Jakob trekt bij Laban weg en Rachel verstopt de godenbeeldjes — Genesis 31 (deel twee)

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begonnen.

Gene­sis 31

Als Laban het huis ver­laat om zijn scha­pen te gaan sche­ren, neemt Jakob met zijn gezin van de gele­gen­heid gebruik en ze ver­trek­ken stie­kem met een groot gevolg naar zijn vader Isaak in Kanaän. In de gau­wig­heid steelt Rachel ook nog even de goden­beeld­jes van haar vader Laban. Een zoveel­ste streek van wat bin­nen deze fami­lie niet lan­ger als een ver­ras­sing gezien mag wor­den. Want nog­maals voor de dui­de­lijk­heid, Laban is de broer van Rebek­ka, die op haar beurt de vrouw is van Isaak en de moe­der van Jakob.

Jakob trekt bij Laban weg (±1535), Cor­ne­lis Cor­ne­lisz Buys (II) (±1500-±1545/1546)

Het is pas na een paar dagen dat Laban erach­ter komt dat Jakob gevlucht is. Zon­der aar­ze­len zet Laban de ach­ter­vol­ging in. Toen hij hen bij­na had inge­haald ver­schijnt hem ’s nachts in een droom God, de HEER. Deze waar­schuwt dat hij Jakob geen stro­breed in de weg mag leg­gen. Je vraagt je af waarom.

Wan­neer Laban dan ein­de­lijk Jakob met zijn gevolg heeft inge­haald over­laadt hij hem met ver­wij­ten (waar­bij hij mis­schien gemaks­hal­ve ver­ge­ten is hoe hij zelf Jakob diver­se malen heeft bedro­gen). Maar, zo voegt hij eraan toe, omdat God zich ermee bemoeit heeft zal hij ver­der niets doen. Alleen wil hij wel weten wie zijn gods­beeld­jes heeft gesto­len en waar ze zijn. 

Jakob, die niet weet dat Rachel ze heeft ont­vreemd, geeft aan dat Laban het hele kamp mag onder­zoe­ken en als hij de beeld­jes weet te vin­den dat de dader niet in leven mag blij­ven. Laban gaat met zijn ver­wan­ten op zoek. Maar hoe goed ze hun best ook doen, ner­gens vin­den ze beeld­jes. Wan­neer ze als laat­ste bij de tent van Rachel komen heeft die inmid­dels de beeld­jes ver­stopt in een kameel­za­del waar­op ze blijft zit­ten, omdat ze veinst onge­steld te zijn, ter­wijl haar vader alles over­hoop haalt. Ook nu weer tevergeefs.

Rachel ver­stopt de goden­beeld­jes (1726–1728), Gio­van­ni Bat­ti­s­ta Tie­po­lo (1696–1770)