Een korte onderbreking voordat er drie levens eindigen

Deze blogpost is deel 36 van 38 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Vijfendertigste hoofdstuk:

Hetwelk handelt over het heldhaftig en vervaarlijke gevecht dat Don Quichot voerde met enige zakken rode wijn, en waarin tevens een einde komt aan het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige

Je zou het haast vergeten na bijna drie hoofdstukken waarin hoofdzakelijk de lotgevallen van Anselmo, Lotario en Camila centraal stonden, maar dit boek heeft toch echt Don Quichot als hoofdpersoon. In hoofdstuk 32 is er voor hem snel een kamer in gereedheid gebracht zodat hij eens goed kon uitrusten terwijl de rest van het gezelschap zich naar de eetkamer begaf voor een welverdiende maaltijd. Naderhand bleef de groep gefascineerd luisteren naar het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige zoals dat werd voorgelezen door de pastoor.

Maar onze held is alive and kicking want juist nu, zo goed als aan het eind van dat verhaal duikt plots Sancho Panza op die luidkeels de pastoor wist te overstemmen met de hulpkreet dat Don Quichot in een zwaar gevecht op leven en dood gewikkeld was met de reus die het op prinses Micomicona gemunt zou hebben. Dat deze reus en prinses Micomicona verzonnen waren om Don Quichot weg te lokken uit zijn zelfverkozen isolement in de bergen hebben we eerder kunnen lezen. Een geslaagde actie met helaas als negatieve bijkomstigheid dat onze goedgelovige ridder er vast van overtuigd was dat hier niets van gelogen was en hij daadwerkelijk de aangewezen persoon is om orde op zaken te stellen.

Wel vreemd dat deze reus dan toch opduikt zo ver van de plek waar hij normaal gesproken de boel onveilig maakt. En om het betoog van Sancho kracht bij te zetten dat zijn meester belaagd werd klonk er een hoop kabaal vanaf de bovenverdieping zodat niemand er meer aan twijfelde dat er wel degelijk iets aan de hand was op de slaapkamer van Don Quichot. Het was alleen de laatste opmerking van zijn trouwe knecht die weer eens opnieuw liet blijken dat hij zelf net zo van de realiteit was afgedwaald als zijn dolende meester:

Blijft u nou niet staan luisteren maar gaat u naar binnen om ze van elkaar af te halen of mijn heer te helpen; alhoewel dat wel niet meer nodig zal wezen want de reus is vast en zeker al een lijk en geeft God rekenschap van het verdorven leven dat hij geleid heeft; ik heb zelf gezien hoe het bloed over de grond stroomde en zijn afgehakte hoofd in een hoek rolde: het is wel zo groot als een flinke wijnzak.

Don Quichot, p.262

Het was de waard die meteen de tegenwoordigheid van geest had te concluderen dat hier niet een reus slachtoffer was geworden van de daadkracht getoond door Don Quichot maar zijn voorraad wijn die op dezelfde kamer lag opgeslagen in zakken waar hij ook zo gastvrij was geweest de ridder een slaapplek te bieden. En inderdaad waren ze allen niet veel later getuige van een slaapwandelende Don Quichot die verwoed bezig was met een scherp zwaard de vele zakken wijn te doorsteken. Slechts met veel moeite konden de pastoor en Cardenio tussenbeide komen voordat de waard en zijn niet langer genode gast elkaar de herberg uit zouden vechten. Niet dat Don Quichot er wakker van werd.

Het was ook de pastoor die, nadat ze Don Quichot weer in bed hadden weten te krijgen, moest beloven voor de schade garant te staan voordat de algehele rust weer enigszins was teruggekeerd. De hoogste tijd voor hem om het resterende gedeelte voor te lezen van de Ongepast Nieuwsgierige.

Ook over het huwelijksleven van Anselmo en Camila was de rust neergedaald na alle consternatie die Anselmo het definitieve vertrouwen had gegeven dat zijn vrouw hem nooit had en nooit zou bedriegen met een ander. Zijn plan was geslaagd zonder dat hij doorhad hoezeer hij zelf was bedrogen. Dat Camila afstandelijk deed richting Lotario, en Lotario voor de vorm liet blijken wat minder op bezoek te zullen komen omdat Camila hierdoor te zeer van streek zou raken, was allemaal niet nodig. Anselmo wilde er niet van weten en

op die wijze werd Anselmo op duizenderlei wijze de bewerker van zijn schande, terwijl hij dacht dat hij het van zijn geluk was.

Don Quichot, p.264

Zo had dit nog jaren door kunnen gaan, maar het noodlot sloeg alsnog toe en maakte vele slachtoffers. Op een kwade avond meende Anselmo geluid te horen in de kamer van Leonela, de dienstmeid van Camila. Haar mannenbezoek wist nipt te ontsnappen maar Anselmo dreigde haar te doorboren met een mes als zij niet bereid was te vertellen wie er uit het venster was gesprongen. Leonela wist in paniek niets anders te verzinnen dan dat zij Anselmo dingen kon vertellen ‘van meer belang dan u kunt vermoeden.’ Daartoe zou zij echter pas de volgende ochtend toe in staat zijn want het hele gedoe had haar veel te overstuur gemaakt en ze moest eerst tot rust zien te komen.

Anselmo ging daarmee akkoord maar sloot Leonela voor de zekerheid wel op in haar kamer. Tegen zijn vrouw vertelde hij het voorval in geuren en kleuren inclusief de belofte van haar dienstmeid dat zij morgenvroeg enkele bijzondere zaken zou onthullen. Voor Camila was het duidelijk dat haar relatie met Lotario niet langer een geheim zou blijven. Midden in de nacht toen Anselmo in diepe slaap was glipte zij het huis uit om hulp te zoeken bij Lotario. Die wist niets beter te verzinnen dan haar naar een klooster te brengen en zelf de hielen te lichten.

De volgende dag was Anselmo zo benieuwd naar wat Leonela hem zou vertellen dat hij in zijn haast niet doorhad dat Camila niet langer in de echtelijke sponde lag. Wat hij wel snel genoeg doorhad was dat Leonela via het venster was ontsnapt met behulp van aan elkaar geknoopte lakens. Terug in zijn slaapkamer bemerkte hij nu pas dat Camila in geen veld of wegen te bekennen was. Ook Lotario bleek spoorloos te zijn toen hij hem ten einde raad ging opzoeken. Eenmaal weer terug thuis waren al zijn knechten en bedienden bovendien met de noorderzon vertrokken.

Het zou een passend einde zijn geweest aan een vreemd verhaal van een man die de ultieme test voor zijn vrouw bedacht had en daar zelf aan ten onder was gegaan. Maar het ging verder. En ik kan jullie vertellen dat het met Anselmo, Camila en Lotario alledrie slecht afloopt getuige de slotzin die als volgt luidt:

Zo eindigde het leven van deze drie, een einde ontstaan uit een onbezonnen begin.

Don Quichot, p.266

Voor de verandering laat ik het eens hierbij. Mocht je nieuwsgierig zijn hoe zij precies aan hun einde komen dan raad ik je aan om de laatste bladzijdes van het vijfendertigste hoofdstuk zelf te lezen en lees dan ook meteen hoofdstuk zesendertig want daar ga ik volgende week zondag mee verder. Tot dan!

~ ~ ~

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *