Dit jaar heb ik weer een museumjaarkaart aangeschaft. In het kader van goede voornemens om regelmatig te blijven hardlopen, meer te gaan lezen en ook mezelf regelmatig te verwennen door een dag vrijaf te nemen om een museum te bezoeken. Vandaag was het zover en koos ik voor museum More in Gorssel.
Waarom nu juist dit museum?
Na het overmaken van het verschuldigde bedrag voor de museumjaarkaart kreeg ik een welkomstmail met onder andere een overzicht van tijdelijke tentoonstellingen die binnenkort aflopen. Wat me meteen aantrok was een tentoonstelling getiteld European Realities | Schilderkunst 1919–1939. Toen ik niet zolang geleden de studie Cultuurwetenschappen volgde aan de Open Universiteit stond dit tijdvak in het eerste jaar centraal en bij de module kunstgeschiedenis had ik een aantal bijzondere schilderijen voorbij zien komen. Omdat vanwege de lockdown museumbezoek uit den boze was vond ik het nu wel een mooie gelegenheid om dat goed te maken.
Het museum gaat om 10 uur open en samen met twee andere wachtenden waren wij de eerste bezoekers van de dag. We werden vriendelijk welkom geheten door het personeel bij de receptie, hingen onze jassen op in de garderobe en liepen de trap op naar de eerste verdieping waar deze tijdelijke tentoonstelling gehuisvest was.

Daar namen de twee vrouwen die los van elkaar hier naartoe waren gereisd plaats op een bankje in de eerste zaal om een korte documentaire over het tijdsvak te volgen. Zelf maakte ik een wandeling door alle zalen om gevoel te krijgen hoeveel schilderijen er hingen en hoe een en ander was ingedeeld. Toen ik weer terug bij af was, begon ik opnieuw maar nu bekeek ik elk schilderij aandachtig en las de informatie die erbij vermeld stond.

De zalen waren zoals ik het kon zien ingedeeld volgens bepaalde thema’s die in de periode 1919–1939 nieuw of onderscheidend waren in hoe ze verwerkt werden in de kunst:
- Oorlog en vrede
- Nieuw mensbeeld
- Intieme binnenwereld
- Moderne buitenwereld
- Sociaal-politie kunst
Grote panelen gaven een uitleg bij elk thema:



Het eerste uur bleef het redelijk rustig en kon ik op m’n gemak de schilderijen van dichtbij en veraf bekijken zonder dat ik andere bezoekers voor de voeten liep of dat ze mij in het zicht stonden. Veel schilderijen zaten niet achter glas en er was ook geen reling of iets dergelijks aangebracht zodat je elk schilderij tot in detail kon bestuderen. Zo was goed te zien bij het schilderij ‘Tegen de avond, San Remo’ uit 1927 van Acke Hallgren (1885–1940) hoe er in de muur van het gebouw aan de linkerkant op de eerste verdieping een venster is geschetst wat verder niet is uitgewerkt.


Zoals gezegd had ik enkele schilderijen die ik vandaag zag eerder als afbeelding voorbij zien komen tijdens mijn studie, maar het is elke keer weer een verrassing dat sommige schilderijen in het echt veel groter of kleiner zijn dan hoe je zelf voorgesteld hebt. Er staan in een studieboek dan wel altijd de afmetingen bij, maar daar ben ik dan vaak geneigd overheen te lezen, of het dringt niet voldoende tot me door. Als je ze dan naast elkaar ziet hangen valt het des te meer op hoe verschillend van afmeting ze zijn, en ook veel minder lijken op de afbeeldingen in een boek (hoe vreemd dat ook mag klinken). Dat heeft ook te maken met de belichting en/of de lichtval in het museum waardoor de kleuren anders ervaren worden.



Nadat ik zo’n twee uur had rondgelopen en het almaar drukker werd vond ik het genoeg geweest. Heel even keek ik beneden bij de vaste tentoonstelling om een indruk te krijgen of het de moeite waard zou zijn nog een keer terug te komen. En dat is het. Dus het blijft zeker niet bij dit eerste bezoek aan museum More in Gorssel.
~ ~ ~
Er waren een aantal schilderijen die er voor mij vandaag echt uitsprongen en waar ik veel langer bij bleef staan kijken en waar ik ook weer naar terugging zonder dat ik altijd precies kon duiden waarom ze me zo fascineerden. Waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat het alweer geruime tijd geleden was dat ik in een museum ben geweest. Het voelde op een bepaalde manier overweldigend. Ik denk dat als ik wat vaker ga een meer neutrale houding kan aannemen en een persoonlijke smaak kan ontwikkelen. Nu vond ik bijna alles geweldig.
In willekeurige volgorde volgen hieronder de schilderijen die ik meer dan é´en keer heb bekeken, zonder daarmee de andere schilderijen tekort te willen doen (bij voorbaat excuses voor de ‘scheve’ foto’s; het viel nog niet mee fatsoenlijke foto’s te maken zelfs wanneer je er alle ruimte voor kreeg):
Rustende schoorsteenveger, 1936 — Pyke Koch (1901–1991)
30 x 52 cm

Op de een of andere manier leek het wel of dit donkere schilderij in de verder helder verlichte zaal alle aandacht naar zich toe trok. Ook toen ik voor de tweede keer de zaal binnenliep ging ik allereerst naar dit schilderij toe. Wat me in eerste instantie vooral opviel waren al die plooien in de kleren van de schoorsteenveger. Vreemd genoeg was mijn eerste beleving dat het hele schilderij erg donker was, maar dat is het eigenlijk helemaal niet. Er is de donkere schaduw op het tuinhek en linksonder over het groene gebladerte, maar de schoorsteenveger zelf wordt helemaal uitgelicht. Het komt denk ik door de overwegend donkergrijze kleuren die gebruikt worden. Mooi is dan weer hoe de handen en het gezicht er zo uitspringen qua kleur. En onderaan dat kleine oranje bloemetje is bijna van een ontroerende schoonheid.

Marguerite Kelsey, 1928 — Meredith Frampton (1894–1984)
120,8 x 141,2 cm

Naar dit schilderij van Meredith Frampton ben ik een paar keer teruggegaan. Eerlijk gezegd weet ik niet waarom. Misschien is het de blik in het gezicht van deze Marguerite Kelsey (een professioneel model voor schilders) waaruit een soort van droefheid spreekt (zo ervaarde ik het althans) die ik er iedere keer in meende te zien maar tegelijkertijd ook weer telkens verdween als ik bleef kijken. Verder vind ik de kleurencombinatie van het hele schilderij heel mooi in balans en de gebruikte schildertechniek waanzinnig knap.


Oefenveld, 1926 — Franz Sedlacek (1891–1945)
26,5 x 23,3 cm

Een voorbeeld van een klein schilderij dat ik veel groter had gedacht was dit ‘Oefenveld’. Hoe langer ik ernaar keek, hoe vrolijker ik werd van alle die poppetjes op de lange latten. Wat ik mooi vond is dat bij het inzoomen al die kleine mensjes steeds meer mens werden in hun chaotische pogingen overeind te blijven, terwijl bij het meer afstand nemen het schilderij iets abstracts kreeg en de skiërs steeds meer opgingen in een geraffineerd lijnenspel.


Beton, 1924 — Karl Völker (1889–1962)
84,5 x 100 cm

In dezelfde zaal hing een schilderij waar ik ook een verschillend gevoel kreeg naargelang ik er dichter of verder vanaf stond. Zonder dat ik kan uitleggen waarom werd ik erg rustig van het lijnenspel bij ‘Beton’. De ronde rechte schoorsteen met nauwelijks zichtbare rook breekt op een subtiele manier met voor de rest alleen maar strakke lijnen.
De Zeppelin, 1933 — Carel Willink (1900–1983)
75 x 100 cm

Bij het schilderij ‘De Zeppelin’ van Carel Willink had ik dubbele gevoelens. Er hangt een sfeer van dreiging met dat grote anonieme voorwerp in de lucht en dan dat kleine groepje zwaaiende mensen in een verder verlaten straat. Is het een vorm van welkom of eerder dat ze graag zien dat het toestel snel verder gaat? En waarom zijn er niet veel meer mensen in de straat? Ik heb er lang naar staan kijken maar hoe langer ik keek hoe meer het onder mijn huid kroop. Heel apart.

Rekwisitie, 1929 — Krsto Hegedušić (1901–1975)
146 x 115 cm

Dan als laatste het schilderij ‘Rekwisitie’ van Krsto Hegedušić wat me deed denken aan de schilderijen van Pieter Bruegel of Jeroen Bosch. Wat bleef hangen is de grote tragiek van al die verschillende scènes die zich tegelijkertijd afspelen; de huilende vrouw linksonder, de koe die weggehaald wordt rechtsonder en waarbij de eigenaar klappen krijgt, de publieke afranseling die een man op z’n blote billen krijgt in het midden en dan rechtsboven een kar die wegrijdt met daarop een aantal lichamen. De titel geeft aan dat we hier te maken hebben met het vorderen van zaken door de overheid, maar dat het met dit geweld gepaard gaat is veelzeggend hoe de bevolking onderdrukt wordt. Wat me aansprak is dat door de overwegend heldere, vrolijke kleuren niet meteen duidelijk is dat het hier om een gruwelijk tafereel gaat. Dat doet het hierdoor harder binnenkomen als je het eenmaal ziet.


~ ~ ~
De tentoonstelling loopt nog tot en met 1 februari, dus wees snel mocht je een bezoek willen plannen. Alle schilderijen zijn in bruikleen en gaan weer terug naar het museum in Chemnitz.
Geef een reactie