De Amerikaanse grondwet

Bij een van de proef­ten­ta­mens die ik aan het door­ne­men ben werd gevraagd een frag­ment te lezen uit een brief van Tho­mas Jef­fer­son aan James Madi­son waar­in hij wat opmer­kin­gen plaatst bij het ont­werp van de Ame­ri­kaan­se grond­wet. Hij staat onder ande­re stil bij het rou­le­ren van amb­ten, waar­on­der ook de posi­tie van de pre­si­dent valt. Zijn waar­schu­wing is dat voor­ko­men moet wor­den dat er geen limiet aan deze her­ver­kie­zin­gen zou zijn. 

If once elec­ted, and at second or third elec­ti­on out­vo­t­ed by one or two votes, he will pre­tend fal­se votes, foul play, hold pos­se­si­on of the reins of govern­ment, be sup­por­ted by the sta­tes voting for him […]

Bron: M.D. Peter­son ed., The por­ta­ble Tho­mas Jef­fer­son (New York 1975) 428–430

Jef­fer­son hecht groot belang aan het rou­le­ren van amb­ten als mid­del tegen ver­slap­ping en cor­rup­tie. Dit is van ouds­her een cru­ci­aal aspect van het repu­bli­kein­se gedach­te­goed geweest. Zeker voor de posi­tie van de pre­si­dent. Want wan­neer de pre­si­dent onbe­perkt her­ko­zen kon wor­den, zou de repu­bliek vol­gens Jef­fer­son de gedaan­te gaan aan­ne­men van een monar­chie. Zijn vrees was dat de her­ver­kie­zin­gen bedrog en riva­li­teit tus­sen de sta­ten zou­den uit­lok­ken. Boven­dien was de kans groot dat bui­ten­land­se mogend­he­den de gele­gen­heid aan­grij­pen zou­den aan­grij­pen om zich op onge­oor­loof­de wij­ze te men­gen in deze herverkiezingen.

Niets nieuws onder de zon.