Abraham onderhandelt met God — Genesis 18

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 18b

Als de enge­len hun maal­tijd genut­tigd heb­ben zet­ten ze de tocht voort rich­ting Sodom. Abra­ham loopt een eind­je met hen op. Het is God die besluit om Abra­ham in te lich­ten over het doel van hun bezoek aan Sodom. Ten­slot­te is Abra­ham voor­be­stemd om stam­va­der te wor­den van een groot en mach­tig volk. Daar­om zei de HEER:

Er zijn ern­sti­ge beschul­di­gin­gen geuit tegen Sodom en Gomor­ra, hun zon­den zijn onge­hoord groot. Ik zal ernaar­toe gaan om te zien of de klach­ten die ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij ver­woes­ting over zich heb­ben afge­roe­pen. Dat wil ik weten.

Ter­wijl God uit­leg gaf aan Abra­ham lie­pen de ande­re twee enge­len ver­der. Waar­schijn­lijk met zijn neef Lot in het ach­ter­hoofd, die ten­slot­te in Sodom woon­ach­tig is vraagt Abra­ham of God van plan is alle men­sen te doden, ook de onschul­di­gen. Want in zijn ogen zou dat onrecht­vaar­dig zijn. God laat weten dat als hij vijf­tig onschul­di­gen aan­treft hij de hele stad ver­ge­ving zal schen­ken. Het is het start­sein voor Abra­ham om in een soort van hand­je­klap het aan­tal onschul­di­gen dat vol­doen­de zou moe­ten zijn voor de red­ding van de stad beet­je bij beet­je naar bene­den te onder­han­de­len tot een aan­tal van tien. Daar­op ver­trekt God rich­ting Sodom en Abra­ham terug naar zijn tent. Of het vol­doen­de zal zijn om de ver­woes­ting af te wen­den blijft voor­lo­pig ongewis.

Abra­ham en de drie enge­len (1513), Lucas van Ley­den (1494 – 1533)