20220109 — zondag

Mijn zon­dag. Van 8 tot 12 uur met de longlist van de lite­ra­tuur­lijst bezig geweest. Toen op m’n gemak bui­ten de con­tai­ner gaan opvul­len met de ste­nen die we niet meer nodig heb­ben. Het was lek­ker weer en de pijn in mijn rug bleef weg door niet al te zwaar bela­den met de krui­wa­gen op en neer te lopen. 

In de namid­dag uit­ge­breid staan koken voor de avond­maal­tijd. Het was nog licht en van­uit de keu­ken heb ik uit­zicht op de ach­ter­tuin waar het een komen en gaan was van aller­lei soor­ten vogels die gezien had­den dat de voe­der­plek­ken weer bij­ge­vuld waren. 

Als laat­ste nog even wat rond­ge­zocht naar publi­ca­ties voor op de longlist. De tus­sen­stand is nu onge­veer 150 titels. Van­af mor­gen ga ik begin­nen met groe­pe­ren en selec­te­ren. De longlist moet terug­ge­bracht wor­den naar 25 titels.

Gene­sis 13

Abram was neer­ge­stre­ken met zijn entou­ra­ge ergens tus­sen Betel en Ai. Net als Abram had Lot veel bezit­tin­gen, sla­ven, sla­vin­nen en vee ver­gaard. Dit ging af en toe gepaard met ruzie tus­sen de her­ders van hen bei­den. Abram liet Lot weten dat het beter zou zijn wan­neer ze ieder huns weegs zou­den gaan. Lot koos voor de Jor­d­aan­val­lei en trok ver­der naar het Oos­ten waar hij zijn tent opsloeg in de nabij­heid van Sodom.

Abram, die was ach­ter­ge­ble­ven, kreeg van God te horen dat het hele land zover hij in alle wind­rich­tin­gen kon zien, van hem en zijn nako­me­lin­gen zou zijn. Hij moe­dig­de Abram aan om het land te door­krui­sen zodat hij beter kon zien wat alle­maal van hem was. Daar­op pak­te ook Abram zijn bul­len en ver­trok rich­ting Hebron, waar hij een zoveel­ste altaar voor God bouwde.

Abra­ham en Lot ver­de­len het land. Uit de serie wand­ta­pij­ten over het leven van Abra­ham (1540–1543), Pie­ter Coec­ke van Aelst (1502–1550)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *