Abram en Lot verdelen het land — Genesis 13

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 13

Abram was neer­ge­stre­ken met zijn entou­ra­ge ergens tus­sen Betel en Ai. Net als Abram had Lot veel bezit­tin­gen, sla­ven, sla­vin­nen en vee ver­gaard. Dit ging af en toe gepaard met ruzie tus­sen de her­ders van hen bei­den. Abram liet Lot weten dat het beter zou zijn wan­neer ze ieder huns weegs zou­den gaan. Lot koos voor de Jor­d­aan­val­lei en trok ver­der naar het Oos­ten waar hij zijn tent opsloeg in de nabij­heid van Sodom.

Abram, die was ach­ter­ge­ble­ven, kreeg van God te horen dat het hele land zover hij in alle wind­rich­tin­gen kon zien, van hem en zijn nako­me­lin­gen zou zijn. Hij moe­dig­de Abram aan om het land te door­krui­sen zodat hij beter kon zien wat alle­maal van hem was. Daar­op pak­te ook Abram zijn bul­len en ver­trok rich­ting Hebron, waar hij een zoveel­ste altaar voor God bouwde.

Abra­ham en Lot ver­de­len het land. Uit de serie wand­ta­pij­ten over het leven van Abra­ham (1540–1543), Pie­ter Coec­ke van Aelst (1502–1550)

0