Walkkeeper

De laat­ste upda­te was van 27 maart 2019. Een afstand van 7,77 kilo­me­ter. Deze och­tend liep ik de helft. Ik heb het over de Run­kee­per app die ik al een hele tijd nood­ge­dwon­gen niet meer gebruikt had. Nu bedacht ik me dat het wel han­dig was om ‘m ook bij mijn geplan­de dage­lijk­se wan­de­lin­gen te gebrui­ken. Zodat ik zie of ik daad­wer­ke­lijk pro­gres­sie maak de komen­de weken.

Het plan was om het rond­je ach­ter ons huis te gaan lopen. Dat zou vol­gens mij iets meer dan 3 kilo­me­ter moe­ten zijn. Pre­cies wist ik het niet meer, maar een paar hon­derd meter meer of min­der zou geen pro­bleem moe­ten zijn. Gis­ter had ik er ook al mini­maal 2 kilo­me­ter zon­der pro­ble­men opzit­ten, dus de lat mocht best wel wat hoger. Mocht het als­nog tegen­val­len dan kon ik de eer­ste kilo­me­ter op mijn schre­den terug­ke­ren. Daar­na werd dat wat las­ti­ger.

Bij de aan­leg van het zon­ne­park sloeg ik links­af. Het veld waar de zon­ne­pa­ne­len gaan komen is inmid­dels al hele­maal vol­ge­bouwd met vele paal­tjes die als onder­steu­ning moe­ten die­nen. Er wordt voor mijn idee dag en nacht aan gewerkt. Behal­ve op de zon­dag is het er ver­la­ten. Erg benieuwd hoe het er over een week­je bij­staat. Ik zal dan ook pro­be­ren een iets over­zich­te­lij­ke foto te maken want ik zie nu pas dat op de foto hier­on­der niet echt dui­de­lijk te zien is hoe groot het gaat wor­den.

Nadat ik de eer­ste kilo­me­ter er op had zit­ten sloeg ik opnieuw af naar links. Naast me in de wei ston­den een hoop paar­den van de mane­ge een stuk ver­der­op, maar ook enke­le koei­en. Niet de nor­ma­le bon­te gevlek­te koe, maar exem­pla­ren die ofwel hele­maal wit of bruin waren. Eigen­lijk ston­den ze net iets te ver weg om ze goed te bekij­ken en ook nog eens tegen de zon zodat ik ze niet goed kon foto­gra­fe­ren. Afijn, koei­en in de wei maken me altijd blij. Van­daar de foto’s.

Bij de vol­gen­de bocht had ik een mooi uit­zicht op de ‘bos­rand’ waar­ach­ter ergens ons huis staat. Ik was zo goed als op de helft en het ging lek­ker. Over­moe­dig gewor­den begon ik stie­kem te bere­ke­nen hoe lang ik nog had voor de 28 kilo­me­ter lan­ge trail­run in sep­tem­ber van start zou gaan. Kon ik mis­schien toch nog mee­doen?

Een paar hon­derd meter ver­der voel­de ik wat opspe­len in mijn lies en waren al die wei­nig rea­lis­ti­sche gedach­ten aan de trail­run met­een ver­dwe­nen. Had ik iets gefor­ceerd? Liep ik te snel? In een lang­za­mer tem­po ver­volg­de ik mijn weg. Ik voel­de ver­der niets geks meer in mijn lies. Loos alarm?

Bij het een-na-laat­ste rech­te stuk pas­seer­de ik een vlag. Geen finis­h­vlag, maar een­tje die elke dag gehe­sen wordt naast het ker­sen­kraam­pje. Er stond een ste­vi­ge wind die ik nu in de rug had en me de laat­ste meters op vleu­gels naar huis droeg. En dat was maar goed ook want ik was eer­lijk­heids­hal­ve rede­lijk moe bij aan­komst. Of mis­schien niet echt moe, doch de benen had­den wat rust nodig na de lan­ge peri­o­de van wei­nig bewe­ging.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *