Don Quichot kon het weer niet laten

Deze blog­post is deel 25 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel – Vier­en­twintig­ste hoofd­stuk:
Waarin het avon­tu­ur van de Sier­ra More­na ver­vol­gd wordt

De jonge­man die zo plot­sklaps en toe­val­lig vanu­it het niets in vorig hoofd­stuk tevoorschi­jn komt is inder­daad blijkens de geit­en­hoed­er de eige­naar van de spullen die Don Qui­chot en San­cho Pan­zo eerder tij­dens hun tocht door het gebergte gevon­den (en in het geval van San­cho en de goud­stukken, onrecht­matig toegeëi­gend hebben, maar vooral­snog gaat het daar (nog) niet over). Hij is in goede doen wat betre­ft med­edeelza­amheid over wat hem is voorgevallen waar­door hij gemeend heeft zijn toevlucht te zoeken diep in het meest onher­bergzame gedeelte van de Sier­ra More­na, echter allereerst wil hij eten. Veel eten. Pas daar­na zoekt het gezelschap een rustig plek­je op alwaar de jonge­man (door Cer­vantes dan weer eens ‘de haveloze Rid­der van het Gebergte’ en een andere keer ‘De Rid­der van het Stru­ikge­was’ genoemd) zijn ver­haal kan doen.

Er gaat wel een waarschuwing aan vooraf. Een­t­je die Don Qui­chot meteen doet denken aan het ver­haal over de geit­en door San­cho Pan­za. De jonge­man drukt hen op het hart hem niet in de rede te vallen, ‘want zodra ge dat doet, is mijn ver­haal uit’.

Wat vol­gt is het relaas door de eens gelukkige jonge­man van adel die al tij­dens zijn vroeg­ste jeugd ver­liefd is op de dochter uit een eve­neens rijk en adel­lijk ges­lacht. Het lijkt voorbestemd dat zij een­maal de huw­bare leefti­jd bereikt hebbend met elka­ar zullen gaan trouwen. Het lot wil echter dat de jonge­man tegen die tijd ont­bo­den wordt aan het hof van de her­tog om aldaar zijn dien­sten te bewi­jzen als fam­i­lievriend voor de zonen van de her­tog. Zo ging dat toen. De trouw­par­tij zal nog even moeten wacht­en en zow­el de aand­staande bruid als haar vad­er hebben begrip voor dit uit­s­tel van plan­nen.

Aan het hof raakt de jonge­man, waar­van we onder­tussen hebben ver­nomen dat zijn naam Car­de­nio is, goed bevriend met de tweede zoon van de her­tog. Deze is genaamd Fer­nan­do en nadat de band tussen hen meer vertrouwelijk is gewor­den biecht hij op dat hij ern­stig ver­liefd is op een waarachtig mooi boeren­meis­je waar­van de oud­ers weliswaar erg rijk zijn, maar waar­voor de her­tog nooit zijn goed­keurig zou ver­lenen mocht zijn zoon ver­zoeken om met zijn geliefde in het huwelijk te tre­den om zodoende met haar in de echtelijke sponde te kun­nen duiken (wat trouwens ook bij Car­de­nio als een van de voor­naam­ste reden meespeelde op haar de hand te vra­gen).

Omdat Car­de­nio te horen kri­jgt dat Fer­nan­do dit heimelijk toch wil door­vo­eren zit er voor hem niets anders op dat de her­tog op de hoogte te stellen. Maar Fer­nan­do heeft onder­tussen zijn lus­ten niet kun­nen bed­win­gen en met het voor­wend­sel dat zij spoedig zullen trouwen het boeren­meis­je al in het bed en uit haar kleren weten te prat­en. En zoals dat vol­gens Cer­vantes dan gaat is daarmee bij jeugdi­ge geliefdes de roman­tis­che betover­ing meteen door­bro­ken1:

[…] liefde is bij jonge mensen in de meeste gevallen geen liefde, maar begeerte, die genot als enig doel kent en daarom ophoudt als ze dat bereikt heeft. Dan moet wat zich als liefde voordeed wel wijken, want begeerte kan de grens die de natu­ur haar stelt niet over­schri­j­den, en ware liefde kent geen gren­zen.
[p.173]

Om onder zijn gelofte uit te komen en voor zijn vad­er ver­bor­gen te houden welke stom­miteit hij had begaan voor­dat Car­de­nio hem hierover zou inlicht­en komt Fer­nan­do met het idee om in de streek waar Car­de­nio geboren is een aan­tal paar­den te gaan bek­ijken en eventueel te kopen. Tegen Car­de­nio vertelt Fer­nan­do dat hij door er even tusse­nu­it te zijn wat aflei­d­ing kri­jgt en miss­chien op deze manier zijn boeren­meis­je zou ver­geten omdat hij ook wel wist dat er geen toekomst in hun relatie zat. Car­de­nio, die geen idee had dat Fer­nan­do al lang en breed het bed had gedeeld met zijn geliefde vind het een pri­ma voors­tel. En ook de her­tog stemt in.

Het is de opmaat naar nieuwe ontwik­kelin­gen want zodra de twee jonge­man­nen in de geboorteplaats van Car­de­nio arriv­eren begint Fer­nan­do meer dan gewone belang­stelling voor Lus­cin­da (de jeugdliefde en zoals gezegd aanstaande bruid van Car­de­nio) te ver­to­nen. Car­de­nio ziet dit alles lijdza­am toe en begint met toen­e­mende mate arg­waan te koesteren aan­gaande de goede bedoelin­gen van Fer­nan­do die geen gele­gen­heid onbe­nut laat elk gesprek op Lus­cin­da te bren­gen ‘al moest hij ze er bij de haren bijslepen’.

Voor­dat ons gegeven wordt duidelijkheid te kri­j­gen over hoe dit ver­haal verder ver­loopt kan Don Qui­chot zich helaas niet inhouden om de jonge­man te onder­breken, die ongelukkig genoeg ver­meld dat zijn Lus­cin­da een groot liefheb­ber is van rid­der­ro­mans. Natu­urlijk is dat dè gele­gen­heid voor Don Qui­chot om zijn ken­nis op dit gebied te delen wat hij dan ook niet nalaat om uitvo­erig te doen.

Of er een oorza­ke­lijk ver­band is wordt niet echt duidelijk maar bij de jonge­man slaan de stop­pen door en wat vol­gt is een vecht­par­tij die wan­neer de stof­wolken zijn opgetrokken duidelijk maakt dat hij zich weer uit de voeten heeft gemaakt en opnieuw ver­bor­gen houdt in deze uithoek van de Sier­ra More­na. De achterge­bleven dolende rid­der, zijn knecht en de herder zijn dan wel enkele blauwe plekken rijk­er maar zek­er niet veel wijz­er gewor­den. Wie weet gaat dat in een van de vol­gende hoof­s­tukken alsnog gebeuren. Of is zijn ver­haal nu uit?

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« De man in de bergenDe ver­beeld­ing aan de macht »

  1. En het staat daar­bij haaks op recent onder­zoek waarover ik dit week­end las in de NRC: ‘Helpt seks om een roman­tis­che relatie te begin­nen? 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets