20211022 — vrijdag

Afbeel­ding: eigen collectie

Mijn eer­ste seri­eu­ze ken­nis­ma­king met het werk van Jeroen Brou­wers moet ergens in 1989 zijn geweest. In de plaat­se­lij­ke boek­win­kel was een jon­ge­man werk­zaam die ido­laat van deze schrij­ver was. Hij roem­de zijn mees­ter­lij­ke beheer­sing van de Neder­land­se taal en de veel­zij­dig­heid van zijn lite­rai­re pro­duc­tie. Een recent ver­sche­nen bun­de­ling van de cor­res­pon­den­tie van Brou­wers (Kro­niek van een karak­ter, twee delen) had hij stuk­ge­le­zen en nu was het aftel­len naar de publi­ca­tie van De zond­vloed, een roman die het afslui­ten­de der­de deel zou vor­men van de zoge­naam­de Indi­ë­ro­mans. Het was dit boek waar­mee Jeroen Brou­wers zich aan mij presenteerde. 

Ik was met­een ver­kocht. Nooit eer­der had ik zoiets gele­zen. Ik was vol­ko­men over­rom­peld door de schit­te­ren­de stijl en de gede­tail­leer­de wij­ze waar­op een ik-ver­tel­ler (van beroep schrij­ver en sterk gemo­del­leerd naar de per­soon van Jeroen Brou­wers zelf) ver­slag doet van een aan­tal trau­ma­ti­sche erva­rin­gen die zijn ver­de­re leven bepaald heb­ben. Nadat ik dit boek (762 pagina’s dik!) stuk­ge­le­zen had (en het zou niet bij deze eer­ste keer blij­ven) ben ik van­zelf­spre­kend eer­der werk gaan opzoe­ken (waar­on­der aller­eerst de voor­gaan­de twee Indi­ë­ro­mans) en Jeroen Brou­wers blij­ven volgen. 

Als resul­taat heb ik momen­teel zo’n twin­tig boe­ken van hem in mijn bezit waar­mee ik dacht — zon­der daar enig bewijs voor te heb­ben — rede­lijk com­pleet te zijn. Hoe mis kon ik het heb­ben. Een aan­tal weken gele­den zag ik bij toe­val dat er een boek uit­ge­ko­men was dat het œuvre van de inmid­dels 80-jari­ge Brou­wers als onder­werp heeft. In het arti­kel stond aan­ge­ge­ven dat de auteur Lode­wijk Ver­duin ruim tien­dui­zend pagina’s had gele­zen om aldus door te drin­gen tot de kern van dit œuvre. Let wel, dit zijn ruim tien­dui­zend pagina’s gepu­bli­ceerd werk door Brou­wers zelf. In het boek Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud geeft Ver­duin dit nog eens heel pre­cies aan (voor­af­gaand door aller­eerst Brou­wers te cite­ren uit een inter­view in 1979 met Tom van Deel):

‘Een lite­rair œuvre bestaat uit boe­ken die elkaar steeds maar aan­vul­len, in onder­de­len of als geheel […] zodat men, als ik dade­lijk dood ben — nu of over vijf­tig jaar — in ieder geval van mijn werk, voor­zo­ver dat dan bestaat, kan zeg­gen: het vormt een een­heid.’ En: ‘Ik wil dat mijn œuvre één geheel wordt. Dat œuvre staat nooit los van het leven van de schrij­ver. Ooit is er ergens een meneer die het bekijkt en zich afvraagt: waar­om staat dat daar?‘
Drie­ën­zes­tig boe­ken en 10 470 blad­zij­den lang ben ik die meneer geweest, en voor­dat ik terug­treed uit het voet­licht en weer in de don­ke­re cou­lis­sen ver­dwijn, doe ik nog een poging om de kern van dit hecht samen­han­gen­de œuvre aan te wij­zen en de ont­wik­ke­ling ervan te beschrij­ven.
[p.229]

Ver­duin schrijft dit in het afslui­ten­de hoofd­stuk ‘Ver­la­ten­heid. Con­clu­sie’ waar­in hij aller­eerst de stijl en vorm van Brou­wers karak­te­ri­seert en ver­vol­gens ingaat op de door hem gehan­teer­de the­ma’s, sym­bo­len en psy­cho­lo­gie. In de voor­gaan­de hoofd­stuk­ken heeft hij al uit­voe­rig op chro­no­lo­gi­sche wij­ze stil­ge­staan bij deze onder­wer­pen en gepoogd door onder­ling ver­ge­lijk en aan­ge­vuld met secun­dai­re bron­nen deze door Brou­wers zelf aan­ge­haal­de ‘een­heid’ in zijn werk te vin­den. Hij waagt het om in te gaan tegen de schrij­ver zelf die meer­maals heeft aan­ge­ge­ven dat lief­de, lite­ra­tuur en dood zijn cen­tra­le thema’s zijn. Ver­duin ver­vangt lief­de door angst, iets waar­mee ik het — op grond van mijn beschei­den ken­nis (want zeg nou zelf, slechts twin­tig boe­ken heb ik van hem gele­zen) mee eens ben. Het ver­klaart ook beter waar­om ik zo gefas­ci­neerd ben door het werk van Brou­wers, want angst, lite­ra­tuur en dood zijn ook voor mij onder­wer­pen die mij het meest aan­spre­ken in lite­ra­tuur. Jeroen Brou­wers geeft mij als zoda­nig waar ik naar op zoek ben en doet dat boven­dien in een onge­ë­ve­naar­de wijze.

