De duizelingwekkende jaren – Inleiding

Deze blogpost is deel 12 van 16 in de serie Cultuurwetenschappen
Jacques-Henri Lartigue, 1912 Automobil Delage

Het studiemateriaal bij de Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen bestaat naast een reader ook uit het boek De duizelingwekkende jaren geschreven door Philipp Blom. Met als ondertitel ‘Europa 1900-1914’. Van het boek hoeven we maar ongeveer de helft te lezen. De inleiding en acht van de vijftien hoofdstukken. Ik kon het niet laten om ook de andere hoofdstukken te lezen. In deze blogpost sta ik stil bij de inleiding.

Blom begint de inleiding met een anekdote over een jongeman die in 1912 aan de kant van de weg staat om een foto te maken van de voorbijrazende auto’s die deelnemen aan de Franse Grand Prix. Wat hem betreft is zijn poging mislukt als hij later het resultaat ziet. De wagen staat er half op en de achtergrond is niet scherp en vervormd.

Hij bergt de foto weg. Zijn naam is Jacques-Henri Lartigue. Het beeld dat hij mislukt acht, zal veertig jaar later worden tentoongesteld en hem beroemd maken. Het toont precies de opwinding, de energie en de snelheid die zo belangrijk waren voor de jaren van de eeuwwisseling en de herfst van 1914.

De duizelingwekkende jaren, p.11

Dit is typerend voor de aanpak die Blom gehanteerd heeft bij dit boek. Bij aanvang van ieder hoofdstuk zien we iets dergelijks terugkomen. Een pakkende gebeurtenis uit de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog die symbool staat voor het onderwerp of thema dat in het betreffende hoofdstuk aan bod komt.

Voor deze inleiding heeft de anekdote tot doel te laten zien dat de beginperiode van de twintigste eeuw niet gezien moet worden als een verlengstuk van de negentiende eeuw die doorliep tot aan het uitbreken van de oorlog. Voor de mensen die rond 1900 leefden, zo betoogt Blom zou dit nostalgische beeld van de goede oude tijd of belle époque niet overeenkomen met hun ervaringen. Vervolgens schetst hij in het kort een aantal kenmerken die toen al typerend waren voor de verandering die was ingezet:

  • snelle technologische veranderingen
  • nieuwe ongekende communicatiemiddelen
  • voortschrijdende globalisering
  • ingrijpende sociale veranderingen
  • allesomvattende consumptiemaatschappij

De wereld was ontegenzeggelijk in alle facetten van het leven sneller en moderner geworden maar dat had naast allerlei positieve verworvenheden die nog maar kort daarvoor ondenkbaar waren geweest ook een keerzijde. De snelheid ging velen te snel. Het werd als angstaanjagend ervaren, zeker als de maatschappelijke veranderingen die ermee in gang werden gezet niet strookten met het vertrouwde beeld of de positie van diegenen die erdoor geraakt werden. Houvast verdween, maar het was onduidelijk wat ervoor in de plaats zou komen en dat bracht een hoop onrust en nervositeit met zich mee.

Kortom, het is duidelijk dat Philipp Blom in de inleiding er al op uit is ons te overtuigen van het feit dat de oorsprong van onze huidige technologische en moderne samenleving zijn oorsprong toch echt heeft in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog en niet erna. En daarom roept hij de lezer op mee te doen aan een gedachtenexperiment bij het lezen van zijn boek:

stel u voor dat in bibliotheken overal ter wereld een plaag van even vraatzuchtige als selectieve boekwormen alle boeken en foto’s, films en andere documenten over de jaren tussen juli 1914 en 2000 onherstelbaar zou hebben beschadigd. […] Stel u voor dat u de jaren 1900 tot en met 1914 zou kunnen bekijken zonder dat de slagschaduw van de toekomst een duister licht werpt op hun historische heden, als een moment van leven met alle complexiteit en contradicties die daarbij horen, met een toekomst die openligt, precies zoals die jaren zijn beleefd door de mensen uit die tijd.

De duizelingwekkende jaren, p.15

Waarom niet?, zou je misschien geneigd zijn te denken. Of misschien vindt je wel van jezelf dat je dit altijd al doet. Dat was in ieder geval wel mijn eerste ingeving toen ik deze oproep las. Maar toen ik er over ging nadenken moest ik toch wel bekennen dat het veel eerder heel normaal is om het juist niet te doen. En misschien is het wel onmogelijk om het anders te doen. Want we dragen die informatie en kennis nu eenmaal met ons mee. De een wat meer dan de ander, maar toch. Hoe kun je daar aan voorbij gaan zodat je je onbevooroordeeld en zonder voorkennis van wat hun te wachten staat kunt verplaatsen in de mensen die toen leefden?

Philipp Blom geeft nog een tip. Wees even onbevangen als de fotograaf uit de anekdote waarmee hij begint.

Ook al leidt dat misschien tot een vervormd resultaat, een subjectief beeld dat alleen een deel van de werkelijkheid kan vangen, toch is dat de beste manier om de snelheid, de urgentie, de onbevangheid van het leven in die tijd vast te leggen.

De duizelingwekkende jaren, p.14

Geen garantie tot succes maar ik ga het proberen.

Stel je voor dat je de jaren 1900 tot 1914 zou bezien zonder de schaduw die de gruwelijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw daarover geworpen hebben. Stel je voor dat je niets wist van de Somme, van Stalingrad, Auschwitz, Hiroshima, dat de toekomst nog open en oningevuld zou zijn.

Zo beschrijft Blom die veertien jaren: zoals ze beleefd zijn in al hun complexiteit en tegenstrijdigheid en met de bijbehorende hoop en vrees. Hoe zag Frankrijk eruit in 1900, ten tijde van de Wereldtentoonstelling? Wat hield de Engelsen bezig in het jaar waarin koningin Victoria stierf? Blom beschrijft de industriële ontwikkeling en de aanzienlijke versnelling waarin de wereld vervolgens raakte. De twintigste eeuw is niet begonnen in de loopgraven, maar in de duizelingwekkende jaren die eraan voorafgingen. Blom betrekt de literatuur en de beeldende kunst erbij en brengt zodoende het verleden op een buitengewoon aantrekkelijke wijze tot leven.

De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914
Philipp Blom
De bezige bij
ISBN 978023460022

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *