Noach dronken en naakt — Genesis 9

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 9

Na de zond­vloed wordt Noach en zijn zonen door God geze­gend. Hij drukt hen op het hart vrucht­baar te zijn en tal­rijk te wor­den. Ook laat hij hen weten dat alle dier­lij­ke wezens ont­zag voor hen zul­len voe­len. En dat alles wat leeft en beweegt hen tot voed­sel zal die­nen. Maar er volgt ook een waar­schu­wing: God zal genoeg­doe­ning eisen van ieder­een die zijn mede­mens doodt. Een regen­boog zal die­nen als teken van het eeu­wig­du­rend ver­bond tus­sen God en de mens, en alle leven­de wezens die met hen uit de ark zijn geko­men. Nooit meer zal er een zond­vloed komen. 

Noach pakt zijn oude werk als land­bou­wer weer op en begint met een wijn­gaard aan te leg­gen. Van de wijn die hij maak­te dronk hij op een dag iets­jes te veel en viel dron­ken en pie­mel­t­jenaakt in slaap. Het was zijn jong­ste zoon Cham (inmid­dels vader van Kanaän die hem zo zag lig­gen in zijn tent. Cham ver­tel­de dit aan zijn twee oude­re broers, Sem en Jafet, die ach­ter­uit lopend met een man­tel hun vader wis­ten te bedek­ken zon­der zijn naakt­heid te zien. Het feit dat Cham hem zon­der kle­ren had gezien was vol­doen­de reden voor Noach om een vloek uit te spre­ken. Hij had natuur­lijk ook wat min­der kun­nen drin­ken en zijn kle­ren kun­nen aan­hou­den. Waar­om de toorn van Noach zich op Kanaän richt­te en niet op Cham is me niet dui­de­lijk, maar dit is wat hij zei:

‘Ver­vloekt zij Kanaän,
knecht van zijn broers zal Kanaän zijn,
de min­ste van alle knech­ten.
Gepre­zen zij de HEER, de God van Sem;
knecht van Sem zal Kanaän zijn.
Moge God ruim­te geven aan Jafet,
hem laten wonen in de ten­ten van Sem;
knecht van Jafet zal Kanaän zijn.’

Noach dron­ken en ont­deckt leg­gen­de […] (1659), Pie­ter Hen­d­ricksz. Schut (ca.1619-na1660)