22532 — donderdag

Moby-Dick, Herman Melville

Chap­ter 3 – The Spou­ter-Inn

Op zoek naar een plaats om te over­nach­ten heeft Isma­ël geko­zen voor The Spou­ter-Inn. Bij het bin­nen­tre­den van dit hotel ziet hij in hal een schil­de­rij dat zo ver­vuild is geraakt dat het hem in het begin niet lukt te onder­schei­den wat er nu pre­cies wordt afge­beeld. Pas na lang turen ziet hij dat het een drie­mas­ter betreft die in een gevaar­lij­ke storm met hui­zen­ho­ge gol­ven ver­zeild is geraakt met boven­dien een uit­ge­put­te wal­vis die van plan is zich op de mas­ten te spiet­sen.

Ver­der is de hal gevuld met spe­ren, lan­sen, har­poen en wat zoal gebruikt werd door de jaren heen voor de wal­vis­vaart. Van­uit de hal betreedt Isma­ël daar­na een lage ruim­te waar aan het eind de bar is te vin­den die omlijst is door een gigan­ti­sche wal­vis­kaak. Aan een gro­te tafel zit­ten enke­le zee­lie­den en Isma­ël gaat op zoek naar de eige­naar, die hem ver­teld dat hij geen kamers meer vrij heeft. Maar hij laat Isma­ël de keus of deze geen pro­bleem heeft om in dezelf­de kamer te over­nach­ten die geboekt is door een har­poe­nier. Daar­bij ervan uit­gaan­de dat Isma­ël hier is om op wal­vis­vaart te gaan. Isma­ël hoeft er niet lang over te den­ken en gaat akkoord.

Nadat hij met een aan­tal ande­re bezoe­kers een avond­maal­tijd heeft genut­tigd instal­leert Isma­ël zich in de kamer waar ook de bar is. Om de tijd te doden obser­veert hij de hotel­gas­ten die zich ook daar bevin­den tot zich plots een nieu­we groep bezoe­kers aan­dient. Het is de beman­ning van een schip dat een zee­tocht van drie jaar ach­ter de rug heeft. Eén beman­nings­lid trekt de aan­dacht van Isma­ël. Het is een gro­te vent die zich wat afzij­dig houdt van de rest. Hoe­wel Isma­ël hem slechts enke­le minu­ten te zien voor­al­eer deze man stil­le­tjes het hotel ver­laat krij­gen we wel te horen dat het hier een zeke­re Bul­king­ton betreft die we later opnieuw zul­len ont­moe­ten op het­zelf­de schip als Isma­ël.

Het is inmid­dels negen uur in de avond en Isma­ël vraagt de eige­naar of hij niet beter ergens op een tafel kan gaan sla­pen nu dat de har­poe­nier nog steeds niet terug is van wat hij dan ook aan het doen is. Dat is pri­ma en een tafel wordt gere­geld. Het lukt Isma­ël ech­ter niet de slaap te pak­ken en tegen twaalf uur vraagt hij de eige­naar waar de har­poe­nier toch blijft en of die altijd zo lang weg­blijft. Ook nu doet de eige­naar nog­al geheim­zin­nig over waar de har­poe­nier naar­toe is. Hij heeft het steeds over dat het de har­poe­nier maar niet lukt zijn hoofd kwijt te raken, iets waar Isma­ël steeds meer opge­won­den over raakt omdat hij niet begrijpt waar de eige­naar het over heeft. Ein­de­lijk komt dan het ver­los­sen­de woord eruit:

But be easy, be easy, this here har­po­neer I have been tel­lin’ you of has just arri­ved from the south seas, whe­re he bought up a lot of ‘bal­med New Zea­land heads (gre­at curi­os, you know), and he’s sold all on ‘em but one, and that one he’s trying to sell to-night, cau­se to-morrow’s Sun­day, and it would not do to be sel­lin’ human heads about the streets when folks is goin’ to chur­ches.

p.17

~ ~ ~

Het hoofd­stuk is nog niet voor­bij maar ik laat het hier­bij met een mooie cliff­han­ger: is Isma­ël nog wel bereid een kamer (of beter gezegd, een bed) te delen met een onbe­ken­de har­poe­nier nu hij weet dat deze in gebal­sem­de hoof­den han­delt? Bin­nen­kort meer…

rubriek:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.