De farao geeft Sarai terug aan Abram — Genesis 12

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 12

Toen Abram de leef­tijd had van 75 jaar riep God hem op ieder­een ach­ter te laten in Cha­ran en op weg te gaan naar een land dat hij hem zou wij­zen. Abram kon moei­lijk wei­ge­ren gezien de belof­te die God hem deed:

Ik zal je tot een groot volk maken,
ik zal je zege­nen, ik zal je aan­zien geven,
een bron van zegen zul je zijn.

Abram twij­fel­de niet en ver­trok, maar nam wel zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer. Ook alle bezit­tin­gen, sla­ven en sla­vin­nen die hij ver­gaard had in Cha­ran. Ze reis­den naar Kanaän waar zich al ande­re vol­ke­ren geves­tigd had­den. Maar God gaf aan dat hij zou zor­gen dat de nako­me­lin­gen van Abram het land zou­den ver­krij­gen. Als dank bouw­de Abram een altaar ter ere van God. Daar­na reis­de het gezel­schap door naar ver­re oorden.

Er brak een hon­gers­nood uit en Abram zag zich genood­zaakt uit te wij­ken naar Egyp­te. Omdat hij bang was dat de schoon­heid van zijn vrouw Sarai de Egyp­te­na­ren het hoofd op hol zou doen bren­gen en hem mis­schien zou­den doden zodat ze zijn vrouw mee kon­den nemen, vroeg hij haar zich voor te doen als zijn zus. De schoon­heid van Sarai was inder­daad van zoda­ni­ge aard dat het zelfs de farao ter ore kwam en hij gaf bevel haar bij hem te bren­gen. Om haar voor zich­zelf te behou­den werd Abram met geschen­ken overladen.

Of Abram geluk­kig was met deze situ­a­tie wordt niet dui­de­lijk maar God was er zeer zeker niet van gediend dat de farao Sarai tot zijn vrouw had gemaakt. Als straf zond hij vele pla­gen naar de Egyp­te­na­ren. Blijk­baar kreeg de farao door dat het onheil waar­on­der zijn land en volk gebukt ging te maken had met Sarai. Hij liet Abram komen, beschul­dig­de hem van mis­lei­ding en zond hen bei­den (inclu­sief alle geschen­ken) onder gelei­de het land uit.

Opnieuw een vreemd ver­haal als je bedenkt dat de farao eigen­lijk geen blaam treft. Het was Abram die voor deze situ­a­tie had gezorgd door te ver­hul­len dat Sarai niet zijn vrouw was, maar zijn zus. Waar­om deel­de God geen straf uit aan Abram? Ergens las ik dat Abram uit lijfs­be­houd had gehan­deld. Hij was het ten­slot­te die voor een groot volk moest zor­gen, niet Sarai. 

Farao geeft Sara aan Abra­ham terug (1640), Isaac Isaacsz. (1598–1649)

0