Lea en Rachel — Genesis 29 (deel drie)

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 29c

Hoe­wel het Jakob in eer­ste instan­tie alleen om Rachel ging, heeft hij nu vier vrou­wen: Lea, Zil­pa (een sla­vin van Laban), Rachel en Bil­ha (nog een sla­vin van Laban). God ziet dat Jakob niet ver­liefd is op Lea en besluit de zaken nog wat gecom­pli­ceer­der te maken door de moe­der­schoot van Lea te ope­nen ter­wijl Rachel kin­der­loos blijft. Lea brengt vier zonen ter wereld: Ruben, Sime­on, Levi en Juda. Bij iede­re geboor­te van een kind is ze over­tuigd dat Jakob zich nu wel meer aan haar gaat hech­ten. Na de geboor­te van haar vier­de kind, looft ze de HEER en krijgt hier­na geen kin­de­ren meer.

Lea en Rachel (?), Johann Frie­d­rich Over­beck (1789–1869)