So the story goes


21470 — zaterdag

Het mate­ri­aal voor de cur­sus Ame­ri­ca­na is deze week gear­ri­veerd. Een rea­der en natuur­lijk toe­gang tot de onli­ne leer­om­ge­ving. De vol­le­di­ge titel van de cur­sus is trou­wens Ame­ri­ca­na. Euro­pe­se reflec­ties op Ame­ri­ka na 1900.

In afwach­ting van de uit­slag voor Inlei­ding filo­so­fie 2 — waar­voor ik geen vol­doen­de ver­wacht — heb ik me inge­schre­ven voor Ame­ri­ca en Aca­de­misch schrij­ven. Het zijn de laat­ste cur­sus­sen die ik moet afron­den voor de pro­pe­deu­se oude stijl Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen. Hope­lijk gaat me dit luk­ken (inclu­sief een even­tu­eel her­ten­ta­men Inlei­ding filo­so­fie 2) in het hui­dig kalen­der jaar. Dat zou bete­ke­nen dat ik er dan pre­cies drie jaar over gedaan zou heb­ben. Naast een vol­le­di­ge baan met een gemid­del­de tijds­be­ste­ding van 50 uur per week vind ik dat een accep­ta­bel stu­die­tem­po.

De cur­sus Ame­ri­ca­na is als volgt opge­bouwd:

  • Inlei­ding
  • The­ma 1 – Anti-ame­ri­ka­nis­me in het inter­bel­lum. 
    Filo­so­fen en schrij­vers als cri­ti­ci van de Ame­ri­kaan­se cul­tuur
  • The­ma 2 – You too can be like us! 
    Ame­ri­ka­beel­den in de Weder­op­bouw
  • The­ma 3 – Near to nothing­ness. 
    De Rot­h­ko-kapel in Hous­ton
  • The­ma 4 – Ame­ri­ka­no­fi­lie en post­mo­der­nis­me-light. 
    Het Ame­ri­ka­beeld van Neder­land­se schrij­vers sinds de jaren zes­tig van de twin­tig­ste eeuw
  • The­ma 5 – Niet Ame­ri­ka, maar Dis­ney­land first! 
    De Dis­neyi­za­ti­on van de wereld en dus ook van Neder­land

Van­daag ben ik begon­nen met de inlei­ding. Naast wat alge­me­ne infor­ma­tie in de leer­om­ge­ving op de OU site, vormt een rea­der­tekst geschre­ven door Frank Inklaar het hoofd­be­stan­deel. Ik heb de tekst een keer door­ge­scand en daar­na een keer aan­dach­tig door­ge­le­zen. Mor­gen ga ik er een samen­vat­ting van maken. Geen KAVV-ana­ly­se, maar gewoon, een uit­trek­sel.

~ ~ ~

Genesis 42

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, ben ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begon­nen.

Jozef verkoopt graan in Egypte

Graan­schaars­te is van alle tij­den en toen in Kanaän de voor­raad op begon te raken riep Jakob zijn zonen bij zich om te bespre­ken wat ze hier­aan kon­den doen. Ze beslui­ten dat er niets anders op zit dan af te rei­zen naar Egyp­te waar vol­doen­de graan te koop is. Tien van Jakobs zonen ver­trek­ken met ezels en geld­zak­ken, alleen de jong­ste zoon Ben­ja­min blijft ach­ter bij zijn vader omdat Jakob bang is dat hem iets over­komt — want hij weet niet beter dat zijn zoon Jozef om het leven is geko­men door wil­de die­ren. 

Wan­neer de broers in Egyp­te zijn aan­ge­ko­men gaan ze op zoek naar de plek waar het graan wordt ver­kocht. De ver­koop vindt plaats onder toe­zicht van Jozef. Hij her­kent met­een zijn broers, maar omge­keerd is dat niet het geval. Zon­der hen op de hoog­te te bren­gen van hun fami­lie­ban­den ver­wijt hij hen spi­on­nen te zijn die pro­be­ren uit te zoe­ken wat de zwak­ke plek­ken van Egyp­te zijn. Ondanks de tegen­wer­pin­gen van zijn broers dat ze met goe­de bedoe­lin­gen zijn geko­men blijft hij bij zijn stand­punt en laat hen opslui­ten.

Jozef ver­koopt graan in Egyp­te (1655), Bart­ho­lo­meus Breen­bergh (1598–1657)

Na drie dagen geeft hij hen de keu­ze om een van hen ach­ter te laten als gij­ze­laar ter­wijl ze met graan mogen terug­rei­zen naar Kanaän. Wel moe­ten ze dan met hun jong­ste broer Ben­ja­min terug­ko­men naar Egyp­te. Alleen dan zal het dui­de­lijk zijn dat ze geen spi­on­nen zijn — iets waar­van mij de logi­ca ont­gaat. De broers stem­men toe. Ze den­ken dat deze situ­a­tie een straf is voor wat ze hun broer Jozef (die ze nog steeds niet her­ken­nen) heb­ben aan­ge­daan. 

Sime­on wordt als gij­ze­laar aan­ge­we­zen en Jozef geeft zijn die­na­ren opdracht om de man­den met graan te vul­len. Onder­weg naar Kanaän merkt een van de broers dat zijn zak met geld nog in de mand zit. Ze zien dat als een slecht teken. Een­maal thuis ver­tel­len ze hun vader Jakob wat er voor­ge­val­len is. Pas dan valt hen op dat ook in alle ande­re man­den de geld­bui­dels terug­ge­legd zijn. Reden voor Jakob om ook in paniek te raken. Van het voor­stel om Ben­ja­min naar Egyp­te te stu­ren wil hij niets weten. Zelfs niet wan­neer Ruben aan­geeft dat Jakob de twee zonen van Ruben mag doden als hij er niet in slaagt terug te keren met zowel Ben­ja­min als Sime­on. Maar Jakob houdt voet bij stuk en dus gaat er nie­mand terug naar Egyp­te.