Ilias — Homeros
Vertaald door Imme Dros
Boek 1
Zelf ben ik inmiddels met horten en stoten gevorderd tot boek (of hoofdstuk) 17 van de Ilias. Nog 7 boeken te gaan en ik weet hoe het afloopt. Of zou er een ‘cliffhanger’ zijn, en wordt ik al binge-lezend geacht meteen door te gaan met seizoen 2 — Odysseia? Zonder gekheid, het is algemeen bekend dat Troje uiteindelijk valt door een list van Odysseus, maar hoe / wanneer dat terugkomt in de Ilias is mij dan weer niet bekend. Kwestie van geduldig doorlezen en dan wordt het vanzelf duidelijk.
Voor wat betreft het bloggen over de Ilias liggen de zaken anders. Twee blogposts slechts zijn er verschenen en boek 1 heb ik nog lang niet geheel besproken. Vandaag pak ik de draad op waar ik ‘m een maandje geleden achteloos heb laten liggen. De belegering door een verzameling Griekse volken duurt al zo’n negen jaar en door goddelijke interventie in hun nadeel is het moreel onder de Grieken genaderd tot het nulpunt. Zie voor iets meer details mijn vorige blogpost over de Ilias.
We weten dat deze oorlog tussen Troje en een verzameling Griekse stammen haar oorsprong heeft in de ontvoering van Helena door Paris. Helena was de vrouw van de Spartaan Menelaos die naar de begrafenis van zijn vader was afgereisd. Paris is een zoon van Priamos, de heerser van Troje. Hij was op bezoek bij Menelaos en maakt gebruik van zijn afwezigheid om zijn echtgenote mee te nemen naar Troje.
Boek 1 begint in de vertaling van Imme Dros als volgt:
Zing, godin, over de wrok van Achilleus van Peleus, de bron van dood en verderf die duizenden rampen bracht voor de Achaiërs, die de krachtige geest van veel helden toewierp aan Haides en van de helden zelf een prooi voor honden en alle roofvogels maakte — het plan van Zeus voltrok zich — en zing dan vanaf de ruzie die toen voor het eerst tot een breuk leidde tussen Atreuszoon, koning der manschappen, en de grote Achilleus.
[p.7]
In het boek dat ik heb wordt voorafgaand aan elk hoofdstuk/boek een korte samenvatting plus een opsomming van de belangrijkste personages gegeven. Handig, want anders zou ik niet geweten hebben naar wie verwezen werd met ‘Atreuszoon, koning der manschappen’. Welnu, dat is Agamemnon, zoon van Atreus, die de koning van Mykene was. Menelaos is de jongere broer van Agamemnon. Als opvolger van Atreus is Agamemnon nu koning van Mykene en is hij tevens legeraanvoerder van alle Griekse stammen die opgetrommeld zijn om de ontvoering van Helena te wreken.
Maar het gaat niet zoals gepland, en de oorlog geraakt in een patstelling met een belegering van Troje door de Grieken. Wat nu heeft de vermelde ruzie tussen Agamemnon en Achilleus hiermee te maken? Schijnbaar is het belangrijk genoeg om er het verhaal mee te beginnen. Oh ja, Achilleus is een van de grootste helden van de Grieken en wordt gezien als cruciaal om de oorlog uiteindelijk ooit te winnen. Een ruzie tussen Agamemnon en Achilleus is aldus niet bevorderlijk voor de algehele gemoedstoestand van de Grieken die geplaagd worden door een dodelijke ziekte die een verband lijkt te hebben met een daad van Agamemnon (zie de vorige blogpost over Ilias).
