Wie mij een beetje volgt weet dat ik regels en struktuur nodig heb. Niet bij alles, maar onder (veel) andere wel bij het lezen van boeken en sporten. Zonder die struktuur is het te vrijblijvend en doe ik minder dan wanneer ik die regels probeer te volgen. Misschien vervelend, maar als je er eenmaal aan gewend bent dan weet je niet beter. Alleen laat ik de boel regelmatig versloffen zonder dat ik het goed in de gaten heb. Zo gaat het hardlopen na mijn LBO niet zoals ik voor ogen had. Daarom werd het tijd voor iets nieuws.

Op de zondag was ik gewend om minimaal tien kilometer te gaan rennen. Dat is er tot nu toe nog niet van gekomen. Vandaag heb ik daar verandering in gebracht door het introduceren van enkele nieuwe regels:

  • Ik begin in een rustig tempo en loop naar mijn vaste vertrekpunt bij het bruggetje over de Linge. Dat is een afstand van 300 meter.
  • Bij het bruggetje neem ik de tijd voor een goede warming up met voldoende rek- en strekoefeningen. Hiervoor zet ik wel de tijdwaarneming uit.
  • Dan is het tijd voor het ‘echte’ werk. De tijdwaarneming gaat weer aan en ik vertrek voor de tien kilometer in een tempo dat minimaal 6 minuten per kilometer bedraagt. (Waarbij ik de eerste paar keer de lat iets lager leg en 6.15 min/km ook nog goed genoeg is).
  • Dit probeer ik zo lang mogelijk vol te houden. Pas wanneer mijn tempo boven de 6 min/km komt is het over en moet ik stoppen om wat te rusten en oefeningen te doen. Het maakt dus niet uit of dat al na één kilometer of pas na zeven kilometer gebeurt. Hoe dan ook is langzamer lopen dan 6 min/km het sein om even halt te houden.
  • Het idee van dit eerste stuk is om snelheid in mijn duurloop van tien kilometer te krijgen. Het uitlopen van tien kilometer is één ding, maar ik wil het uiteindelijk wel in een fatsoenlijke tijd doen. Mijn streven is om onder de 55 minuten uit te komen.
  • Na de rust die ik heb genomen nadat ik een eerste ‘snelle’ stuk achter de rug heb mag ik de rest van de tien kilometer uitlopen zoals ik zelf wil. Heb ik voldoende puf na de rust dan houdt niemand me tegen om weer lekker op volle kracht verder te gaan, maar het is geen probleem om in een joggend tempo de run te hervatten. Er is slechts één regel vanaf dit punt: de tien kilometer moet uitgelopen worden, en had ik er al meer dan 8 of zelfs 10 kilometer opzitten op het moment dat ik de eerste keer stilval, dan nog moet ik minimaal twee kilometer uitlopen als een soort van cooling down.
  • Op deze manier hoop ik langzaam maar zeker de snelheid op te voeren en dat ook langer vol te houden, en tegelijkertijd elke zondag minimaal een afstand van tien kilometer of meer te lopen.

Het mooie is dat het me deze ochtend meteen gelukt is om de tien kilometer uit te lopen en ongemerkt heb ik ook nog eens de ‘brug naar brug’ route volbracht die vorige week zondag nog een brug te ver bleek te zijn. Zo zie je maar hoe enkele simpele regels voor mij tot hulp kunnen zijn. Ik heb er ook alweer wat verzonnen om mijn stilgevallen leestempo op te krikken.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top