22863 — zaterdag

Don Quichot — Miguel de Cervantes

Eer­ste deel – Negen­en­der­tig­ste hoofd­stuk:

Waar­in de gevan­ge­ne zijn leven en avon­tu­ren ver­haalt

De gevan­ge­ne begint zijn ver­haal met te ver­tel­len over hoe zijn vader in de loop der jaren zijn geld en goe­de­ren door over­ma­ti­ge spil­zucht gro­ten­deels had ver­lo­ren. Dit zou komen door­dat hij als sol­daat had gediend, en het was alge­meen bekend dat in het leger ‘een schraal­hans vrij­ge­vig leert wor­den en een vrij­ge­vi­ge ver­kwis­tend.’ Aan­ge­zien zijn vader van natu­re al vrij­ge­vig was, werd het door zijn loop­baan in de krijgs­macht alleen maar erger.

Uit­ein­de­lijk besloot hij op zijn oude dag zijn goe­de­ren te gel­de te maken en te ver­de­len onder zijn drie zonen, met daar­bij de wens dat ze gedrie­ën een ver­schil­len­de car­ri­è­re zou­den kie­zen:

Kerk, zee óf konink­lijk huis, of dui­de­lij­ker gezegd: wie tot eer en rijk­dom wil gera­ken volg­de de Kerk, vare het zee­gat uit om han­del te drij­ven, of die­ne de koning; want men zegt: lie­ver een kruim­pje van ’s konings tafel dan een gunst van een gro­te heer. — [p.284]

De gevan­ge­ne, die tevens de oud­ste van de drie zoons was, kiest voor het konink­lijk huis, wat in de prak­tijk bete­ken­de om in het leger te gaan ‘daar het nu een­maal zeer moei­lijk is hem in zijn palei­zen te die­nen.’ Aldus geschied­de, en vol­gens de gevan­ge­ne was het nu zo’n twee­ën­twin­tig jaar gele­den dat hij het ouder­lijk huis ver­liet en sinds­dien niets meer had gehoord van zowel zijn vader als­ook zijn twee jon­ge­re broers.

Hij sluit zich al snel aan bij het leger van de her­tog van Alva die onder­weg was naar de Neder­lan­den, waar hij onder meer aan­we­zig was bij de terecht­stel­ling van de gra­ven van Egmont en Hoor­ne. Hier­na kiest hij ervoor om naar Ita­lië te gaan waar de voor­be­rei­din­gen plaats­vin­den om Cyprus terug te ver­o­ve­ren van de Tur­ken. Bij deze slag, die rede­lijk onver­wacht gewon­nen wordt door de chris­te­nen, is het juist de gevan­ge­ne die als een van de wei­ni­gen gevan­gen wordt geno­men. Van­daar dat we hem ‘de gevan­ge­ne’ zijn gaan noe­men, blijk­baar. Hij wordt afge­sne­den van de sol­da­ten die hem volg­den toen hij sprong maak­te naar een galei van de vij­and en deze los­raak­te van de boot waar­door ze geën­terd was. Zo ein­dig­de hij als krijgs­ge­van­ge­ne van de Tur­ken.

In de jaren die volg­den raak­te hij als galei­slaaf betrok­ken bij enke­le gro­te his­to­ri­sche zee­sla­gen en bele­ge­rin­gen, en bij een van deze gevech­ten kwam hij in con­tact met een gevan­gen­ge­no­men chris­ten met de naam Don Pedro de Aguilar, ‘een sol­daat van gro­te naam en zeld­zaam ver­stand en die boven­dien een bij­zon­de­re aan­leg had voor wat men poë­zie noemt.’ Deze Don Pedro had gevoch­ten bij de ver­de­di­ging van de stad La Gole­ta en had als vaan­drig gediend in het fort.

Bij het noe­men van die naam vroeg een van de met­ge­zel­len in het gezel­schap van Don Fer­nan­do wat er van die Don Pedro de Aguilar gewor­den was. De gevan­ge­ne wist het niet zeker maar dacht dat hij had weten te ont­vluch­ten omdat hij hem later in Kon­stan­ti­no­pel had gezien, zon­der hem ove­ri­gens gespro­ken te heb­ben. Wat bleek nu, Don Pedro was de broer van de cabal­le­ro en had inder­daad de vrij­heid her­von­den en woon­de nu in de stad met zijn gezin. De cabal­le­ro liet ook weten dat hij de son­net­ten ken­de die Don Pedro had geschre­ven naar aan­lei­ding van de val van de stad La Gole­ta en het bij­be­ho­ren­de fort. Hij bood aan om ze voor te dra­gen, en dat zal aan het begin zijn van het vol­gen­de hoofd­stuk gebeu­ren.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.