20220123 — zondag

Van­och­tend als eer­ste klus de kachel weer flink opge­stookt want de tem­pe­ra­tuur in huis schom­mel­de rond de vijf­tien gra­den. Met m’n stu­die­boe­ken de och­tend door­ge­bracht in de woon­ka­mer. Rond het mid­dag­uur m’n hard­loop­kle­ren en ‑schoe­nen aan­ge­trok­ken en een stuk­je gaan ren­nen. Inge had in de tus­sen­tijd een lek­ke­re maal­tijd gemaakt voor onze zoon en schoon­doch­ter die iede­re hulp kun­nen gebrui­ken in hun nieu­we bestaan als ouders van een pas­ge­bo­ren doch­ter. Na het ren­nen en dou­chen ben ik dat even bij hen gaan bezor­gen. Bij thuis­komst bleek de vloer­ver­war­ming het op mira­cu­leu­ze wij­ze weer te doen. Althans, de dis­play gaf aan dat er water­druk was en de tem­pe­ra­tuur­in­stel­ling deed het ook weer. Lang­zaam begin­nen de lei­din­gen in de vloer weer warm te wor­den. Mor­gen komt de mon­teur mis­schien voor niets.

Gene­sis 23

Het is ver­stan­dig geweest van God om tij­dig in te grij­pen voor­dat Abra­ham daad­wer­ke­lijk de hand aan zijn eigen zoon zou slaan. Hon­derd­ze­ven­en­twin­tig jaar oud komt Sara te over­lij­den. Reeds op hoge leef­tijd baar­de zij Isaak, en daar bleef het bij. De vele nako­me­lin­gen die Abra­ham beloofd zijn uit zijn huwe­lijk met Sara zul­len dus uit de ver­bin­te­nis van Isaak met een nog nader te bepa­len vrouw die­nen te komen. Zover is het nog niet. Eerst speelt het pro­bleem waar Sara te begra­ven, aan­ge­zien Abra­ham ten tij­de van het over­lij­den van Sara ver­blijft in Kir­jat-Arba, het hui­di­ge Hebron, in Kanaän. Daar woon­de hij als vreem­de­ling. Hij vroeg de Hethie­ten of zij hem mis­schien een graf kon­den geven voor zijn vrouw. 

De Hethie­ten ant­woord­den hem: ‘Maar luis­ter, heer, wij beschou­wen u als een vorst die door God zelf begun­stigd wordt! Begraaf uw vrouw in het bes­te graf dat we heb­ben. Nie­mand van ons zal u zijn graf wei­ge­ren en u belet­ten haar daar­in te begraven.’

Abra­ham had dit niet ver­wacht en boog diep voor de land­ei­ge­na­ren. Hij had er wel over nage­dacht want als reac­tie vroeg hij om er Efron, de zoon van Sochar, te ver­zoe­ken een graf af te staan bij de grot van Mach­pe­la dat op zijn akker lag. Efron, die aan­we­zig was, voel­de zich ver­eerd en wil­de in eer­ste instan­tie niets van een koop­prijs weten. Maar Abra­ham weet hem te over­tui­gen en Efron komt met een prijs van vier­hon­derd sje­kel zil­ver, wat markt­con­form blijkt te zijn in die tijd.

Begra­fe­nis van Sara, koper­gra­vu­re uit 1748, maker is mij onbekend

Daar­na begroef Abra­ham zijn vrouw Sara in de grot op de akker in Mach­pe­la, dicht bij Mam­re, het hui­di­ge Hebron, in Kanaän. Zo gin­gen het stuk grond en de daar­op gele­gen grot van de Hethie­ten over op Abra­ham en kwam hij in het bezit van een eigen graf.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.