20211230 — donderdag

Opnieuw om zeven uur uit bed. Kof­fie, rap­por­ta­ge, stu­die. De och­tend vloog voor­bij en ik had niet door dat inmid­dels de oud­ij­zer­man al was geweest om alles op te halen wat we gis­te­ren bij elkaar ver­za­meld hadden. 

Toen omkle­den en op weg naar Nij­me­gen voor mijn boos­ter­prik. Bij de eer­ste de bes­te ingang die ik zag aan­ge­slo­ten in een kor­te rij om er ver­vol­gens ach­ter te komen dat het voor per­so­nen onder de 44 jaar was. Aan de ande­re kant van het gebouw kon­den de 44-plus­sers aan­slui­ten, alwaar een­maal bin­nen ieder­een elkaar gezel­lig trof in het mid­den van de hal. 

De prik­ker van dienst was een mili­tair uit een of ander fan­fa­re-onder­deel van de land­macht. Als ik het goed begre­pen had. Maar met mond­mas­ker­tjes praat en ver­staat het soms las­tig, zeker in een gro­te hal met slech­te akoes­tiek. De boos­ter was er niet min­der om. 

Om half twee weer thuis. Een tijd­je gewacht en geen bij­wer­kin­gen. Beet­je stij­ve arm en nek. Dus geen reden om niet te gaan hard­lo­pen. Rond­je van zes kilometer.

Na het uit­zwe­ten wil­de ik onder de dou­che sprin­gen toen de deur­bel ging. Ons jong­ste klein­kind (nog even­tjes dan) kwam met z’n pa zelf­ge­maak­te olie­bol­len bren­gen. Goeie timing want mor­gen ga ik mijn moe­der opha­len en voor­af wil­den we nog even ver­se olie­bol­len halen. Dat hoeft dus niet meer.

Aan het begin van de avond ver­der ook geen last gehad tij­dens het studeren/lezen, maar van­af negen uur begon ik koort­sig te wor­den. Om tien uur naar bed gegaan. Onge­kend vroeg voor mij.

Gene­sis 3

God. Ook wel de HEER. Maakt een para­dijs op aar­de. Plant in het mid­den een boom met de aller­lek­ker­ste vruch­ten die je je kunt voor­stel­len, maar die ech­ter niet gege­ten mogen wor­den. Schept een man en vrouw. En een slang die van alle die­ren die God gemaakt had, het sluwst was. En wat denk je? Inder­daad. De slang weet de vrouw om te pra­ten van de boom te eten, die op haar beurt wat van de vruch­ten deelt met de man. Hoe voor­spel­baar is dit?

Maar God grijpt deze (bewust gestuur­de?) gebeur­te­nis aan om de betrok­ke­nen ver­schrik­ke­lijk te straf­fen. Voor­al de vrouw moet het ontgelden:

Tegen de vrouw zei hij:
‘Je zwan­ger­schap maak ik tot een zwa­re last,
zwoe­gen zul je als je baart.
Je zult je man bege­ren,
en hij zal over je heersen.

Je zou geneigd zijn te den­ken dat het hem hier­om te doen is geweest (of in ieder geval de man­ne­lij­ke auteur van deze tekst die over vrou­wen wil heersen). 

Na het uit­de­len van de straf­fen bedenkt God dat nu de mens ken­nis heeft van goed en kwaad (want dat was het geheim van deze zoge­naam­de boom der ken­nis met zijn lek­ke­re vruch­ten) ook de vruch­ten zou gaan eten van de levens­boom waar­door ze onster­fe­lijk zou­den wor­den. Dat mocht natuur­lijk niet gebeu­ren. Dus moesten ze ver­ban­nen wor­den. Wel lijkt het vol­gens de tekst of het alleen de man is die ver­jaagd wordt:

Daar­om stuur­de hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aar­de te gaan bewer­ken, waar­uit hij was geno­men. En nadat hij hem had weggejaagd […]

De zon­de­val (ca.1526), Hans Hol­bein de Jon­ge (1497–1543)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *