Dinsdag, 15 januari 2019

Het is druk bij de lift. Ik moet naar de vijf­de ver­die­ping. Omdat ik jong van hart ben kies ik als alter­na­tief voor de trap. Een best wel stei­le wen­tel­trap bij nader inzien. Voor mij beklimt een vrouw op leef­tijd maar altijd nog jon­ger dan ik dezelf­de trap. Aan­van­ke­lijk best wel snel maar dat ver­an­dert al bij de eer­ste omwen­te­ling. Ook begint ze te hij­gen. Na de twee­de omwen­te­ling moet ze even uit­rus­ten en grijpt daar­bij de leu­ning aan de bin­nen­zij­de vast. Een kapi­ta­le fout want nu heeft ze vrij zicht door de spij­len op de diep­te bene­den. Het lijkt of ze bij­na onder­uit gaat van angst wan­neer ze rea­li­seert ern­sti­ge hoog­te­vrees te heb­ben.

Ik vraag of ik van hulp kan zijn. Met boven­men­se­lij­ke kracht geeft ze aan dat dit niet nodig is ter­wijl ze tree­tje voor tree­tje en zucht na zucht haar weg omhoog ver­volgt. Tus­sen de zuch­ten door laat ze weten na de der­de omwen­te­ling de trap te zul­len ver­la­ten om als­nog de lift te nemen. Laat nu net de deur bij de der­de ver­die­ping geslo­ten zijn. Gedul­dig blijf ik op haar staan wach­ten tot ze van de schrik beko­men is en vol­doen­de adem heeft om er een aller­laat­ste vier­de omwen­te­ling uit te per­sen. Dan ver­l­lat ze ein­de­lijk vol­op zwe­tend en met rood aan­ge­lo­pen gezicht het trap­pen­huis waar ze door enke­le niet toe­val­lig aan­we­zi­ge ver­pleeg­sters wordt opge­van­gen en voor de zeker­heid even op een gereed­staand zie­ken­huis­bed wordt gelegd.

Flui­tend ver­volg ik mijn tocht naar een hoge­re eta­ge alwaar ik mijn zie­ken­huis­be­zoek ga afleg­gen.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *