20220104 — dinsdag

Om zes uur wak­ker. Om zeven uur uit bed. Beet­je over­dre­ven, maar het had toch echt veel voe­ten in aar­de deze och­tend om mijn bed uit te komen. Niet omdat ik te lui was. Het was de pijn in mijn rug die er gis­ter in gescho­ten was en nog bij lan­ge na niet ver­dwe­nen was. Ik moest me in vreem­de kron­kels bewe­gen voor­dat ik ein­de­lijk semi-recht­op naast mijn bed stond. Toen moest de dag nog beginnen.

Van­af acht uur aan de slag met de dage­lijk­se rap­por­ta­ge en een half uur later de eer­ste call van de dag. Er zou­den er nog vele vol­gen. Op z’n tijd stond ik even op om wat rond­jes in mijn werk­ka­mer te lopen voor de brood­no­di­ge bewe­ging. Ver­der heb ik thuis zo’n bureau dat elec­trisch in hoog­te instel­baar is, dus ik kan ook tij­dens calls gaan staan om niet de hele dag te hoe­ven zit­ten. Zo kwam ik de werk­dag zon­der merk­baar ver­val door. De pijn in mijn rug is niet erger gewor­den, eer­der verminderd.

Met­een na de laat­ste call van de dag om vier uur mijn lap­top dicht­ge­klapt en de keu­ken inge­do­ken voor de berei­ding van het avond­eten. Na het eten een rond­je gewan­deld en de rest van de avond weer wat tijd gesto­ken in de lite­ra­tuur­op­dracht. Ik zit nu in de eer­ste fase waar het voor­na­me­lijk zoe­ken is naar zoveel moge­lijk rele­van­te lite­ra­tuur die betrek­king heeft op het onder­werp ‘Poli­tie­ke cul­tuur in Frank­rijk, ca. 1790–1800’. Dit doe je door vele cata­lo­gi te door­zoe­ken op basis van aller­lei gere­la­teer­de zoek­ter­men die hope­lijk vol­doen­de resul­taat ople­ve­ren. Pas wan­neer je het idee hebt dat je meer dan vol­doen­de mate­ri­aal ver­za­meld hebt, ga je groe­pe­ren, sor­te­ren, selec­te­ren en der­ge­lij­ke om de lijst in te kor­ten. Zover ben ik voor­lo­pig nog niet.

Gene­sis 8

God was Noach en zijn ark niet ver­ge­ten. De slui­zen wer­den geslo­ten en de wind aan­ge­zet. Het water begon lang­zaam­aan te zak­ken. Ik heb gepoogd wijs te wor­den uit de ver­schil­len­de frag­men­ten die aan­ge­ven hoe­veel tijd hier­mee gemoeid was, maar ik raak tel­kens de tel kwijt. Het is vol­gens mij ook niet hele­maal con­se­quent. Hoe dan ook, het water zakt en de ark loopt vast op het Ara­rat­ge­berg­te. Noach onder­neemt ver­schil­len­de pogin­gen van­uit deze hang­plek om uit te vin­den hoe­ver het water inmid­dels gedaald was. Hij zond hier­voor eerst een raaf (tever­geefs), een duif (tever­geefs) en ver­vol­gens opnieuw een duif (suc­ces­vol, want ze kwam terug met een olijf­blad) de wij­de wereld in. Na nog enke­le dagen wach­ten liet hij opnieuw de duif los. Ze kwam niet meer terug. Teken voor Noach dat de kust vei­lig was. Hij open­de het dak en God ver­tel­de hem dat ze de ark moch­ten ver­la­ten. Als dank bracht Noach enke­le brand­of­fers die God gun­stig stem­den. Of hij spijt had van zijn daad is niet dui­de­lijk, wel zei hij tot zich­zelf dat hij nooit weer de aar­de zou ver­vloe­ken wegens de mens, want alles wat de mens uit­denkt is nu een­maal slecht. En nooit weer zou hij alles wat leeft doden.

De Ark van Noach op het Ara­rat­ge­berg­te (1570?), Simon de Myle

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *