23005 — slow reading

Ilias — Homeros 
Vertaald door Imme Dros

Boek 1

Zelf ben ik inmid­dels met hor­ten en sto­ten gevor­derd tot boek (of hoofd­stuk) 17 van de Ili­as. Nog 7 boe­ken te gaan en ik weet hoe het afloopt. Of zou er een ‘cliff­han­ger’ zijn, en wordt ik al bin­ge-lezend geacht met­een door te gaan met sei­zoen 2 — Odys­seia? Zon­der gek­heid, het is alge­meen bekend dat Tro­je uit­ein­de­lijk valt door een list van Odys­seus, maar hoe / wan­neer dat terug­komt in de Ili­as is mij dan weer niet bekend. Kwes­tie van gedul­dig door­le­zen en dan wordt het van­zelf dui­de­lijk.

Voor wat betreft het blog­gen over de Ili­as lig­gen de zaken anders. Twee blog­posts slechts zijn er ver­sche­nen en boek 1 heb ik nog lang niet geheel bespro­ken. Van­daag pak ik de draad op waar ik ‘m een maand­je gele­den ach­te­loos heb laten lig­gen. De bele­ge­ring door een ver­za­me­ling Griek­se vol­ken duurt al zo’n negen jaar en door god­de­lij­ke inter­ven­tie in hun nadeel is het moreel onder de Grie­ken gena­derd tot het nul­punt. Zie voor iets meer details mijn vori­ge blog­post over de Ili­as.

We weten dat deze oor­log tus­sen Tro­je en een ver­za­me­ling Griek­se stam­men haar oor­sprong heeft in de ont­voe­ring van Hele­na door Paris. Hele­na was de vrouw van de Spar­taan Men­ela­os die naar de begra­fe­nis van zijn vader was afge­reisd. Paris is een zoon van Pria­mos, de heer­ser van Tro­je. Hij was op bezoek bij Men­ela­os en maakt gebruik van zijn afwe­zig­heid om zijn echt­ge­no­te mee te nemen naar Tro­je.

Boek 1 begint in de ver­ta­ling van Imme Dros als volgt:

Zing, godin, over de wrok van Achil­leus van Peleus, de bron van dood en ver­derf die dui­zen­den ram­pen bracht voor de Achai­ërs, die de krach­ti­ge geest van veel hel­den toe­wierp aan Hai­des en van de hel­den zelf een prooi voor hon­den en alle roof­vo­gels maak­te — het plan van Zeus vol­trok zich — en zing dan van­af de ruzie die toen voor het eerst tot een breuk leid­de tus­sen Atreus­zoon, koning der man­schap­pen, en de gro­te Achil­leus.

[p.7]

In het boek dat ik heb wordt voor­af­gaand aan elk hoofdstuk/boek een kor­te samen­vat­ting plus een opsom­ming van de belang­rijk­ste per­so­na­ges gege­ven. Han­dig, want anders zou ik niet gewe­ten heb­ben naar wie ver­we­zen werd met ‘Atreus­zoon, koning der man­schap­pen’. Wel­nu, dat is Agamem­non, zoon van Atreus, die de koning van Myke­ne was. Men­ela­os is de jon­ge­re broer van Agamem­non. Als opvol­ger van Atreus is Agamem­non nu koning van Myke­ne en is hij tevens leger­aan­voer­der van alle Griek­se stam­men die opge­trom­meld zijn om de ont­voe­ring van Hele­na te wre­ken.

Maar het gaat niet zoals gepland, en de oor­log geraakt in een pat­stel­ling met een bele­ge­ring van Tro­je door de Grie­ken. Wat nu heeft de ver­mel­de ruzie tus­sen Agamem­non en Achil­leus hier­mee te maken? Schijn­baar is het belang­rijk genoeg om er het ver­haal mee te begin­nen. Oh ja, Achil­leus is een van de groot­ste hel­den van de Grie­ken en wordt gezien als cru­ci­aal om de oor­log uit­ein­de­lijk ooit te win­nen. Een ruzie tus­sen Agamem­non en Achil­leus is aldus niet bevor­der­lijk voor de alge­he­le gemoeds­toe­stand van de Grie­ken die geplaagd wor­den door een dode­lij­ke ziek­te die een ver­band lijkt te heb­ben met een daad van Agamem­non (zie de vori­ge blog­post over Ili­as).

Wat na het lezen van enke­le blad­zij­den al snel dui­de­lijk wordt is dat goden een gro­te rol spe­len en zich ver­re van afzij­dig hou­den. We lezen hoe de pries­ter die onver­rich­ter­za­ke bij Agamem­non zijn doch­ter wil­de vrij­ko­pen hulp zoekt bij de god Apol­lon die ver­vol­gens de dode­lij­ke ziek­te onder de Grie­ken ver­oor­zaakt door onop­hou­de­lijk pij­len op hen af te vuren. Ver­vol­gens is het de godin Hera (zus en echt­ge­no­te van opper­god Zeus) die Achil­leus influis­tert om de man­schap­pen bij elkaar te roe­pen omdat zij niet lan­ger kan aan­zien dat er zoveel Grie­ken ster­ven door de pij­len van Appo­lon.

Tij­dens de ver­ga­de­ring wordt een zie­ner ver­zocht dui­ding te geven aan het onheil dat de Griek­se stam­men is over­ko­men. Heb­ben ze iets fout gedaan met een belof­te of offer rich­ting de goden? Na eni­ge aar­ze­ling geeft de zie­ner aan dat het niet de schuld is van de man­schap­pen maar van hun lei­der, Agamem­non. Die had Chry­seïs, de doch­ter van de pries­ter die haar wil­de vrij­ko­pen moe­ten laten gaan. Door dit te wei­ge­ren had hij de wraak van Apol­lon over hen allen afge­roe­pen. Vol­gens de zie­ner zit er niets anders op dan dit als­nog te doen.

Agamem­non is woe­dend als hij dit hoort en voelt zich tevens ver­ne­derd dat de zie­ner dit ver­teld heeft in aan­we­zig­heid van alle man­schap­pen. Nadat hij dui­de­lijk heeft laten weten hier niet van gediend te zijn sluit hij als­nog af met de mede­de­ling afstand van Chry­seïs te wil­len doen, maar wel met een voor­waar­de:

Toch, als het echt niet anders kan, wil ik haar wel afstaan, ik heb ook lie­ver ster­ke man­nen dan ster­ven­de man­nen, mits ik een ander eer­ge­schenk krijg, ik kan toch niet zon­der eer­ge­schenk zit­ten als eni­ge van de Arg­ei­ërs, dat hoort niet, en jul­lie zien waar het met mijn eigen eer­ge­schenk heen gaat.

[p.10]

Het is Achil­leus die aan­geeft dat dit onmo­ge­lijk is. Alle oor­logs­buit (Chry­seïs is inder­daad een van de vele vrou­wen die tij­dens voor­gaan­de ver­o­ve­rin­gen als buit ver­deeld is, zoals dat gewoon was bij een over­win­ning) was al ver­deeld, dus waar moest dan een ander eer­ge­schenk van­daan komen? Voor Agamem­non was dat dui­de­lijk. Als Achil­leus, aan­stich­ter van deze ver­ga­de­ring, hem wil­de dwin­gen Chry­ses op te offe­ren om Apol­lon tevre­den te stel­len, dan moest hij zijn eer­ge­schenk maar opof­fe­ren om haar aan Agamem­non te geven. Zie daar de oor­sprong van de ruzie tus­sen Achil­leus en Agamem­non. Want Achil­leus is niet van zins zijn eer­ge­schenk, een vrouw genaamd Bri­seïs te laten gaan. Agamem­non laat hem ech­ter geen keus:

Ik word per­soon­lijk niet warm of koud van je woe­de, en nu ik Chry­ses­doch­ter af moet staan van Foi­bos Apol­lon en met mijn schip en beman­ning ga weg­stu­ren, haal ik Bri­seïs met de bekoor­lij­ke wan­gen, jóuw eer­ge­schenk, zelf uit je hut weg, zodat je goed begrijpt wie er hier van ons twee­ën de baas is en nie­mand anders het in zijn hoofd haalt mij te weer­stre­ven, of het waagt zich op te stel­len als mijn gelij­ke.

p.11–12]

Illu­stra­tie: Achil­les en Bri­seïs (1776), Giu­sep­pe Cades (1750–1799)

Hele­na die ont­voerd werd door Paris, en nu Bri­seïs die opge­ëist wordt door Agamem­non. Is het de lief­de bij Men­ela­os en Achil­leus voor deze vrou­wen die hen in woe­de doet onste­ken en hen aan­zet tot wraak, of eer­der dat zij vrou­wen zien als hun bezit, en wan­neer dat hen afge­no­men wordt zij zich in hun eer gekrenkt zien? Het wordt niet dui­de­lijk uit de tekst, en wat al hele­maal niet gebeurd is dat deze vrou­wen zelf aan het woord komen. Ik her­in­ner­de mij een afle­ve­ring van de pod­cast Boe­kenFM waar­in het boek The Silen­ce of the Girls van Pat Bar­ker bespro­ken werd. Hier wordt Bri­seïs als hoofd­per­so­na­ge opge­voerd, en krij­gen we haar ver­haal te horen. Mis­schien is het goed dat bin­nen­kort ook eens te lezen voor het juis­te per­spec­tief. Maar voor­lo­pig ben ik nog wel even zoet met de Ili­as.

Leave a comment

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.