Moby-Dick, Herman Melville
Chapter 3 – The Spouter-Inn

Op zoek naar een plaats om te overnachten heeft Ismaël gekozen voor The Spouter-Inn. Bij het binnentreden van dit hotel ziet hij in hal een schilderij dat zo vervuild is geraakt dat het hem in het begin niet lukt te onderscheiden wat er nu precies wordt afgebeeld. Pas na lang turen ziet hij dat het een driemaster betreft die in een gevaarlijke storm met huizenhoge golven verzeild is geraakt met bovendien een uitgeputte walvis die van plan is zich op de masten te spietsen.
Verder is de hal gevuld met speren, lansen, harpoen en wat zoal gebruikt werd door de jaren heen voor de walvisvaart. Vanuit de hal betreedt Ismaël daarna een lage ruimte waar aan het eind de bar is te vinden die omlijst is door een gigantische walviskaak. Aan een grote tafel zitten enkele zeelieden en Ismaël gaat op zoek naar de eigenaar, die hem verteld dat hij geen kamers meer vrij heeft. Maar hij laat Ismaël de keus of deze geen probleem heeft om in dezelfde kamer te overnachten die geboekt is door een harpoenier. Daarbij ervan uitgaande dat Ismaël hier is om op walvisvaart te gaan. Ismaël hoeft er niet lang over te denken en gaat akkoord.
Nadat hij met een aantal andere bezoekers een avondmaaltijd heeft genuttigd installeert Ismaël zich in de kamer waar ook de bar is. Om de tijd te doden observeert hij de hotelgasten die zich ook daar bevinden tot zich plots een nieuwe groep bezoekers aandient. Het is de bemanning van een schip dat een zeetocht van drie jaar achter de rug heeft. Eén bemanningslid trekt de aandacht van Ismaël. Het is een grote vent die zich wat afzijdig houdt van de rest. Hoewel Ismaël hem slechts enkele minuten te zien vooraleer deze man stilletjes het hotel verlaat krijgen we wel te horen dat het hier een zekere Bulkington betreft die we later opnieuw zullen ontmoeten op hetzelfde schip als Ismaël.
Het is inmiddels negen uur in de avond en Ismaël vraagt de eigenaar of hij niet beter ergens op een tafel kan gaan slapen nu dat de harpoenier nog steeds niet terug is van wat hij dan ook aan het doen is. Dat is prima en een tafel wordt geregeld. Het lukt Ismaël echter niet de slaap te pakken en tegen twaalf uur vraagt hij de eigenaar waar de harpoenier toch blijft en of die altijd zo lang wegblijft. Ook nu doet de eigenaar nogal geheimzinnig over waar de harpoenier naartoe is. Hij heeft het steeds over dat het de harpoenier maar niet lukt zijn hoofd kwijt te raken, iets waar Ismaël steeds meer opgewonden over raakt omdat hij niet begrijpt waar de eigenaar het over heeft. Eindelijk komt dan het verlossende woord eruit:
But be easy, be easy, this here harponeer I have been tellin’ you of has just arrived from the south seas, where he bought up a lot of ‘balmed New Zealand heads (great curios, you know), and he’s sold all on ‘em but one, and that one he’s trying to sell to-night, cause to-morrow’s Sunday, and it would not do to be sellin’ human heads about the streets when folks is goin’ to churches.
p.17
~ ~ ~
Het hoofdstuk is nog niet voorbij maar ik laat het hierbij met een mooie cliffhanger: is Ismaël nog wel bereid een kamer (of beter gezegd, een bed) te delen met een onbekende harpoenier nu hij weet dat deze in gebalsemde hoofden handelt? Binnenkort meer…

Geef een reactie