Drievoudig geluk

In de rea­der Dui­ze­ling­wek­kend: Euro­pe­se cul­tuur rond 1900 kwam ik van­daag een mooi frag­ment tegen uit de roman Meta­mor­fo­ze geschre­ven door Louis Cou­pe­rus:

Het geluk van het kun­nen vor­men van zijn gedach­ten, het geluk ze in woor­den te kun­nen vat­ten, en het geluk die woor­den uit te kun­nen schrij­ven, […] het geluk van het wor­den der woor­den, van het open­plooi­en der zin­nen, zoo vreemd en zoo onver­mij­de­lijk gewe­ven, diep in de gedach­te, die bij­na onbe­wust de zil­ve­ren dra­den spint, ter­wijl de pen ze nabor­duurt, vreemd, onei­gen­lijk, door onbe­ken­de macht beheer­scht — als ara­besk: het geluk, dat het der­de is, omdat het niet meer ziel is als gehéel, en vorm wordt en stof: hoe ethe­risch ook, toch stof al, en vorm: kunst

Nooit eer­der heb ik iets van Cou­pe­rus gele­zen. Althans niet dat me bij­staat. Deze week zag ik hem een paar keer voor­bij­ko­men in het stu­die­ma­te­ri­aal met betrek­king tot kunst en lite­ra­tuur rond­om de eeuw­wis­se­ling van 1900. Het was voor mij nog geen aan­lei­ding om iets van hem te gaan lezen. Er ligt al zoveel op me te wach­ten.

Van­daag ech­ter is dat anders. Ik lees nu door de tek­sten die gaan over het kolo­ni­a­lis­me en opnieuw is er aan­dacht voor Louis Cou­pe­rus. En wel van­uit ver­schil­len­de rich­tin­gen. Het boven­ver­mel­de frag­ment staat in een arti­kel dat voor­na­me­lijk gaat over Jan Toor­op en de door de tijd heen ver­schui­ven­de wij­ze waar­op zijn Indi­sche ach­ter­grond mee­ge­no­men wordt in de dui­ding van zijn kunst. Meta­mor­fo­ze, waar­voor hij het boek­om­slag had ont­wor­pen, wordt aan­ge­haald als een voor­beeld van illu­stra­ties met motie­ven en stijl­ken­mer­ken uit ‘de Oost’.

Terug naar het aan­ge­haal­de frag­ment. Dat spreekt me heel erg aan. Voor­al het eer­ste gedeel­te:

Het geluk van het kun­nen vor­men van zijn gedach­ten,

het geluk ze in woor­den te kun­nen vat­ten,

en het geluk die woor­den uit te kun­nen schrij­ven.

Hoe her­ken­baar. Bij het schrij­ven van een blog­post loop ik er zelf altijd naar te zoe­ken. De wor­ste­ling om eni­ge struc­tuur in mijn wil­le­keu­ri­ge en vluch­ti­ge gedach­te­spin­sels te krij­gen. Er ver­vol­gens woor­den voor te vin­den die een poging doen mijn gedach­ten weer te geven. En dan daar­na de meest­al tot mis­luk­king gedoem­de exer­ci­tie de woor­den vast te leg­gen. Want te vaak zijn ze alweer ver­dwe­nen naar onbe­ken­de oor­den ter­wijl ik als een razen­de zit te typen. Om nooit meer weer­om te keren.

Daar­om geeft het een wel­haast eufo­risch gevoel wan­neer alles eens samen­valt. Dat het me lukt een blog­post te schrij­ven die hele­maal klopt. Waar­in ik terug kan lezen wat ik eer­der zelf in die vorm gedacht had.

Groot is daar­na de teleur­stel­ling dat drie­vou­dig geluk niet per­ma­nent aan­we­zig blijft. Het is voor­be­hou­den aan die ene blog­post. Elke keer weer begin je bij nul geluk.

2 Antwoorden op “Drievoudig geluk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *