So the story goes


22925 — vrijdag

“Roeh-hoe-hoe-hoe-hoe. Roeh-hoe-hoe-hoe.” Hoor­de ik een uil? Dat zou wat zijn. Die sla­pen over­dag zo schijnt het. Toch meen­de ik er een­tje te horen in onze tuin. Het geluid kwam van­uit het dich­te gebla­der­te van een eik. Omdat Inge ook al had aan­ge­ge­ven dat ze onlangs een uil dacht gehoord te heb­ben (laat op de avond, dat dan weer wel) maak­te ik een geluids­op­na­me als bewijs.

Al tij­dens het afspe­len gaf ze aan dat ze dit geluid ook gehoord had. Zou het dan toch? Had­den we ein­de­lijk een uil in onze tuin? Ik ging terug naar bui­ten en sloop voor­zich­tig in de rich­ting van de eik. Het geluid bleef weg. Gedul­dig wacht­te ik af tot­dat ik opnieuw iets zou horen. Hope­lijk was de uil(?) niet gevlo­gen. Nee, daar klonk het ‘ge-roeh-hoe-hoe’ weer. Recht boven me. Ik richt­te mijn came­ra naar boven en zoom­de in op zoek naar de uil. Gevon­den! Ten­min­ste…

Niets ver­moe­dend zat een duif op z’n gemak mij aan te kij­ken. Waar­schijn­lijk zich­zelf afvra­gend waar­om ik zoveel moei­te deed om hem te fil­men. De gehe­le dag komen ze af een aan vlie­gen dus om er een­tje te fil­men was niet echt een pro­bleem. Hij keek me nog even aan, maak­te het typi­sche geluid van een uil (dacht ik nog steeds) en vloog toen weg. Bleef over de deuk in mijn ken­nis van het vogel­le­ven in onze tuin.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.