Het boek van Lode­wijk Ver­duin is voor mij een wel­ko­me aan­vul­ling geble­ken op mijn ken­nis van het werk van Jeroen Brou­wers. Het laat op een hel­de­re en over­tui­gen­de wij­ze zien (door con­ti­nu ver­ban­den aan te wij­zen in de vele publi­ca­ties) hoe dit stre­ven naar een­heid in het ont­zag­wek­ken­de œuvre door de jaren heen heeft plaats­ge­von­den. Het maakt het œuvre van Brou­wers in mijn ogen daar­door nog rij­ker. Met de dui­ding door Ver­duin wordt (her)lezing nog inte­res­san­ter. Tevens vormt het vol­gens mij een mooie intro­duc­tie voor een­ie­der die het werk van Brou­wers nog niet kent om daar­van als­nog ken­nis te nemen. Hope­lijk is het een aan­moe­di­ging om daad­wer­ke­lijk een boek van hem ter hand te nemen. Voor mij is het aan­lei­ding om te pro­be­ren wat hia­ten in mijn ver­za­me­ling op te vul­len en weer wat vaker iets van Jeroen Brou­wers te gaan lezen. 

Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud is een ver­fris­send, com­pact over­zichts­werk voor lief­heb­bers van Jeroen Brou­wers en een gede­gen gids voor alle nieu­we lezers die dit groot­se œuvre nog zul­len gaan ontdekken.

Lode­wijk Ver­duin
Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud
Het œuvre van Jeroen Brou­wers
Atlas Con­tact

P.S. Op 28 sep­tem­ber 2021 ver­zorg­de Spui25 een spe­ci­aal pro­gram­ma naar aan­lei­ding van de publi­ca­tie van het boek Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud. Hier­voor waren de vol­gen­de spre­kers uit­ge­no­digd die ieder voor zich ingin­gen op het werk van Jeroen Brou­wers, om ver­vol­gens af te slui­ten met een groepsdiscussie:

Lode­wijk Ver­duin stu­deer­de Neder­lands aan de Uni­ver­si­teit van Amster­dam. Essays en kri­tie­ken van zijn hand ver­sche­nen onder meer in De Groe­ne Amster­dam­mer, De GidsHol­lands Maand­bladde lage lan­den en de Neder­land­se Boe­ken­gids. Hij is redac­teur van Tira­de.

Ellen Deckwitz is the­a­ter­ma­ker, dich­ter en colum­nist voor NRC Han­dels­blad en De Nieuws BV. Onlangs won ze met haar bun­del Hoge­re Natuur­kun­de de E.du Perronprijs.

Désan­ne van Bre­dero­de stu­deer­de filo­so­fie. Sinds haar roman­de­buut in 1994 schrijft ze naast fic­tie, arti­ke­len en essays over uit­een­lo­pen­de levens­be­schou­we­lij­ke onder­wer­pen en geeft ze regel­ma­tig lezin­gen. In het voor­jaar van 2021 ver­scheen bij uit­ge­ve­rij Que­ri­do haar negen­de roman, geti­teld De tas.

Vin­cent Mer­jen­berg stu­deer­de Neder­lands in Gro­nin­gen en werk­te bij een uit­ge­ve­rij in Amster­dam. Zijn ver­ha­len ston­den in onder meer De Gids en De Revi­sor en dit voor­jaar ver­scheen zijn debuut­ro­man De grij­zen, die geno­mi­neerd is voor de Bron­zen Uil.

Lisan­ne Snel­ders (mode­ra­tor) is pro­gram­ma­ma­ker en redac­teur, met een inte­res­se in het snij­vlak van lite­ra­tuur, poli­tiek en maat­schap­pij. Momen­teel werkt ze o.a. voor inter­na­ti­o­naal lite­ra­tuur­fes­ti­val Read My World en Brain­wash (Omroep HUMAN). In 2018 pro­mo­veer­de ze aan de Uni­ver­si­teit van Amster­dam op de poli­tiek van de cul­tu­re­le her­in­ne­ring aan Nederlands-Indië.

Het pro­gram­ma is HIER te bekijken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *