Abimelech ziet Isaak Rebekka liefkozen — Genesis 26

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 26a

Net als Abra­ham eer­der wordt ook Isaak gedwon­gen te ver­hui­zen naar een ande­re plek van­we­ge een hon­gers­nood. Op voor­spraak van God kiest hij ervoor zich te ves­ti­gen in Gerar, de stad van Abi­me­lech, koning van de Filis­tij­nen. Deze Abi­me­lech ken­nen we al van eer­de­re hoofd­stuk­ken waar hij Sara, de vrouw van Abra­ham tot zich nam omdat hij in de ver­on­der­stel­ling ver­keer­de dat ze de zus­ter van Abra­ham was. Het had hem en zijn volk bij­na het leven gekost. Nu komt het niet zover. Op een dag ziet hij hoe Isaak en Rebek­ka elkaar lief­ko­zen ter­wijl ook nu ieder­een dacht dat ze broer en zus waren, want Isaak had dat met dezelf­de reden ver­teld als zijn vader. Name­lijk dat hij bang was ver­moord te wor­den als bekend zou wor­den dat Rebek­ka zijn vrouw was en iemand anders haar tot vrouw zou wil­len nemen van­we­ge haar schoonheid.

Abi­me­lech is kwaad op Isaak nu hij ont­dekt dat ze met elkaar gehuwd zijn. Stel dat hij­zelf of iemand van zijn volk Rebek­ka tot vrouw had wil­len nemen, dan had opnieuw Gods toorn over hen afge­roe­pen kun­nen wor­den. Ze slui­ten een eed om die van Abi­me­lech met Abra­ham ver­der te bestendigen. 

Abi­me­lech ziet Isaak Rebek­ka lief­ko­zen — Prent uit een reeks van 52 pren­ten naar schil­de­rin­gen in de Log­gia van Rafa­ël in het Vati­caan (1615), Ora­zio Bor­gi­an­ni (1574–1616)
0