Alles komt samen

Deze blog­post is deel 30 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

Eerste deel – Nege­nen­twintig­ste hoofd­stuk:

Het­welk han­delt over de dwaze lis­ten en lagen die men bedacht en de maa­trege­len die men trof om onze ver­liefde rid­der te ver­lossen uit de zeer strenge pen­i­ten­tie welke hij zich had opgelegd

Nadat de schone Dorotea haar ver­haal heeft gedaan hoe zij bedro­gen is door Don Fer­nan­do wil zij slechts één ding, en dat is met rust gelat­en te wor­den. Of haar toe­ho­orders miss­chien een plek weten waar zij de rest van haar lev­en in volledi­ge iso­latie kan door­bren­gen want haar schaamte is zo groot,

dat ik liev­er voor­goed in vri­jwillige ballingschap ga dan hen in het gezicht te moeten kijken met de gedachte dat zij het mijne zien, beroofd van de eer waarop zij zo vast vertrouwd hebben.
[p.213]

Tijd voor Car­de­nio om Dorotea te vertellen wie hij is en hoe zij bei­den in de luren zijn gelegd door Don Fer­nan­do. Het ver­rassende is dat deze onthulling en het samen­voe­gen van hun ver­halen er toe lei­dt dat zij tot de over­tuig­ing komen dat zij wellicht hun lot­gevallen toch nog een posi­tieve wend­ing kun­nen geven.

Zo geeft de uit­leg van Dorotea dat de lief­tal­lige Lus­cin­da weliswaar haar ja-woord had gegeven maar tegelijk­er­ti­jd op schrift had gesteld dat haar ware echtgenoot alleen maar Car­de­nio kan zijn gecom­bi­neerd met alle beloftes door Don Fer­nan­do gedaan dat hij hoe dan ook met Dorotea zal huwen hen de hoop dat

de Hemel ons nog teruggeeft wat ons eigen is; het is immers nog onver­let en en nog geen­szins beschadigd of in vreemde han­den overge­gaan.
[p.214]

Car­de­nio zweert Dorotea dat hij er alles aan zal doen wat in zijn macht ligt om Don Fer­nan­do ‘zijn plicht jegens u te erken­nen’.

De pas­toor en de bar­bi­er zijn het hier vol­mondig mee eens en stellen voor dat het dan ver­standi­ger is het gebergte te ver­lat­en om terug in de bewoonde wereld te bespreken wat eventuele ver­vol­gstap­pen kun­nen zijn. Wat hen brengt op de reden waarom zij naar deze ver­lat­en plek zijn gereisd want Dorotea is natu­urlijk niet op de hoogte van het feit dat er zich buiten Car­de­nio en haarzelf nog iemand heeft teruggetrokken om alleen te zijn, en dat is nie­mand anders dan Don Qui­chot.

Een korte uit­leg vol­staat voor Dorotea om aan te bieden dat het veel beter is dat zij de rol van wan­hopige maagd overneemt om Don Qui­chot met een of andere smoes mee te lokken uit het gebergte zodat hij wan­neer zij een­maal in het dorp terug zijn de hulp kan kri­j­gen die hij ten zeer­ste nodig heeft.

Het plan pakt goed uit. Dorotea hijst zich in een jurk die zij bij zich had en de bar­bi­er plakt een baard op gemaakt van een paar­den­staart en samen met San­cho Pan­za voeren ze een mooie show op die ertoe lei­dt dat Don Qui­chot onver­wi­jld zijn spullen pakt om de reis te aan­vaar­den richt­ing Micomicón, het land waar Dorotea beweert van­daan te komen alwaar vol­gens San­cho ‘alleen maar een grote reus afges­lacht’ moet wor­den.

Car­de­nio en de pas­toor hebben onder­tussen te voet bin­nen­door een route genomen die hen het vier­tal doet ont­moeten bij het ver­lat­en van het gebergte. De pas­toor is wel zo ver­standig om Car­de­nio van een ver­mom­ming te voorzien omdat hij ver­moed dat Don Qui­chot arg­waan kri­jgt, maar zelf pre­sen­teert hij zich aan de ver­baas­de rid­der in zijn ware gedaante met de med­edel­ing dat hij al tij­den op zoek was naar hem omdat iedereen in het dorp ongerust was nu ze al zo lang niets van hem geho­ord had­den.

Don Qui­chot heeft geen reden om aan dat ver­haal te twi­jfe­len, wel vraagt hij de pas­toor waarom die zo licht gek­leed is gezien de barre omgev­ing. De pas­toor, die moeil­ijk kan vertellen dat hij zijn kled­ing aan Car­de­nio gegeven heeft, herin­nert zich het ver­haal van San­cho dat Don Qui­chot een tijd gele­den enkele vero­ordeelde boeven heeft bevri­jd van hun begelei­ders en verzint een ver­haal dat zij over­vallen zijn door een bende ontsnapte mis­dadi­gers. Een ver­haal waar Don Qui­chot wijselijk maar niet verder op ingaat.

Bij­na mis­lukt hun hele opzet nog wan­neer de bar­bi­er van zijn ezel valt en daar­bij zijn aange­plak­te baard ver­li­est, maar het is opnieuw de pas­toor die met veel tegen­wo­ordigheid van geest de sit­u­atie weet te red­den.

Aldus trekken zij verder richt­ing het dorp waar de pas­toor hoopt Don Qui­chot de hulp te kun­nen bieden die noodza­ke­lijk is en waar hij Car­de­nio en Dorotea raad zou kun­nen ver­schaf­fen hoe in con­tact te komen met Don Fer­nan­do en Lus­cin­da.

San­cho Pan­za was bezig met heel andere zak­en. Sim­pel van geest is hij net als Don Qui­chot hele­maal over­tu­igd van het ver­haal door Dorotea opgedist dat zij hen nodig heeft om Micomicón te bevri­j­den van de kwaadaardi­ge reus. Hij schat de kansen van Don Qui­chot hoog in om deze reus te ver­slaan en ziet het als een logisch ver­volg dat Don Qui­chot daar­na met Dorotea zal huwen. Als trouwe schild­knaap zal hem dan vol­doende beloning ten deel vallen bijvoor­beeld in de vorm van een deel van het gebied waarover hij kan heersen, wat alleen wel een nadeel heeft, namelijk

dat dit koninkrijk in het negerland lag en dat het volk dat hij te regeren kreeg bijgevolg negers waren; maar daar ver­zon hij in zijn ver­beeld­ing ter­stond een prachtige oploss­ing voor en hij zei tot zichzelf: ‘Wat geeft het of mijn onder­da­nen negers zijn? Ik hoef ze immers maar in te laden en naar Span­je te ver­schep­en, waar ik ze verkopen kan en ze mij in klink­ende munt betaald wor­den. […] Zo waar God leeft, dat zal ik wel eens opknap­pen, en groot en klein, hoe het valt, en zo zwart als ze zijn, ik kri­jg er wel blank of goud voor.’
[p.218]

Het is te hopen voor de fic­tieve bewon­ers van Micomicón dat hen voor­lop­ig de komst van Don Qui­chot en San­cho Pan­za bespaard zal bli­jven.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Hoe meer zie­len, hoe meer liefdesver­dri­etDon’t men­tion the rid­der­schap! »

Geef een reactie