Boem!, filosofie en tuinarbeid

Deze och­tend was ik vol­gens plan met mijn stu­die begon­nen toen ik opge­schrikt werd door enke­le dof­fe dreu­nen kort ach­ter elkaar. Het hele huis tril­de ervan. Daar­na stil­te. Lang gele­den had ik het­zelf­de erva­ren met een lich­te aard­schok in Bra­bant. Zou dit het­zelf­de zijn of toch iets anders? Ver­der­op zijn ze al een tijd­je bezig met het hei­en van palen in de grond. Was daar mis­schien iets mis­ge­gaan? En ach­ter ons per­ceel is een gemeen­te­werf. Daar zijn ze soms met zwaar mate­ri­eel bezig. Kwam het bij hen vandaan?

Ik liep naar bui­ten om Inge te vra­gen of zij een idee had. Nee, geen idee. Ze had wel het­zelf­de gehoord en gevoeld, maar dan in de schuur waar zij bezig was. We namen nog even de ver­schil­len­de opties door, maar omdat het ver­der rus­tig bleef — geen sire­nes of lucht­alarm te horen — gin­gen we weer ver­der met waar we mee bezig waren. 

Pas later op de dag ver­nam ik via Omroep Gel­der­land dat er een gecon­tro­leer­de explo­sie van een 155 meter hoge schoor­steen had plaats­ge­von­den in Nij­me­gen waar­van de knal tot ver in Arn­hem te horen was geweest. Dat ver­klaar­de het. 

klik HIER om de video op you­tu­be te bekijken

Na de stu­die en lunch ben ik ’s mid­dags Inge gaan hel­pen met de tuin­ac­ti­vi­tei­ten. Lang­zaam­aan gaan we die weer gereed maken voor de len­te- en zomer­pe­ri­o­de. Bin­nen de kors­te keren had­den we een aan­han­ger vol met tak­ken die door het storm­ach­ti­ge weer van de afge­lo­pen dagen naar bene­den waren geko­men. Ook heb­ben we een begin gemaakt met het snoei­en van het hoge riet en ande­re gras­plui­men, en het oprui­men van de bla­de­ren die we gedu­ren­de de win­ter had­den laten lig­gen zodat bij­voor­beeld egels eron­der kon­den schui­len of vogels er insek­ten in kon­den vinden. 

In de avond weer ver­der met de stu­die. Het lezen van filo­so­fi­sche tek­sten kost veel meer tijd dan ik gewend ben. Voor­al pro­be­ren te begrij­pen wat de strek­king van de tekst is en de rede­ne­ring erach­ter is soms erg moei­lijk. Ik moet er dui­de­lijk aan wen­nen. Tege­lij­ker­tijd is het erg boeiend.

Zomaar een voor­beeld: in zijn leer­dicht Over de natuur bespreekt Par­me­nides van Elea (±515-±440 v.C.) de keu­ze tus­sen twee opties die onver­e­nig­baar met elkaar zijn, maar dat ‘gewo­ne ster­ve­lin­gen’ dit dilem­ma niet her­ken­nen. Het gaat om aan de ene kant ‘dat het is, en dat het onmo­ge­lijk is dat het niet is’, en daar tegen­over ‘dat het niet is, en dat het nood­za­ke­lijk is dat het niet is’. Dat Par­me­nides de keu­ze voor de eer­ste optie maakt word in het hand­boek uit­ge­legd als ‘een beslis­send moment in de geschie­de­nis van de wes­ter­se filosofie’.

[De men­se­lij­ke dwa­ling]
Men moet uit­spre­ken en begrij­pen dat het is wat ís; want het is nu een­maal zo dat het is, maar niet dat het niets is. Ik draag u op dit ter har­te te nemen: de eer­ste weg van onder­zoek, waar­van ik u terug­houd, is díe. Dan ech­ter ook van die, waar­over de ster­ve­lin­gen dwa­len, die niets weten, de dub­bel­hoof­di­gen: onmacht stuurt immers in hun borst het dwa­lend ver­stand. Zij wor­den mee­ge­voerd, even doof als niet-ziend, in bot­te ver­ba­zing, uit­sluit­stel­lo­ze stam­men, voor wie dat iets bestaat en dat iets níet is als het­zelf­de geldt en ook weer als niet het­zelf­de, en er een weg is, waar­op alles omslaat in zijn tegen­deel. Nooit immers kan wor­den afge­dwon­gen dat ís wat níet is! Inte­gen­deel: van díe weg van onder­zoek moet u het ver­stand áfhou­den, en gewoon­te zomin als rij­ke erva­ring mogen u ertoe dwin­gen langs die weg de doel­lo­ze blik of het geluid-ver­stop­te oor of de spre­ken­de tong hun gang te laten gaan. Neen! Beoor­deel veel­eer uit­slui­tend naar de maat­staf der rede­ne­ring, het strijd­baar argu­ment daar­te­gen, dat door mij onder woor­den is gebracht.