20220108 — zaterdag

Na het ont­bijt een aan­tal bood­schap­pen en klus­sen gedaan voor­dat om half elf de vir­tu­e­le stu­die­bij­een­komst van Inlei­ding cul­tuur­ge­schie­de­nis 2 van start ging. In het eer­ste gedeel­te werd uit­ge­legd hoe het hand­boek van Maar­ten Prak, de rea­der met arti­ke­len en de diver­se his­to­ri­sche bron­nen zich tot elkaar ver­hiel­den. Iede­re week is er een the­ma waar­voor we een hoofd­stuk uit het boek van Prak die­nen te bestu­de­ren. Ver­vol­gens is er een arti­kel in de rea­der die voor ver­die­ping zorgt, of een ander stand­punt inneemt dan Prak of een lacu­ne invult. En de his­to­ri­sche bron kan die­nen als voor­beeld bij de te bestu­de­ren tek­sten. Alle thema’s wer­den op deze manier op hoofd­lij­nen doorgenomen. 

Na de pau­ze werd er inge­gaan op de KAVV- en bronana­ly­se. Dit vormt ook de wij­ze van ten­ta­mi­ne­ring voor deze cur­sus. Bij een KAVV-ana­ly­se is het de bedoe­ling een weten­schap­pe­lijk his­to­risch arti­kel te ana­ly­se­ren. KAVV staat Kern­ci­taat, Argu­men­ta­tie, Vraag en Verband.

Voor de bronana­ly­se is het de bedoe­ling dat de his­to­ri­sche bron onder­wor­pen wordt aan een kri­tisch onder­zoek naar de waar­de en betrouw­baar­heid van de infor­ma­tie die deze ver­schaft. Dit doe je door een aan­tal aspec­ten nader te bekijken:

  1. Soort bron
  2. Com­mu­ni­ca­tie­ve context
  3. Posi­tie informant
  4. His­to­ri­sche con­text van de bron

In break­out-ses­sies kre­gen we de gele­gen­heid om zelf aan de slag te gaan en onze ana­ly­ti­sche vaar­dig­he­den in te zet­ten bij een arti­kel door Ari­ad­ne Sch­midt met als titel ‘Ont­bloot van alle win­sten?’ Armoe­de en over­le­vings­stra­te­gie­ën van gebro­ken gezin­nen in Hol­land, 1600–1800. Het ging met name over de ach­ter­ge­ble­ven echt­ge­no­tes van zee­lie­den die onder de vlag van de VOC waren afge­reisd rich­ting De Oost. De his­to­ri­sche bron die erbij hoor­de was een brief uit 1672 van een vrouw, in dit geval Mar­rit­je Teu­nis die haar echt­ge­noot Har­men Andriesz (onder­stuur­man in dienst van de VOC) in niet mis te ver­sta­ne woor­den drin­gend ver­zoekt geld aan haar over te maken zodat zij de schul­den die hij had gemaakt te kun­nen aflos­sen. Erg leuk om te doen en het leid­de tot gea­ni­meer­de gesprek­ken. De tijd vloog voorbij.

De paar uur die over­ble­ven voor­dat het don­ker werd gebruik­te ik om ver­der te gaan met het oprui­men van puin dat her en der opge­sta­peld ligt en waar we nog een week een con­tai­ner voor heb­ben staan om het te ver­za­me­len. ’s Avonds wat gewerkt aan de lite­ra­tuur­lijst en muziek geluis­terd. Mor­gen wil ik pro­be­ren de longlist voor de lite­ra­tuur­lijst com­pleet te heb­ben. Dan kan ik de komen­de week beste­den aan het inkor­ten van de lijst op basis van cri­te­ria zoals mini­maal 5 boe­ken, mini­maal 5 tijd­schrift­ar­ti­ke­len en mini­maal 5 bun­dels. Ook moet het weten­schap­pe­lijk gehal­te van de publi­ca­ties vol­doen­de zijn en moet de selec­tie van de uit­ein­de­lij­ke lijst even­wich­tig zijn. Ik ben dus nog wel even bezig. 

Gene­sis 12

Toen Abram de leef­tijd had van 75 jaar riep God hem op ieder­een ach­ter te laten in Cha­ran en op weg te gaan naar een land dat hij hem zou wij­zen. Abram kon moei­lijk wei­ge­ren gezien de belof­te die God hem deed:

Ik zal je tot een groot volk maken,
ik zal je zege­nen, ik zal je aan­zien geven,
een bron van zegen zul je zijn.

Abram twij­fel­de niet en ver­trok, maar nam wel zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer. Ook alle bezit­tin­gen, sla­ven en sla­vin­nen die hij ver­gaard had in Cha­ran. Ze reis­den naar Kanaän waar zich al ande­re vol­ke­ren geves­tigd had­den. Maar God gaf aan dat hij zou zor­gen dat de nako­me­lin­gen van Abram het land zou­den ver­krij­gen. Als dank bouw­de Abram een altaar ter ere van God. Daar­na reis­de het gezel­schap door naar ver­re oorden.

Er brak een hon­gers­nood uit en Abram zag zich genood­zaakt uit te wij­ken naar Egyp­te. Omdat hij bang was dat de schoon­heid van zijn vrouw Sarai de Egyp­te­na­ren het hoofd op hol zou doen bren­gen en hem mis­schien zou­den doden zodat ze zijn vrouw mee kon­den nemen, vroeg hij haar zich voor te doen als zijn zus. De schoon­heid van Sarai was inder­daad van zoda­ni­ge aard dat het zelfs de farao ter ore kwam en hij gaf bevel haar bij hem te bren­gen. Om haar voor zich­zelf te behou­den werd Abram met geschen­ken overladen.

Of Abram geluk­kig was met deze situ­a­tie wordt niet dui­de­lijk maar God was er zeer zeker niet van gediend dat de farao Sarai tot zijn vrouw had gemaakt. Als straf zond hij vele pla­gen naar de Egyp­te­na­ren. Blijk­baar kreeg de farao door dat het onheil waar­on­der zijn land en volk gebukt ging te maken had met Sarai. Hij liet Abram komen, beschul­dig­de hem van mis­lei­ding en zond hen bei­den (inclu­sief alle geschen­ken) onder gelei­de het land uit.

Opnieuw een vreemd ver­haal als je bedenkt dat de farao eigen­lijk geen blaam treft. Het was Abram die voor deze situ­a­tie had gezorgd door te ver­hul­len dat Sarai niet zijn vrouw was, maar zijn zus. Waar­om deel­de God geen straf uit aan Abram? Ergens las ik dat Abram uit lijfs­be­houd had gehan­deld. Hij was het ten­slot­te die voor een groot volk moest zor­gen, niet Sarai. 

Farao geeft Sara aan Abra­ham terug (1640), Isaac Isaacsz. (1598–1649)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *