Hoe meer zielen, hoe meer liefdesverdriet

Deze blogpost is deel 29 van 34 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Achtentwintigste hoofdstuk:

Hetwelk handelt over het nieuw en verkwikkelijk avontuur dat de pastoor en de barbier in hetzelfde gebergte overkwam

Niet gehinderd door enige kennis verkeerde ik altijd in de veronderstelling dat het boek Don Quichot voornamelijk was opgebouwd uit vele afgeronde hoofdstukken waar iedere keer Don Quichot en/of zijn knecht Sancho centraal stonden en allerlei avonturen beleefden terwijl ze door het Spaanse land trekken. Tot een aantal hoofdstukken geleden leek mijn leeservaring overeen te komen met het beeld dat ik ervan had. Ik moet dat echter bijstellen.

Zo heel af en toe ging een verhaal over twee of soms drie hoofdstukken, maar de hoofdpersonen bleven onze twee helden. Dat is aan het veranderen sinds ze het gebergte Sierra Morena zijn binnengereden. Diep in het meest onherbergzame gedeelte komen ze in contact met de jongeman Cardenio die zich heeft afgezonderd van alles en iedereen om alleen te zijn met zijn liefdesverdriet. Wat zich precies heeft voorgevallen krijgen we we niet in één keer te horen. De informatie komt dan weer via de herders en dan weer via Cardenio zelf.

De lotgevallen van Cardenio zijn voor Don Quichot reden om zich ook plots op een gelijke manier in het liefdesverdriet te storten omdat hij parallelen ziet met roemruchte ridderverhalen uit het verleden. Sancho wordt er opuit gestuurd om bevestiging te zoeken bij Dulcinea van El Toboso dat zij (die van niets weet) gedurende de afwezigheid van Don Quichot niet op de avances van een andere aanbidder is ingegaan. Onderweg ontmoet Sancho de pastoor en de barbier uit zijn dorp die op zoek zijn naar Don Quichot omdat ze er niet gerust op zijn dat hij in staat is voor zichzelf te zorgen en hem weer terug willen brengen naar zijn kasteel.

Omdat de pastoor een idee heeft hoe ze Don Quichot kunnen misleiden om hem uit het gebergte te lokken wijst Sancho hen de weg waar zijn meester zich verschanst heeft. Op hun tocht ontmoeten ze Cardenio en krijgen ze van hem uit de eerste hand meer details te horen over zijn trieste geschiedenis, waarvan Sancho al het een en ander uit de doeken heeft gedaan. Bij aanvang van dit hoofdstuk horen ze plots een ander persoon zich beklagen over hoe onrechtvaardig en hard het noodlot een onschuldig iemand kan treffen:

“O, mijn God! Heb ik dan werkelijk de plaats gevonden voor het eenzaam graf waarin de zware last van dit lichaam, die ik zo node meedraag eindelijk rusten kan? Als de stilte dezer bergen mij niet bedriegt, is het waar. Ach ik arme, wee mij, hoeveel welkomer gezelschap dan enig menselijk wezen zullen mij deze rotsen en struiken zijn die mij toestaan met mijn klachten mijn ongeluk ten hemel te slaken, want geen sterveling ter aarde biedt mij raad in twijfel, troost in leed of hulp in nood!”
[p.202]

Het onherbergzame gebied blijkt een drukke verzamelplek te zijn voor vele slachtoffers van menig noodlottige gebeurtenis waar het de liefde betreft, want ook hier is daar sprake van zo leert het gezelschap wanneer zij contact maken met de persoon die bij een kabbelend riviertje druk doende is de voeten te wassen en hen niet had zien aankomen. Wat zij echter niet zien aankomen is dat de ongelukkige aan het water geen jongeman is maar een zeer knappe jongedame. Na enig aandringen doet zij haar verhaal en het wordt voor Cardenio al heel snel duidelijk wie zij is.

Daarvoor moeten we terug naar hoofdstuk 24 waar hij vertelde hoe zijn geliefde Luscinda nog even moest wachten voordat zij zich in de echt konden verenigen omdat Cardenio door zijn vader naar de hertog gestuurd werd om daar een tijd aan het hof te verblijven. Eenmaal aan het hof raakt Cardenio bevriend met Don Fernando, de jongste zoon van de hertog. Deze is op zijn beurt tot over de oren verliefd op de dochter van een rijke boer en heeft zijn zinnen op haar gezet ondanks dat zijn vader de hertog, indien dit hem ter ore zou komen geen toestemming zou geven voor een huwelijk omdat de boerenfamilie, hoe rijk ook geen partij voor zijn zoon zou zijn. Don Fernando weet echter het boerenmeisje in bed te praten met de belofte haar te huwen. Na gedane (seksuele) zaken maakt hij zich echter uit de voeten, het meisje met een gebroken hart en onteerd achterlatend.

Welnu, laat dat nu juist de bevallige jongedame aan de oever zijn die zij hier bij toeval ontmoet hebben. Haar naam is Dorotea en nadat zij heeft verteld hoe Don Fernando haar op slinkse wijze bedrogen heeft en vervolgens verdwenen is, ontvlucht zij met hulp van een boerenknecht haar ouderlijk huis op zoek naar haar gevlogen verleider. Enkele dagen later komt zij aan in het stadje waar ze hoort dat Don Fernando inmiddels in het huwelijk is getreden met Luscinda, de aanstaande bruid van Cardenio. Ook weet ze te vertellen wat er in de brief stond die Don Fernando bij toeval in handen kreeg toen Luscinda in katzwijm viel. De inhoud was voor hem reden om allereerst Luscinda aan te vallen terwijl ze nog buiten bewustzijn was en toen hij hiervan weerhouden werd door de omstanders zijn kersverse bruid achter te laten en te verdwijnen. Ook Luscinda vertrok in het geniep eenmaal zij weer bij kennis was, dit tot wanhoop van haar ouders.

Dorotea, die nog enige hoop had Don Fernando te vinden en hem misschien over te halen alsnog met haar in het huwelijk te treden nu de hele ceremonie met Luscinda op een fiasco was uitgelopen, moest helaas onderduiken omdat de stadsomroeper melding maakte van een beloning voor wie haar kon vinden. Ook zij trok zich terug in het Sierra Moreno gebergte waar ze allereerst lastig gevallen werd door de boerenknecht die al die tijd haar trouw vergezeld had maar nu zijn kans zag om van de situatie misbruik te maken. In de worsteling die onstond wist Dorotea met al haar kracht hem van zich af te duwen recht een afgrond in waar ze hem aan zijn lot overliet. Daarna zocht ze, verkleed als jongeman emplooi bij een veeboer die helaas voor haar op een gegeven moment achter haar ware geslacht kwam en het ook niet kon laten zijn handjes thuis te houden. Opnieuw nam ze de vlucht en trok verder het gebergte in alwaar zij zich veilig waande totdat zij ontdekt werd tijdens het wassen van haar voeten.

Het is mooi hoe je door deze veranderingen van personages die ieder op zich hun deel van het verhaal vertellen gaandeweg het totale plaatje en al wie erbij betrokken was vanuit wisselend perspectief meekrijgt. Ik had dat zoals gezegd niet verwacht toen ik dit boek ging lezen en het maakt de leeservaring alleen maar rijker. Het lijkt me dat er nog geen einde gekomen is aan deze geschiedenis die begon bij Cardenio en ik ben benieuwd hoe het verder gaat en wat voor rol deze nieuwe personages in het verdere verloop van het boek gaan spelen.

~ ~ ~

Series Navigation<< Een onverwachts ja-woordAlles komt samen >>

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *