De stamboom van Adam, en van Eva die verder niet genoemd wordt — Genesis 5

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 5

Een lijst van Adams nako­me­lin­gen. Wat mij betreft is het ook een lijst van nako­me­lin­gen van Eva, doch zij wordt niet genoemd. Ook alle nako­me­lin­gen die voor­bij komen en benoemd wor­den zijn alleen maar man­nen. De lijst begint met Adam die in zijn 130ste levens­jaar (hij wordt uit­ein­de­lijk 800 jaar, en die hoge leef­tijd zien we bij alle nako­me­lin­gen in de lijst) ver­blijd wordt met de geboor­te van Set. 

Zoals we in Gene­sis 4 heb­ben kun­nen lezen was dat zijn der­de zoon. Daar valt ook te lezen dat Eva hem Set noem­de, ‘want,’ zei ze, ‘God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gege­ven.’ Nu staat er dat Adam een zoon ver­wek­te ‘die op hem leek, die zijn even­beeld was. Hij noem­de hem Set.’

De opsom­ming gaat in een vast patroon:

Toen x zus en zoveel jaar was, ver­wek­te hij y. Na de geboor­te van y leef­de x nog zus en zoveel jaar. Hij ver­wek­te zonen en doch­ters. In totaal leef­de hij zus en zoveel jaar. Daar­na stierf hij.

Behal­ve in het geval van Henoch, zoon van Jered. Daar is iets spe­ci­aals mee aan de hand:

Toen Henoch 65 jaar was, ver­wek­te hij Metus­e­lach. Na de geboor­te van Metus­e­lach leef­de Henoch nog 300 jaar, in nau­we ver­bon­den­heid met God. Hij ver­wek­te zonen en doch­ters. In totaal leef­de hij 365 jaar. Henoch leef­de in nau­we ver­bon­den­heid met God; aan zijn leven kwam een ein­de door­dat God hem wegnam.

Henoch die ten hemel vaart uit Figu­res de la Bible (1728), Gerard Hoet (1648–1733)

Als laat­ste in de opsom­ming wordt Noach genoemd. Hij is de zoon van Lamech. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven voor het wer­ken en zwoe­gen dat ons deel is omdat de HEER het akker­land heeft ver­vloekt.’ Dat was name­lijk de vloek die God had uit­ge­spro­ken over Adam en zijn nako­me­lin­gen bij de ver­ban­ning uit het paradijs.