Wat na het lezen van enkele bladzijden al snel duidelijk wordt is dat goden een grote rol spelen en zich verre van afzijdig houden. We lezen hoe de priester die onverrichterzake bij Agamemnon zijn dochter wilde vrijkopen hulp zoekt bij de god Apollon die vervolgens de dodelijke ziekte onder de Grieken veroorzaakt door onophoudelijk pijlen op hen af te vuren. Vervolgens is het de godin Hera (zus en echtgenote van oppergod Zeus) die Achilleus influistert om de manschappen bij elkaar te roepen omdat zij niet langer kan aanzien dat er zoveel Grieken sterven door de pijlen van Appolon.
Tijdens de vergadering wordt een ziener verzocht duiding te geven aan het onheil dat de Griekse stammen is overkomen. Hebben ze iets fout gedaan met een belofte of offer richting de goden? Na enige aarzeling geeft de ziener aan dat het niet de schuld is van de manschappen maar van hun leider, Agamemnon. Die had Chryseïs, de dochter van de priester die haar wilde vrijkopen moeten laten gaan. Door dit te weigeren had hij de wraak van Apollon over hen allen afgeroepen. Volgens de ziener zit er niets anders op dan dit alsnog te doen.
Agamemnon is woedend als hij dit hoort en voelt zich tevens vernederd dat de ziener dit verteld heeft in aanwezigheid van alle manschappen. Nadat hij duidelijk heeft laten weten hier niet van gediend te zijn sluit hij alsnog af met de mededeling afstand van Chryseïs te willen doen, maar wel met een voorwaarde:
Toch, als het echt niet anders kan, wil ik haar wel afstaan, ik heb ook liever sterke mannen dan stervende mannen, mits ik een ander eergeschenk krijg, ik kan toch niet zonder eergeschenk zitten als enige van de Argeiërs, dat hoort niet, en jullie zien waar het met mijn eigen eergeschenk heen gaat.
[p.10]
Het is Achilleus die aangeeft dat dit onmogelijk is. Alle oorlogsbuit (Chryseïs is inderdaad een van de vele vrouwen die tijdens voorgaande veroveringen als buit verdeeld is, zoals dat gewoon was bij een overwinning) was al verdeeld, dus waar moest dan een ander eergeschenk vandaan komen? Voor Agamemnon was dat duidelijk. Als Achilleus, aanstichter van deze vergadering, hem wilde dwingen Chryses op te offeren om Apollon tevreden te stellen, dan moest hij zijn eergeschenk maar opofferen om haar aan Agamemnon te geven. Zie daar de oorsprong van de ruzie tussen Achilleus en Agamemnon. Want Achilleus is niet van zins zijn eergeschenk, een vrouw genaamd Briseïs te laten gaan. Agamemnon laat hem echter geen keus:
Ik word persoonlijk niet warm of koud van je woede, en nu ik Chrysesdochter af moet staan van Foibos Apollon en met mijn schip en bemanning ga wegsturen, haal ik Briseïs met de bekoorlijke wangen, jóuw eergeschenk, zelf uit je hut weg, zodat je goed begrijpt wie er hier van ons tweeën de baas is en niemand anders het in zijn hoofd haalt mij te weerstreven, of het waagt zich op te stellen als mijn gelijke.
p.11–12]

Helena die ontvoerd werd door Paris, en nu Briseïs die opgeëist wordt door Agamemnon. Is het de liefde bij Menelaos en Achilleus voor deze vrouwen die hen in woede doet onsteken en hen aanzet tot wraak, of eerder dat zij vrouwen zien als hun bezit, en wanneer dat hen afgenomen wordt zij zich in hun eer gekrenkt zien? Het wordt niet duidelijk uit de tekst, en wat al helemaal niet gebeurd is dat deze vrouwen zelf aan het woord komen. Ik herinnerde mij een aflevering van de podcast BoekenFM waarin het boek The Silence of the Girls van Pat Barker besproken werd. Hier wordt Briseïs als hoofdpersonage opgevoerd, en krijgen we haar verhaal te horen. Misschien is het goed dat binnenkort ook eens te lezen voor het juiste perspectief. Maar voorlopig ben ik nog wel even zoet met de Ilias.
