So the story goes


22194 — dinsdag

Altijd wen­nen de eer­ste och­tend wak­ker wor­den in een vreemd bed, een vreem­de kamer. Ik was in Sta­van­ger. Tot begin vorig jaar nog nooit in Noor­we­gen, laat staan in Sta­van­ger geweest. Nu was het alweer de der­de keer.

Nadat ik me opge­knapt had en klaar was voor het ont­bijt, open­de ik de gor­dij­nen om te zien of het raam een beet­je open kon. Het was warm op de kamer. Mijn uit­zicht was gewel­dig.

Vorig jaar rond deze tijd was ik ook in Sta­van­ger. Er werd ons toen een hotel aan­ge­ra­den dat aan de rand van de haven lag. Een oud pit­to­resk hotel. Ik had geluk dat ze nog een kamer aan de voor­zij­de had­den weten te reser­ve­ren. Ande­re collega’s slie­pen aan de ach­ter­kant. Dat was ook met­een het belang­rijk­ste ver­schil. Zij slie­pen ’s nachts, ter­wijl ik wak­ker werd gehou­den door de vele toe­ris­ten die zich luid­keels de hele avond en nacht over de bou­le­vard van café naar café slin­ger­den en mij uit de slaap hiel­den.

Deze keer had ik dus aan­ge­ge­ven een hotel iets­jes ver­wij­derd van het cen­trum te pre­fe­re­ren. Als ik naar links keek zag ik het haven­tje in de ver­te tus­sen de gebou­wen door. Er werd de laat­ste tijd veel gebouwd zo ver­tel­de mijn col­le­ga die me na het ont­bijt kwam opha­len voor een nieu­we werk­dag.

Die­zelf­de col­le­ga bracht me ook weer terug en we spra­ken af dat hij zijn auto naar huis zou bren­gen en me dan in het cen­trum zou ont­moe­ten zodat we ergens naar het voet­bal kon­den gaan kij­ken. Neder­land speel­de ten­slot­te tegen Roe­me­nië en dat zou ik zeker wel wil­len zien, dacht hij. Ik liet het maar zo en ein­dig­den in een voor­ma­li­ge ter­mi­nal waar je op de veer­boot kon stap­pen die een pen­del­dienst ver­zorg­de tus­sen alle eilan­den in de buurt. De pen­del­dienst was er nog steeds maar leg­de ergens anders aan en de ter­mi­nal was ver­bouwd tot een soort van eve­ne­men­ten­hal plus res­tau­rant.

De wed­strijd bleek niet echt popu­lair te zijn in Sta­van­ger. Voor in de hal, bij­na in het scherm zat een groep­je Roe­me­nen en ver­der wat loka­le bevol­king. De twee man­nen in hun oran­je shirt waren Neder­lan­ders die hier woon­ach­tig waren. Neder­land won, de Roe­me­nen dro­pen teleur­ge­steld af en de vro­lij­ke Neder­lan­ders gin­gen met hun Noor­se gezin­ne­tjes met­een naar huis. Bed­tijd voor de kin­de­ren. Wij gin­gen nog ergens iets drin­ken voor­dat ik mijn hotel­ka­mer weer opzocht.