Op twit­ter zag ik een oproep om een crowd­fun­ding te steu­nen voor The Euro­pean Review of Books. Door­ge­klikt naar Kick­star­ter zag ik dat de actie bij­na afge­lo­pen was maar nog niet het beoog­de bedrag had ver­za­meld om daad­wer­ke­lijk het tijd­schrift later dit jaar te kun­nen lan­ce­ren. Ik hoef­de niet lang na te den­ken om ook een finan­ci­ë­le bij­dra­ge te leve­ren. Hope­lijk gaat het de ini­ti­a­tief­ne­mers luk­ken het streef­be­drag bin­nen de gestel­de ter­mijn bin­nen te halen.

The Euro­pean Review of Books will be a new magazine—a modern répu­bli­que des let­tres—in English and in a writer’s own ton­gue, for wri­ting that ele­va­tes and wri­ting that revels & romps. In print three times a year, onli­ne eve­ry week.


Wat wij zagen, Han­na Ber­voets (blz. 1–41):
Ik heb de lang­lo­pen­de lees­er­va­ring van Anna Kare­ni­na en Wolf Hall tij­de­lijk onder­bro­ken om de boe­ken­week­boe­ken te lezen. Eer­der deze week las ik De geno­ci­de­fax en nu is het de beurt aan Wat wij zagen. Hoofd­per­soon Kayleigh wordt bena­derd door advo­caat Sti­tic die bezig is met een recht­zaak namens een groep oud-collega’s tegen hun voor­ma­li­ge werk­ge­ver. Kayleigh gaat hier ondanks her­haal­de pogin­gen van Sti­tic niet op in, tot­dat ze besluit haar ver­haal op papier te zetten:

Ik schrijf u dan ook met een voor­stel. Zie het als een deal, een schik­king. Ik ver­tel u over mijn maan­den bij Hexa, over mijn werk­zaam­he­den, de regels, de berucht erbar­me­lij­ke werk­om­stan­dig­he­den; din­gen, kort­om, die u onge­twij­feld inte­res­se­ren.
Daar­na zal ik u uit­leg­gen waar­om ik bij Hexa ben weg­ge­gaan. Ik heb dat nooit aan iemand ver­teld maar ik zal eer­lijk zijn, gewoon eer­lijk, hele­maal. U zult dan van­zelf begrij­pen waar­om ik geen cli­ënt van u wordt, meneer Sti­tic, ster­ker nog, u zult mij waar­schijn­lijk niet eens meer wil­len bijstaan.

blz.9

Geef een antwoord

*