne­men om dit jaar op sportief gebied min­i­maal één lange run op de weg (15 tot 21 km) of onver­hard pad (trail­run) of met hin­dernissen (obsta­cle run, maar geen sur­vival­run) te lopen. Het plan is om de eerste drie maan­den via de drie dagen regel mijn con­di­tie en duurver­mo­gen gelei­delijk op te bouwen. Gaat dat goed dan ga ik vanaf april proberen de fre­quen­tie (indi­en nodig) te ver­hogen. Mocht ik op deze manier blessurevrij door de eerste helft van het jaar komen, dan pas ga ik op zoek naar een geschik­te run in het najaar waar ik dan spec­i­fiek voor kan gaan trainen.

En toen zat mijn rond­je ren­nen er alweer op. Dank voor de inspi­ratie Elja!

~ ~ ~

Bij toe­val kwam ik van­daag bij mijn Oud­er­lijk huis terecht, een blog­post die ik drie jaar gele­den heb geschreven. Het ging over een bezoek aan mijn oud­ers die toen alweer enkele jaren in hun nieuwe huis­je woon­den. Elke keer dat ik er op bezoek ben voel ik iets van heimwee naar het vorige huis waar ik mijn jeugd heb doorge­bracht maar waar ik niet meer terecht kan. Afgesne­den van mijn jeugd, zo voelt het. Onder de blog­post bij de reac­tie schreef ik dat op twit­ter iemand het vol­gende citaat had gedeeld naar aan­lei­d­ing van deze blog­post:

Het treurig­ste gevoel dat ik ken, is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat.’ — Rudy Kous­broek

Zojuist las ik in Mooi doo­dliggen van A.F.Th. van der Hei­j­den de vol­gende opmerk­ing:

Een Ned­er­landse schri­jver zei ooit: ‘niets treuriger dan de weg te weten in het huis van je jeugd… als het al lang afge­bro­ken is. Het zou een argu­ment voor Unesco moeten zijn tegen de sloop van door­leefde woon­huizen.’
‘Jawel, maar de plat­te­grond zit ste­vig in je kop ver­ankerd. Je hoort de stem­men van de bewon­ers en bezoek­ers nog, com­pleet met veran­derende akoestiek van kamer tot kamer… de echo van een leren bal stu­iterend door de hoge gang. Het gemis maakt con­touren en gelu­iden scher­p­er, omdat ze niet langer afhanke­lijk zijn van bak­steen, hout, stuck­w­erk.’
[p.268]

Het ver­schil met mijn oud­er­lijk huis is dat het nog wel degelijk bestaat. Alleen kan ik er niet meer bij. Het is niet meer van ons. Dus het gevoel is gro­ten­deels gelijk. Je moet het doen met de herin­ner­in­gen die je hebt die wat mij betre­ft nooit kun­nen tip­pen aan hoe het echt was. Alleen besef je dat op dat moment nooit. Alti­jd pas achter­af.

~ ~ ~


  1. Je kunt ‘m hier in z’n geheel zelf lezen. 

2 Comments

Is er niet een ver­schil tussen plan­nen (werk­wo­ord) en plan­nen (mv)? Zo ja, wat? Maar ik zie je kunt over doe­len zon­der actieplan.

Moest verder denken aan Istan­bul. In wijk waar ik woonde had je in som­mige strat­en opeens zo’n huis. Half afge­brand of half ingestort. Dat je de luie stoel nog kon zien staan.

Elders, bij de oude stad, had je hele strat­en vol van die huizen. Niet zo veilig om te komen want vol met dak­loze, rade­loze gezin­nen en tot het uiter­ste gedreven vluchtel­ing. Maar je zag hoe mooi die huizen waren geweest en hoe de straat ooit geweest was.

Las ooit een gedicht over dat de strat­en van een stad tal­loze voet­stap­pen van de dichter bevat­ten. Vond ik wel mooi.

Zoals ik het zie is de uitkomst van het pro­ces plan­nen (werk­wo­ord) dat je een plan of plan­nen (enkelvoud/meervoud) hebt om mee aan de slag te gaan om een doel te ver­wezen­lijken. Maar het is niet noodza­ke­lijk. Je kunt ook gewoon begin­nen. Zon­der plan. En zien waar je uitkomt.
Niets moet, alles kan, is nog alti­jd mijn mot­to.

Wat je beschri­jft over Istan­bul heb ik ook geho­ord van een col­le­ga die sinds een jaar bij ons werkt en voorheen alti­jd in Istan­bul heeft gewoond. In Cluj heb je ook een paar van die ver­vallen wijken, maar daar zijn ze nu zo fanatiek aan het bouwen dat die bin­nen de kort­ste keren wel verd­we­nen zullen zijn.

Dat gedicht met de voet­stap­pen van de dichter klinkt inder­daad mooi. Ik heb ernaar gezocht maar niet gevon­den. Wel iets anders wat me ook meteen aansprak => De ver­bor­ge­nen in de stad:

De ver­bor­ge­nen in de stad.
Zij die voor de mas­sa schuilen.
De een­za­men in hun stri­jd,
die hen steeds weer ver­wart.
ver­bit­ter­de een­za­men die slechts
zichzelf nog horen huilen.

Tussen de bouww­erken van de stad
wor­den lev­ens in even zovele voet­stap­pen
in een hoor­bare een­za­amheid over de straat­ste­nen
gesleten. Wie kent in de stad nog hun naam.
Ver­geten­heid en ver­dri­et; in een duaal ver­lan­gen
om te mogen het­en.

door Willem Bernar­dus Tijssen

Geef een reactie