God denkt eindelijk aan Rachel — Genesis 30 (deel een)

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 30a

Jakob heeft nu vier zonen van Lea, ter­wijl Rachel nog steeds geen kin­de­ren heeft. Ze smeekt Jakob om hier ver­an­de­ring in te bren­gen, maar die wordt kwaad en geeft als ant­woord: ‘Ik ben toch zeker God niet?’ Rachel stelt voor dat Jakob dan maar met haar sla­vin Bil­ha moet gaan ‘sla­pen’. Die baart Jakob twee zonen, Dan en Naf­ta­li. Reden voor Rachel om dit zien als een over­win­ning in de strijd met haar zus. Lea op haar beurt weet Jakob te over­tui­gen om nu met haar sla­vin te gaan ‘sla­pen’. Bij Zil­pa krijgt Jakob ook weer twee zonen, Gad en Aser. 

Rond die tijd vindt Ruben, een zoon van Lea, in het veld lief­des­ap­pels die hij aan zijn moe­der geeft. Rachel vraagt of zij er ook een paar van krijgt. Dit leidt tot een twist­ge­sprek waar Lea haar zus ver­wijt dat zij Jakob van haar heeft afge­pakt. En nu ook nog die lief­des­ap­pels. Dat is vol­gens Lea teveel van het goe­de. Rachel stelt een deal voor. In ruil voor de lief­des­ap­pels mag Jakob die nacht met Lea ‘sla­pen’. God krijgt dit mee en zorgt ervoor dat Lea weer zwan­ger raakt van een zoon die zijn Issa­char zal noe­men. Later krijgt ze zelfs nog een zes­de zoon, Zebu­lon en ook nog een doch­ter, Dina.

Toen dacht God ein­de­lijk aan Rachel: hij ver­hoor­de haar en open­de haar moe­der­schoot. Ze werd zwan­ger en bracht een zoon ter wereld. ‘God heeft me van mijn schan­de ver­lost,’ zei ze. Ze noem­de het kind Jozef en zei: ‘Ik hoop dat de HEER mij er nog een zoon bij geeft.’

Dante’s visi­oen van Rachel en Leah (1855); Dan­te Gabriel Ros­set­ti (1828–1882)

Tot zover de bed­pe­ri­ke­len van Jakob, Lea en Rachel. En natuur­lijk niet te ver­ge­ten de sla­vin­nen Zil­pa en Bil­ha die ook hun steen­tje heb­ben bij­ge­dra­gen. Tus­sen­stand: 11 zonen en 1 doch­ter als ik goed geteld heb, waar­van 1 bij Rachel, de vrouw die hij lief­heeft (maar nau­we­lijks bij ‘slaapt’).