Jakob haalt Lea en Rachel over te vluchten — Genesis 31 (deel een)

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 31

Jakob ver­neemt dat de zonen van Laban hem ver­wij­ten dat hij het vee van hun vader afhan­dig maakt en merkt ook dat Laban hem niet meer zo vrien­de­lijk beje­gent. Van de HEER krijgt hij te horen dat het tijd is weer huis­waarts te keren. 

Hij laat zijn vrou­wen Rachel en Lea naar hem toe komen en ver­telt hen wat hij van plan is. Uit­voe­rig doet hij uit de doe­ken hoe hard hij al die jaren voor hun vader heeft gewerkt en hoe deze hem als­nog bedro­gen had met vee waar hij recht op had. Alleen met de hulp van God heeft hij het weten te red­den en God is het die hem opdracht heeft gege­ven om terug te gaan naar zijn geboorteland. 

Rachel en Lea zijn het met Jakob eens. Ze ver­wij­ten nu hun vader dat die hen heeft ver­kocht en daar­na de bruidschat heeft ver­kwan­seld, ter­wijl die ooit voor hun kin­de­ren bedoeld zou zijn. Zo maken ze zich klaar om te vertrekken. 

Jakob haalt Lea en Rachel over te vluch­ten (1638), Pie­ter Pot­ter (±1598 – 1652)