20210503

Lezen — Fic­tie: 
Anna Kare­ni­na, Tol­stoj (blz. 491–500): Anna her­stelt maar dat geldt niet voor de rela­tie met haar man. Ste­pan Arkadje­witsj komt op bezoek om te bemid­de­len. In een per­soon­lijk gesprek met haar broer geeft Anna wan­ho­pig aan hoe uit­zicht­loos haar situ­a­tie is:

Ik heb wel eens gehoord, dat vrou­wen hun man zelfs lief­heb­ben om zijn ondeug­den, begon Anna plot­se­ling, maar ik haat de mij­ne om zijn deugd. Ik kan niet met hem samen­le­ven. Begrijp het toch, ik krijg een fysiek gevoel van afkeer, als ik hem alleen maar zie, ik raak bui­ten mezelf. Nee, ik kan niet met hem leven. Ik kan het niet. Wat moet ik doen? Ik ben onge­luk­kig geweest en ik dacht, dat het onmo­ge­lijk was nog onge­luk­ki­ger te zijn, maar hoe had ik mij ooit kun­nen voor­stel­len, dat ik mij zo ramp­za­lig zou voe­len! Kun je gelo­ven, dat ik hem haat, ter­wijl ik toch weet, dat hij een bui­ten­ge­woon goed en hoog­staand mens is, dat ik niet half zoveel waard ben als de nagel van zijn pink? Ik haat hem om zijn groot­moe­dig­heid. En er blijft mij niets anders over dan… 

blz. 495

Toen op 3 mei:
2020 — Ik zag een grau­we gans en hoor­de bij­en.
2019 — Ik zag een groe­ne specht en zocht ‘m op in de vogelat­las.
2015 — Ik stel­de een 50books vraag.
2014 — Ik las een ver­haal van Mar­te Kaan en moest den­ken aan vroe­ger.
2010 — Ik las over een boek van Peter Loven­heim en mijn fan­ta­sie sloeg een beet­je op hol.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *