De fiets van onze dochter is gevonden. Eerder deze week kreeg ze een telefoontje van het bedrijf waar ze de fiets bijna twintig jaar geleden had gekocht. Iemand had ‘m zien staan, het framenummer opgezocht en de grootste fietsenhandelaar in de buurt gebeld. En daar stond de fiets netjes geregistreerd. Vandaag kunnen we ‘m gaan ophalen met onze auto, want die heeft meer ruimte. Er op fietsen kan namelijk niet want hij staat op slot en het sleuteltje is verdwenen. Een reservesleuteltje heeft ze ook niet.
Dat de fiets gestolen was, wist niemand. De fiets wordt al tijden door haar oudste zoon gebruikt en die vroeg zich al een paar dagen af waar hij ‘m het laatst had achtergelaten. Bij zijn moeder? Nope. Misschien bij de moeder of vader van zijn vriendin (haar ouder zijn gescheiden)? Of toch op school? Of bij zijn vader (zijn ouders zijn gescheiden)? Of op zijn stageplek? Of in de stad? U begrijpt, hij is redelijk makkelijk in dit soort zaken en daardoor meer dan regelmatig iets kwijt (wat in de meeste gevallen dan toch weer op wonderbaarlijke wijze bij hem terechtkomt, zoals bijvoorbeeld een rugtas met laptop). Ook nu was hij laconiek onder het feit dat zijn fiets nergens te vinden was. Die duikt wel weer op, was zijn (standaard)reactie.
Zo ook deze keer. De bejaarde alleenstaande vrouw die de fiets gevonden had, had ‘m bij het wandelen in het parkje achter haar huis zien staan. Ze wandelde veel want onlangs had ze twee nieuwe heupen aangemeten gekregen. De fiets stond geparkeerd bij de achtertuin van een naburig huis. Een dag later stond de fiets er nog steeds (was de bezoekster (fiets zonder stang) blijven slapen?). Weer een dag later stond de fiets er ook nog (dat was vreemd want waarom zou de bezoekster de fiets niet achter het huis hebben gezet als ze daar langer zou verblijven?). Toen de fiets een dag later nog steeds op dezelfde plek stond besloot ze hulp in te schakelen om ‘m bij haar neer te zetten zodat ze aangifte kon doen. Eerst deed haar dochter nog een oproep via facebook. Zonder resultaat. Maar juist voordat ze aangifte wilde doen schoot haar te binnen of het framenummer misschien kon helpen. Ja, dus.
De bejaarde alleenstaande vrouw hield van praten. In de paar minuten die we bij haar binnen waren had ze de geschiedenis van het parkje achter haar huis uit de doeken gedaan. Anneke van op de hoek in het witte huis was de dochter van de voormalig eigenaar van het stuk grond wat nu het parkje is, en heeft lang moeten wennen dat ze vanuit haar huis uitkijkt over de grond die nu niet meer aan de familie toebehoort. Haar eigen dochter heeft ook een kunstheup. Als weduwe laat ze niemand meer binnen omdat ze kort na het overlijden van haar man bedrogen is door nep-medewerkers van een verzekeringsbedrijf. Een schutting achter haar huis wil ze niet want dat ontneemt haar het zich op de vijver in het park. Wel jammer dat ze een bankje hebben geplaatst want dat is nu een hangplek voor jongeren die tot diep in de nacht onder invloed van alcohol en verdovende middelen veel overlast veroorzaken. En zo ging het maar door. Met m’n hoofd vol watten van de verkoudheid die maar niet wil wegzakken kreeg ik lang niet alles mee, maar het was duidelijk dat ze om gezelschap verlegen zat. Het viel dan ook niet mee om zomaar te vertrekken.