20220120 — donderdag

Ook van­daag thuis gewerkt. Mor­gen weer naar kan­toor. De dag had een aan­tal pit­ti­ge ver­ga­de­rin­gen in pet­to waar ik me goed op had kun­nen voor­be­rei­den, maar waar ik des­on­danks om ver­schil­len­de rede­nen toch een beet­je tegen­op zag. Het viel uit­ein­de­lijk (zoals zo vaak) mee. Helaas liep de laat­ste mee­ting uit en had ik wei­nig tijd om rus­tig te eten want er stond een stu­die­bij­een­komst van de OU gepland. Er was ruim­te om vra­gen te stel­len over de nieu­we stu­die­op­zet waar­over ik eer­der al iets geschre­ven heb (hier, om pre­cies te zijn). De ses­sie duur­de een uur­tje en veel nieuws heb ik niet gehoord. Ik kan gewoon ver­der met mijn hui­di­ge stui­de­plan­ning en gaan­de­weg zul­len er cur­sus­sen ver­dwij­nen en nieu­we voor in de plaats komen. Er gaat wel min­der keus komen omdat het aan­bod nu nog­al breed is, en dat is kos­ten­tech­nisch te duur. Voor­als­nog heb ik er nog geen pro­ble­men mee, ten­zij de nieu­we cur­sus­sen me hele­maal niet aan­spre­ken. In maart komt de nieu­we stu­die­gids uit. Dan ga ik me er wat ver­der in verdiepen.

Gene­sis 21a

God had het goed voor­speld. Sara werd zwan­ger (‘De HEER zag om naar Sara zoals hij had beloofd, hij gaf haar wat hij had toe­ge­zegd’) en baar­de een zoon die Isaak werd genoemd. Vol­gens de regels van het ver­bond met God werd het jon­ge­tje op zijn acht­ste levens­dag door Abra­ham besne­den en werd er later een groot feest geor­ga­ni­seerd toen hij niet lan­ger aan de borst bij Sara hoef­de. En opnieuw leek het of ik in een her­ha­ling van zet­ten terecht­kwam. Want Sara zag hoe Isma­ël, het zoon­tje van Hagar (haar Egyp­ti­sche sla­vin die zij zelf het bed van Abra­ham in had gestuurd) op het feest spot­tend lach­te. Reden genoeg voor haar om Abra­ham te dwin­gen Hagar en Isma­ël weg te stu­ren omdat zij bang was dat haar kind ooit de erfer­nis zou moe­ten delen met Ismaël.

Abra­ham wist met de situ­a­tie niet goed raad daar het hier zijn (eer­ste) zoon betrof. Het was God die uit­komst bracht. Hij ver­tel­de dat Abra­ham met een gerust hart kon doen wat Sara van hem ver­lang­de. Want alleen de nako­me­lin­gen van Isaak zou­den gel­den als zijn nage­slacht. En om hem nog wat meer te over­tui­gen liet hij weten dat Isma­ël ook heel veel kin­de­ren zou krij­gen en eigen volk kon stich­ten. Tevre­den stuur­de Abra­ham daar­op Hagar en Isma­ël de woes­tijn waar ze bei­den bij­na van de dorst omkwa­men tot­dat ze gered wer­den door een engel en God, waar­na ze ver­der trok­ken en zich ves­tig­den in de woes­tijn van Paran.

Abra­ham ver­stoot Hagar en Isma­ël (1657), Il Guer­ci­no (Gio­van­ni Fran­ce­s­co Bar­bie­ri) (1591–1666)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.