20220117 — maandag

Dag­je op kan­toor. Met de Ford Ka en zon­der accu­pro­ble­ma­tiek. Hal­ver­we­ge de dag kre­gen we het goe­de nieuws dat de kan­di­daat voor een open posi­tie in ons team het aan­bod geac­cep­teerd had. Nu kun­nen we met­een door met het zoe­ken naar een ver­van­ger voor het team­lid dat ons bin­nen­kort gaat ver­la­ten voor een baan bui­ten Emer­son. Zo blij­ven we bezig. 

In de namid­dag stond er een terug­kom­ses­sie gepland voor een trai­ning die ik in okto­ber gevolgd had. We kre­gen toen aan het eind de opdracht om drie acties op te star­ten die ver­band moesten heb­ben met wat we geleerd had­den. In de ses­sie van­daag had ieder­een vijf minu­ten de tijd om te ver­tel­len hoe men invul­ling had gege­ven aan die acties en wat de hui­di­ge sta­tus was. Deel­na­me aan de ses­sie was ver­plicht en de terug­kop­pe­ling moest zoda­nig zijn dat dui­de­lijk was dat men er ener­gie in had gesto­ken en dat er ook al resul­ta­ten geboekt waren. Pas dan zou de trai­ning als com­pleet wor­den beschouwd. Ik kan mel­den dat het me gelukt is. 

Tus­sen­door kreeg ik de uit­no­di­ging om deel te nemen in een sub­groep van het duur­zaam­heids­pro­gram­ma op onze loca­tie. De aan­dacht van deze sub­groep zal gericht zijn op duur­zaam­heids­as­pec­ten die ver­band hou­den met de bezoe­kers (intern en extern) die wij gere­geld mogen ont­van­gen. Natuur­lijk heb ik vol­mon­dig ja gezegd. 

Gene­sis 19b

Er was geen tijd te ver­lie­zen. De enge­len namen Lot, zijn vrouw en doch­ters bij de hand, en leid­den hen weg van Sodom en Gomor­ra. De HEER wil­de hen spa­ren maar Lot twij­fel­de of ze tij­dig de bescher­ming van het geberg­te zou­den weten te berei­ken voor­dat het onheil boven Sodom en Gomor­ra zou los­bar­sten. Hij vroeg God of het ook moge­lijk was in een klein stad­je te schui­len dat niet zo ver weg was. God ging akkoord en het gezel­schap op weg. Ze moesten wel opschie­ten, want God liet weten dat ze zolang ze het stad­je nog niet had­den bereikt en niet in vei­lig­heid waren, hij niet kon begin­nen met zijn alles­ver­nie­ti­gen­de acti­vi­tei­ten. Blijk­baar was hij zeer onge­dul­dig, want nog voor­dat ze het stad­je Soar had­den bereikt was de ver­woes­ting al inge­zet mid­dels zwa­vel en vuur dat neer­daal­de uit de hemel. De vrouw van Lot keek om en ver­an­der­de in een zout­pi­laar. De enge­len had­den dan wel gezegd ‘Kijk niet om en sta ner­gens in de val­lei stil’, maar dat deze straf op de over­tre­ding stond had­den ze mis­schien iets dui­de­lij­ker moe­ten dui­de­lijk maken.

Wat ik me afvraag. Hoe wis­ten Lot en zijn doch­ters wat er met hun moe­der was gebeurd als zij zelf niet durf­den om te kijken?

De ver­woes­ting van Sodom en Gomor­ra in de Kro­niek van Neu­ren­berg (1493), Hart­mann Sche­del (1440–1514)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.