20220113 — donderdag

Thuis­werk­dag. De eer­ste mail die ik open­de infor­meer­de mij dat ik aan­ge­we­zen was om voor de Euro­pe­se afde­ling van ons bedrijfs­on­der­deel een Train de Trai­ner ses­sie te vol­gen over het lei­den van effec­tie­ve vir­tu­e­le teams. De bedoe­ling is ver­vol­gens dat ik die­zelf­de ses­sie ga geven aan de diver­se Euro­pe­se team­ma­na­gers die dat dan ook weer moe­ten gaan doen met hun eigen teams. Een soort van pira­mi­de­spel. Het vreem­de is alleen dat vori­ge week nog werd gevraagd voor vrij­wil­li­gers en dat ik nu aan­ge­we­zen ben zon­der dat ik me aan­ge­meld had. 

Van het plan om deze avond weer ver­der te wer­ken aan de lite­ra­tuur­lijst is niets geko­men. Ik was ver­ge­ten een tus­sen­tijds ver­slag te schrij­ven van de drie doe­len die ik mezelf gesteld had na een inten­sie­ve drie-daag­se trai­ning vorig jaar okto­ber. Dit ver­slag moest uiter­lijk deze week inge­stuurd wor­den voor de afron­den­de mee­ting die a.s. maan­dag gepland staat. Als ik het ver­slag niet inle­ver wordt de trai­ning als niet gevolgd beschouwd en moet ik ‘m opnieuw doen dit jaar. Dat lijkt me niet han­dig, van­daar deze avond toch maar de pri­o­ri­teit aan het ver­slag gegeven.

Gene­sis 17

Der­tien jaar na de geboor­te van zijn bui­ten­ech­te­lij­ke zoon Isma­ël bij Hagar ver­schijnt God opnieuw aan Abram. Niet voor de eer­ste keer begon God weer over een ver­bond dat hij met Abram wil­de aan­gaan. Het ging nu gepaard met enke­le voor­waar­den. Zo moest Abram een onbe­ris­pe­lijk leven lei­den, een naams­ver­an­de­ring onder­gaan van Abram naar Abra­ham, en als teken van het ver­bond zou­den alle man­nen en jon­gens voort­aan besne­den moe­ten wor­den. Bij nieuw­ge­bo­re­nen zou dat na acht dagen die­nen te geschie­den, maar met terug­wer­ken­de kracht ook bij Abra­ham, zijn zoon Isma­ël en ieder­een die zich in zijn gezel­schap bevond, inclu­sief slaven. 

De besnij­de­nis van Abra­ham, prent uit Bij­bel van Jean de Sy (1355–1357)

Ook ver­tel­de God dat Abra­ham van zijn vrouw Sarai, die voort­aan de naam Sara zou dra­gen, een zoon kon ver­wach­ten die ze Isaak moesten noe­men. Met hem zou God het ver­bond voort­zet­ten. Abra­ham kon niet anders dan lachen bij de gedach­te dat hij op hon­derd­ja­ri­ge leef­tijd bij zijn hoog­be­jaar­de vrouw van over de negen­tig een zoon zou weten te ver­wek­ken. Het weer­hield hem er niet van om nog dezelf­de dag zich­zelf en alle ande­re man­nen te (laten) besnijden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *